Login

CAPTCHA
Deze vraag dient om na te gaan of u een menselijke bezoeker bent teneinde spam inzendingen te vermijden.
19 + 1 =
Solve this simple math problem and enter the result. E.g. for 1+3, enter 4.

Bilal Benyaich

Op zaterdag 9 mei ontving Masereelfonds Gent Bilal Benyaich voor de voorstelling van zijn recent verschenen essay. Benyaich is een man met vele petjes: politicoloog aan de VUB, doctorandus aan UGent, lid van denktank Itinira, beleidsadviseur van de Sociaaleconomische Raad van Vlaanderen,…

Naar eigen zeggen voelde de auteur de nood om dit essay te schrijven na een bezoek aan het Vlaams Parlement, waar hij werd uitgenodigd om beleidsadvies te geven over de Syriëstrijders-problematiek. Geërgerd door een zichtbaar gebrek aan achtergrondkennis over de problematiek en een slordige hantering van termen door onze parlementariërs, besloot Benyaich dat het tijd was om even orde te scheppen in deze onduidelijkheid. Op slechts enkele weken tijd schreef hij een essay, genaamd #radicalisme #extremisme #terrorisme, om aldus het begrippenkader en de probleemstelling rond islamradicalisering duidelijk af te bakenen.

Het werd geen klassieke boekvoorstelling, maar een uitgebreid gesprek met Ludo Debrabander (Vrede vzw) en het publiek. Een samenvatting in enkele quotes:

Iedereen heeft het recht om radicaal te zijn, maar niet om extremistisch of terroristisch te zijn.

Radicalisme gaat over het geloven in een bepaald maatschappijmodel, gestoeld op een bepaalde ideologie. Zolang niet wordt aangezet tot haat of geweld, hebben pakweg Vlaams-nationalisten, marxisten en salafisten evenveel recht om anderen van deze nieuwe orde te overtuigen. Het is pas wanneer andere overtuigingen niet geduld worden, of wanneer men een ander van zijn vrijheden berooft, dat een radicaal een extremist wordt. Wanneer deze dan ook nog eens zijn toevlucht zoekt tot geweld om zijn radicale visie op te dringen, spreken we over een gewelddadig extremist, of –zo u wil – een terrorist.

Salafisme is voor moslimjongeren vandaag wat de punk was voor onze generatie.

Bij veel radicaliserende jongeren moet hun ‘bekering’ naar het radicale salafisme gezien worden als een afzetting tegen het systeem, m.a.w. een typisch puberfenomeen. Voor jongeren die zoekende zijn of met bepaalde frustraties kampen, biedt de heldere taal van het salafisme een houvast. Het is klaar en duidelijk: fuck the system, fuck The West. Bij het ouder worden ontwikkelen deze jongeren meer zin voor nuance. En zoals menig punker zijn hanenkam en leren jekker op latere leeftijd inruilde voor een onopvallend werkmanskostuum, laten ook tal van Belgische moslimjongeren de lange baard en niqaab varen na de puberjaren.  Hier ligt de verantwoordelijkheid bij de scholen en de CLB’s: niet repressief optreden bij tekenen van radicalisering, maar pas ingrijpen wanneer duidelijk wordt dat extremistische sympathieën op de loer liggen.

Het wordt tijd dat de Belgische overheid investeert in een Belgische Islam

De salafistische doctrine werd dankzij de bekeringsijver van Saoedi-Arabië – en de vele miljarden petrodollars die het land hiervoor heeft ingezet – wereldwijd verspreid. Ook moskeeën in België worden zwaar gefinancierd door Saoedi-Arabië, meestal op voorwaarde dat er een salafistische imam van ginder naar hier wordt gehaald. Ze hebben meestal geen voeling met België en zijn dus ook geen voorstander van integratie en compromis. Belgische moslimjongeren, die gevangen zitten tussen de westerse waarden en normen die ze op school meekrijgen en de salafistische doctrine die ze in de moskee te horen krijgen, vinden moeilijk een aanspreekpunt die deze spreidstand begrijpt. Als er een Belgische financiering van moskeeën zou zijn, kunnen hier imams geplaatst worden die bij voorkeur zelf in België zijn opgegroeid, meer voeling hebben met de jongeren, een meer  gematigde islam prediken en (in Vlaanderen of Brussel althans) ook Nederlands spreken.

Mohammed en Piet verdienen dezelfde straf

Met de bestraffing van teruggekeerde Syriëstrijders, loopt heel wat mis. Eén voorbeeld: Een  Syriëstrijder die veroordeeld wordt voor een oorlogsmisdaad of voor een misdaad tegen de menselijkheid, kan de Belgische nationaliteit ontnomen worden. Maar er zijn ook heel wat autochtone Belgen die na hun bekering in Syrië zijn gaan strijden. Volgens het vigerende internationaal recht, kan iemand niet staatloos gemaakt worden. De bekeerde Piet kan dus niet zijn nationaliteit verliezen. Mohammed, die geboren is als Belg, maar in een gezin waarvan de grootvader pakweg Marokkaan was en die daarom over een dubbele nationaliteit beschikt, kan de Belgische nationaliteit wél ontnomen worden. Hij blijft dan over met een Marokkaanse nationaliteit, hoewel hij deze enkel op papier heeft. Op die manier krijgt Mohammed een zwaardere straf dan Piet die geboren is als Belg, met autochtone grootouders.

Een ongelijke straf voor Mohamed en Piet voor een en hetzelfde misdrijf is onredelijk, niet-proportioneel en discriminerend. Misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden moeten uiteraard bestraft worden, maar dit is niet de juiste manier.

De golfstaten moesten de kastanjes uit het vuur halen, niet wij!

De heilige oorlog van IS  was aanvankelijk geen oorlog tegen het Westen,

maar een oorlog die was gericht op de installatie van een kalifaat in overwegend moslimgebied. Vanuit ons eigen nationaal belang gezien, had het beter geweest als we de soennitische Golfstaten onder druk hadden gezet om militair tussenbeide te komen en dat het Westen ‘slechts’ indirecte steun zou verlenen – ook militair. Nu wordt het conflict immers aan de man gebracht door IS als een oorlog van de ‘kruisvaarders’ tegen de ‘moslims’, niet zonder succes. Saoedi-Arabië had immers zowel morele als strategische redenen om tussenbeide te komen: het door Saoedi-Arabië gepropageerde salafisme vormt de ideologische voedingsbodem van het terrorisme van IS en de Saoedische monarchie zal vroeg of laat zelf het doelwit worden van IS of Al Qaida.

Het bestrijden van extremisme moet ook vanuit de moslimgemeenschap zelf komen.

Een grote groep radicalen, voornamelijk volwassenen, valt buiten de opvangnetten van de staat: ze komen niet in contact met instituten als scholen of welzijnsorganisaties. Ze bewegen zich enkel binnen de eigen gemeenschap. Deze mensen moeten dan ook door leden van hun eigen gemeenschap gesensibiliseerd worden en ervan weerhouden worden om bijv. naar Syrië te trekken. Bilal verwijst ook hier naar een andere ‘architectuur’ van het islam- en moskeebeleid. 

Dit waren enkele impressies uit het gesprek met Bilal op zaterdag 9 mei. Voor een coherent en duidend verhaal raad ik iedereen van harte aan het 88 pagina’s tellende essay te lezen. #radicalisme #extremisme #terrorisme verscheen bij Uitgeverij Van Halewyck en is te verkrijgen in de boekhandel aan de adviesprijs van €9,90.

Femke De Cremer - Medewerker Masereelfonds Gent.

 

 

Gepubliceerd door: 

Tags: