Login

CAPTCHA
Deze vraag dient om na te gaan of u een menselijke bezoeker bent teneinde spam inzendingen te vermijden.
5 + 10 =
Solve this simple math problem and enter the result. E.g. for 1+3, enter 4.

WESTELIJKE SAHARA: LAATSTE KOLONIE IN AFRIKA

Het nationale vraagstuk In 1912 verwierf Spanje de controle op de Westelijke Sahara en een paar enclaves op de noordelijke kust doordat de sultan het verdrag van Fez ondertekend. Frankrijk nam het protectoraat waar over het kernland Marokko (de grenzen met Algerije, eveneens door Frankrijk veroverd in 1830, waren uiterst vaag aangegeven).

Wanneer de onafhankelijkheidsstrijd in het Franse protectoraat op gang komt, stelt zich de cruciale vraag: wat is Marokko? Volges het internationale recht hebben kolonies het recht onafhankelijk te worden binnen de koloniale grenzen, in dit geval het territorium dat als Frans protectoraat bekend is. Maar de nationalisten vinden dat ze de historische natie Marokko als een ondeelbaar land moeten bevrijden. De kaart die ze voor ogen hebben omvat naast het protectoraat tevens grote delen van de Algerijnse Sahara, de Westelijke Sahara, Mauritanië en Noordwest Mali. Deze pan-Arabische visie werd doorspekt met veel emotionele oproepen over de vereniging van alle broeders die sinds eeuwen met elkaar verbonden waren door cultuur en religie.

Maar Marokko’s aspiraties werden spoedig gefnuikt. Ondanks diplomatiek verzet van Rabat werd Mauritanië onafhankelijk en na een oorlog met Algerije werd een demarcatielijn erkend die helemaal niet strookte met de aspiraties van koning Hassan II. Hassan had zijn persoon en de monarchie ondertussen verbonden met de natie groot-Marokko, door zich zowel op te werpen als erfdrager van de vroegere vorsten en als ‘emir al-muminin’, aanvoerder der gelovigen. Er bleef nog een gebied over waar hij zijn aspiraties kon waarmaken: de Spaanse Sahara.

Hij legde zijn claims voor aan het internationale Hof van Justitie in Den Haag. Maar dit oordeelde dat het gebied voor de Spaanse verovering geen niemandsland was. Maar in hetzelfde jaar (1975) ondertekende Madrid een akkoord waarbij het tijdens een overgangsperiode het beheer van de Westelijke Sahara overdroeg aan Marokko (en Mauretanië). Maar wilden de bewoners van dit gebied, de Saharawi, dit wel? Een natiestaat waren ze niet, ze waren verdeeld in etnische groepen en clans die op gespannen voet met elkaar leefden en geen centraal gezag duldden. De eenheid kon pas gesmeed worden in de onafhankelijkheidsstrijd zelf. In 1973 werd het Frente Polisario opgericht.

Het recht der volkeren op zelfbeschikking legitimeert hun strijd tegen de Spaanse bezetter. De kaders werden niet gevormd door de traditionele leiders, maar door een jonge generatie die vaak in het buitenland had gestudeerd. Volgens Rabat was dit het duidelijkste bewijs dat ze ‘volksvreemd’ waren en in feite gemanipuleerd werden door sinistere krachten. De strijd tegen het Frente Polisario was voor de Marokkaanse monarchie ook een uitstekend middel om een ‘heilige unie’ rond haar territorium te creëren, de kritiek van linkse partijen te counteren, een dynamisch verzetsleger terug te drijven naar het zuiden en de legitimiteit van de monarchie te versterken dat sinds de sociale en politieke crisis van de jaren ’70 bedreigd werd.

De combinatie van gewapende guerrillastrijd (met steun van Algerije en Libië) en een breed diplomatiek offensief leek aanvankelijk vruchten af te werpen. De DARS (Democratische Arabische Republiek van de Saharawi) werd als staat erkend door de meerderheid van de leden van de ‘Organisatie voor Afrikaanse Eenheid’ of Afrikaanse Unie. Rabat heeft omwille van die erkenning geweigerd om toe te treden tot de Afrikaanse Unie.

Wanneer de Mauretaanse troepen zich terugtrekken in 1979 profiteert het Marokkaanse koninkrijk ervan om zijn macht uit te breiden in deze “verlaten zone” in naam van haar “territoriale integriteit”. Maar de oorlog met Marokko liep letterlijk vast: het zogenaamde ‘nuttige deel’ bleef vast in Marokkaanse handen, terwijl het Frente Polisario de rest van het gebied controleerde. In 1988 denkt de Marokkaanse vorst uiteindelijk aan de winnende hand te zijn doordat Algerije na 12 jaar terug diplomatieke contacten onderneemt met Rabat, anderzijds doordat de leiding van het Frente Polisario een interne crisis meemaakt.

Door overheersing van de Reguibat op de andere stammen verlaten veel Saharawi van Tindouf het Frente Polisario, en beantwoorden op die manier de oproep van de Marokkaanse vorst om “zich weer te voegen bij het zachtmoedige en barmhartige vaderland”. Marokko tracht het conflict in een logica van binnenlandse politiek te gieten en het van haar internationale karakter te ontdoen. Een hereniging zou volgens de vorst een eventuele volksraadpleging overbodig maken. Begin jaren ‘90 leek er een doorbraak te komen onder toezicht van de VN, met een staakt-het-vuren, gevolgd door een referendum onder internationaal toezicht. Maar de VN-troepen werden nooit echt ontplooid en er ontstond een patstelling over wie mocht deelnemen aan de volksraadpleging.[1]

In 1991 ondertekenen het Frente Polisario en Marokko een wapenstilstand die een voorteken is van de volksraadpleging. Maar de Marokkaanse autoriteiten gaan onverminderd door met het uitbreiden van hun administratieve autoriteit tot 1997, wanneer de akkoorden van Housten getekend worden die een actualisatie van het vredesplan veronderstellen. Niettemin blijft de situatie politiek geblokkeerd en instabiel.

Een nieuw akkoord in 2003 voorziet een autonome periode (onder de administratieve autoriteit van Marokko, die overigens weigert te tekenen) van 5 jaar waarin de volksraadpleging over het zelfbeschikkingsrecht zou moeten plaatsvinden. Sinds die datum is de repressie t.a.v. de Saharawi in grote mate gestegen, worden mensenrechtenactivisten voortdurend onderdrukt en is het niet uitgesloten dat het opnieuw tot een open conflict komt.

Het “barmhartige vaderland”

De gebeurtenissen namen op 30 oktober 2004 een tragische wending wanneer de jonge Hamdi Lambarki in een optocht door 11 agenten van de stedelijke veiligheidsdienst (GUS) heftig wordt afgeranseld. Enkele uren later overlijdt hij in het ziekenhuis van Belmehdi. De situatie loopt vanaf dan uit de hand. De belangrijkste separatistische verantwoordelijken worden door de ordediensten aangepakt. Brahim Dahane, voorzitter van de Saharawi Vereniging van Slachtoffers van Zware Mensenrechtenschendingen Vanwege de Marokkaanse Staat, wordt voor het huis van het slachtoffer, waar militanten zich verzameld hadden, gearresteerd.

Sinds mei 2005 worden wekelijks onafhankelijkheidsmanifestaties in El-Ayoun en Smara, de twee grootste steden van de Westelijke Sahara, georganiseerd die meestal bijzonder gewelddadig worden neergeslaan. Aanleiding is de overschakeling van Sidi Ahmed Ould Haddi van de Carcel negra gevangenis naar Ait Melloul, niet ver van Agadir. Deze Saharawi werd in 2003 gearresteerd omdat hij de Koning had beledigd. Enkele maanden later vraagt hij te worden ontdaan van zijn Marokkaanse nationaliteit. De dag waarop hij wordt overgebracht organiseert zijn familie een sit-in voor het detentiecentrum van El-Ayoun.

De eerste van een lange reeks incidenten doet zich voor tussen de ordehandhavers en de tientallen aanwezige militanten. El-Ghalia Djimi, een medewerkster van de de Saharawi Vereniging van Slachtoffers van Zware Mensenrechtenschendingen Vanwege de Marokkaanse Staat, filmt de confrontaties: “Tientallen agenten hebben zich op mij geworpen en hebben mijn camera in beslag genomen terwijl ze op mijn polsen trapten.” vertelt ze. Wat volgt is een heftige discussie tussen haar en de hoofdcommissaris:”Hij vertelde me: ‘Luister, El-Ghalia, vergeet diegenen onder ons [de autoriteiten] die jullie menen te kennen. Voortaan zullen jullie voor eens en voor altijd gewelddadigheden hebben. Tot jullie hoofden en armen niet meer kunnen spreken over de mensenrechtenschendingen in de regio.”

Tussen 24 en 26 mei 2006 organiseren honderden Saharawi terug een reeks vreedzame manifestaties. De manifestanten eisen zelfbeschikkingsrecht zodat ze hun eigen lot kunnen bepalen. De veiligheidsdiensten interpeleren een honderdtal mensen. Volgens de Marokkaanse Vereniging voor Mensenrechten (AMDH) verwoest de politie huizen in de avond van de 25e. De volgende dagen heisen militanten de vlag van de DARS (Democratische Arabische Republiek van de Saharawi), en van Rabat tot Marrakech worden campussen belegerd door studenten die onafhankelijkheid eisen. Het Frente Polisario roept op tot een Intifada.

Zonder dat de rechtbank of de procureur enig bewijsmateriaal kan voorleggen krijgen drie gearresteerde manifestanten celstraffen van 15 tot 20 jaar omdat ze de Marokkaanse vlag in brand hebben gestoken. De gebeurtenissen van mei 2005 trekken veel buitenlandse aandacht, maar Spaanse parlementaire delegaties worden teruggedrongen bij hun aankomst in Marokko. Journalisten zijn verplicht om hun beroep te verbergen om in alle vrijheid te kunnen werken. Anderen die beschuldigd worden van “partijdigheid” worden naar de luchthaven geëscorteerd. Onder machtvertoon krijgen observatoren en advocaten huisarrest.

Een delegatie Zweedse parlementairen klaagt over het feit dat hen de toegang tot de oppositie ontzegd wordt. Op 9 augustus gaan 37 gevangenen voor onbepaalde duur in hongerstaking. Ze eisen een rechtvaardig proces, betere gevangenschaptoestanden en geschikte medische verzorging “om de door marteling, ziekte en slechte hygiëne veroorzaakte gevolgen te behandelen”. Een onder hen, Lehssen Zreignat, die tijdelijk vrijkomt getuigt: “Als je 2.500 dirhams [230 euro] betaalt, wat hier een fortuin is, krijg je een halve meter om te liggen. Diegenen die niet betalen slapen rechtstaand in de toiletten, in een onverdraaglijke geur.”

De hongerstaking wordt uiteindelijk 51 dagen volgehouden. De weinige gevangenen die vrijkomen getuigen over martelpraktijken waarbij bijtende producten op de lichamen van vastgebonden gevangenen gegoten wordt.[2] Een delegatie van rechtsgeleerden, op observatiemissie gestuurd door de Spaanse Commissie van de Algemene Raad der Advocaten, die het verloop van de processen t.a.v. politieke gevangenen volgt in de Westelijke Sahara, geeft te kennen dat de 37 gevangenen, waaronder 7 mensenrechtenactivisten, zonder vorm van eerlijk proces worden vastgehouden door de Marokkaanse autoriteiten.

De meerderheid van het Frente Polisario verdedigt de strijd voor zelfbeschikking en de onafhankelijkheid. Vertrekkende van deze politieke positie zijn er veel mensenrechtenactivisten die sinds geruime tijd lijden onder onmenselijke en mensonterende situaties en het slachtoffer zijn van arbitraire arrestaties. In geheime gevangenissen worden ze gemarteld terwijl het recht op een advocaat, gerechterlijke bijstand en alle contact met de buitenwereld hen ontnomen wordt. Veel observators benadrukken de evolutie van de situatie sinds september 1999.

Toen vielen studenten in El-Ayoun gedurende een week ten prooi aan politiegeweld omdat zij een stijging van hun beurzen eisten en een verbetering van het openbaar vervoer. Na de repressie stuurde de monarchie meerdere ministers naar de Westelijke Sahara om er naar de Saharawi “te luisteren en ze te verzekeren”. Opmerkelijk is dat terwijl de eisen in 1999 uitsluitend sociaal van aard waren, deze in mei 2005 voornamelijk politiek geworden zijn.

Zonder openlijke banden te hebben met het Frente Polisario, proclameerden de manifestanten de onafhankelijkheid, net als op internetsites en discussiefora. Het negeren van de sociale noden en de politieke status quo hebben op die manier een radicalisering van de houding van de Saharawi t.a.v. Rabat veroorzaakt. Van staatsrepressie naar sociale uitsluiting De helft van de asielaanvragen die in 2006 geregistreerd werden door de Spaanse Commissie voor de Hulp aan Vluchtelingen (CEAR) is afkomstig van Saharawi. “Wij zijn politieke vluchtelingen. De soevereiniteit van de Westelijke Sahara wordt zwaar geschonden door de Marokkaanse koning, als je in de Westelijke Sahara de onafhankelijkheid durft te verkondigen riskeer je 20 jaar cel” beweert een van de vluchtelingen op Gran Canaria. “Samen met 25 andere Saharawi heb ik de oversteek gemaakt naar de Canarische eilanden in een sloep van 5 a 7 meter lang. Het is een riskante onderneming want de sloep is niet opgewassen tegen de grillen van de zee. Als het kompas goed werkt moeten we na ongeveer 30 uren de Canarische kust zien. Onze sloep werd niet door de havenpolitie onderschept, maar we werden uiteindelijk toch gearresteerd en na 40 dagen cel werden we naar CEAR gebracht, waar we een voorlopige verblijfsvergunning kregen.”, aldus een andere vluchteling.

Een andere vluchteling vertelt: “Marokkaanse arbeiders krijgen in de Westelijke Sahara voorrang op de arbeidsmarkt, en wegversperringen maken het onmogelijk om familieleden in andere steden te bezoeken. Daarom organiseren we stakingen en vreedzame manifestaties die vervolgens hardhandig worden onderdrukt door de Marokkaanse politie. Velen van ons worden geïnterpeleerd en verkiezen uiteindelijk om te vluchten.” In de moeilijke zoektocht naar werk belanden vele vluchtelingen buiten het legale circuit.

Zo werken velen in de tomatenteelt op de Canarische eilanden. Ze verdienen er 4 euro per uur, zijn niet verzekerd en hebben geen werkzekerheid. De koning te rijk Wanneer men bedenkt dat de Westelijke Sahara veel olie bezit, en er zich op de grens tussen het bezette en het bevrijde gebied ook veel mijnen bevinden. Wanneer men vervolgens rekening houdt met het feit dat de Marokkaanse autoriteiten het merendeel van deze mijnen verkocht hebben; met het feit dat het kort geleden een Iers bedrijf de toestemming gaf om te beginnen boren; en met het feit dat de Marokkaanse overheid 51% van de aandelen bezit, dan worden de territoriale aanspraken van Marokko op de Westelijke Sahara duidelijk.

De uitbreiding van het controle- of interventiegebied van de Atlantische alliantie (VS, EU) en de mogelijkheid om de koninklijke strijdkrachten in te schakelen in een politiek van regionale stabilisatie zorgt ook voor een stijgende Amerikaanse interesse voor de regio. Amerikaanse firma’s die geïnvesteerd hebben in olieontginning in Algerije wensen trouwens een vermindering van de spanningen. Maar Washington wil vooral controle kunnen uitoefenen over de situatie in de Sahel, in haar ogen een toevluchtsoord voor islamitische terroristen waar zich ook Saharawi zouden kunnen bijvoegen in de huidige escalerende situatie.[3] Washington zal echter van een grote behendigheid en diplomatieke inspanning moeten getuigen wil ze toekomstige conflicten vermijden. De legitimatie van een van de protagonisten is namelijk hoe langer hoe minder mogelijk zonder dat dit ten koste is van de andere, aangezien beide actoren hun politiek systeem aan dit conflict hebben gelinkt. Marokko met haar zogezegde territoriale integriteit en de Westelijke Sahara (en Algerije) met haar zelfbeschikkingsrecht.

David Baele 

referenties:

[1] DOOM, R. Vrijheid en gelijkheid, Gent, 2003 – 2004, (cursus).

[2] LOMBART, G., PICHOT, J., (2006) ‘Peur et silence à El-Ayoun’ [WWW]. Le Monde diplomatique: http://www.monde-diplomatique.fr/2006/01/LOMBART/13130?var_recherche=Sahara [30.04.2007]

[3] FINAN, K., (2006) ‘Inextricable, le conflit du Sahara Occidental rebondit’ [WWW]. Le Monde diplomatique: http://www.monde-diplomatique.fr/2006/01/FINAN/13129 [30.04.2007]

Gepubliceerd door: 

Tags: