Login

CAPTCHA
Deze vraag dient om na te gaan of u een menselijke bezoeker bent teneinde spam inzendingen te vermijden.
3 + 3 =
Solve this simple math problem and enter the result. E.g. for 1+3, enter 4.

ZOTTEGEM: SCHEPENCOLLEGE WIL GARAGE FLAMEZ REDDEN

In 1984 werd er een aanvraag gedaan voor een auto bergplaats door de Familie Flamez. Voor de bouw van deze garage werd geen vergunning verleend omdat dit indruist tegen de voorwaarden van een verkavelingvergunning (enkel voor woningen) en omdat het deels zonevreemd agrarisch gebied betreft. De garage werd dan maar illegaal gebouwd. “Het bedrijf heeft geen enkele bouw-, milieu-, of exploitatievergunning”  zegt Dino De Freyne van Open-VLD. Er werd een regularisatie aangevraagd voor de metalen loods die men gebouwd had. Die moest vervangen worden door een prefab loods. 

Het arrest van het Hof Van Beroep van 27 oktober 2006 zegt dat de gebouwen van garage Flamez tegen 3 januari 2008 moeten afgebroken zijn. Doet Johan Flamez dit niet dan kan hij een aantal boetes en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden oplopen. Het Hof van Cassatie bevestigde deze uitspraak.

Op de gemeenteraad van 21 mei 2007 werd het RUP Flamez bij hoogdringendheid op de agenda gezet. Dino De Freyne zegt dat de burgemeester dit punt er snel wou doorkrijgen om alsnog via een RUP de uitspraak van het Hof van Beroep te omzeilen. Daartoe zou men van de bouwzone een KMO-zone maken. Meerderheid en oppositie gingen met mekaar in de clinch: het RUP was op naam van een privé-persoon geschreven en er was geen sprake van hoogdringendheid, stelde de oppositie. De gouverneur van Oost-Vlaanderen gaf hen gelijk en schorste de beslissing.

De meerderheid zette hetzelfde agendapunt op een vervroegde gemeenteraad van 13 september. Het RUP werd algemener omschreven: de garage Flamez werd ‘deelgebied Garage Flamez”. Het punt werd opnieuw door de meerderheid goedgekeurd, behalve door Peter Vansintjan: “Al de juridische adviezen bewijzen dat dit niet kan. Dit dossier gaat trouwens niet meer om de inhoud. Het is een puur politiek dossier geworden.”  De ontwerper kon nu zijn plan tekenen.

Dit plan werd nu door de gemeenteraad van 19/11/07 gesluisd. Nu volgt een openbaar onderzoek in de betrokken wijk, waarna de gemeenteraad nog eens zijn zegen dient te geven. Volgens schepen Paul Lievens kreeg het voorontwerp acht adviezen van de overheid, waarvan er zes op het stadhuis zijn aangekomen:” Vier ervan zijn gunstig. De ongunstige adviezen komen van de Bestendige Deputatie van de provincie en van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.”

Precies deze instellingen zijn evenwel cruciaal in de afhandeling van het plan. Zij keuren goed en/of gaan in beroep. Volgens deze negatieve adviezen is de betrokken garage niet behoorlijk vergund en is het plan in strijd met het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Herman De Loor (SPa) en Paul Lievens (CD&V)  vinden dat er zich een planologische oplossing opdringt: “Men moet de mensen voor dergelijke kleine fouten hun broodwinning niet afnemen.”

De oppositie herhaalde de bezwaren uit voorgaande bespreking. Groen! blijft zich afvragen waarom het schepencollege een bouwovertreding absoluut wil regulariseren: Peter Van Hove vraagt dat het dossier terug van nul heropgestart wordt omdat niet alle voorbereidende stappen op een correcte manier gebeurden. ZAP vindt geen enkel element waarom het in de zaak van mening zou veranderen en blijft tegenstander van het plan. Voor Tom Carnewal van ZAP mag het ganse dossier zelfs stopgezet worden. Open VLD ziet ook meer heil in een stopzetting van het dossier en Dino De Freyne sluit zich aan bij de opmerkingen van de andere oppositiepartijen. Volgens Open VLD wegen de negatieve adviezen veel zwaarder door dan de positieve adviezen.
 
De Achillespees in dit dossier wordt evenwel de Wetgeving rond de ruimtelijke ordening zelf. Een Ruimtelijk Uitvoeringsplan  mag in principe niet afwijken van het Gemeentelijk Structuurplan, dat de algemene bestemmingen vastlegt. In dat Structuurplan legde Zottegem in 2004 vast dat de problematiek van de zonevreemde bedrijven moet aangepakt worden via een sectoraal plan, waarin voor alle bedrijven die op de verkeerde plaats staan bekeken wordt in hoeverre ze kunnen blijven bestaan. Over het algemeen springt de hogere stedenbouwkundige overheid hier bijzonder voorzichtig mee om, zeker indien de betrokken dossiers het voorwerp uitmaken van juridische vervolging.

Sven Van Trappen
Filip De Bodt

Gepubliceerd door: 

Tags: