Login

CAPTCHA
Deze vraag dient om na te gaan of u een menselijke bezoeker bent teneinde spam inzendingen te vermijden.
1 + 1 =
Solve this simple math problem and enter the result. E.g. for 1+3, enter 4.

Lezen in de Lente 2017 ~ Thema 'Alles moet weg'

Een perspectief op basis van het boek “Kritiek van de ascetische rede” van Johan Moyaert. De ascetische rede is een groot gevaar voor de westerse cultuur. Haar logische consequentie is de afbraak van elk menselijk gezichtspunt en doel, en van het gemeenschapsleven die deze menselijke doeleinden bevordert. In die zin kan je stellen dat voor de ascetische rede alles weg moet. Moyaert betrekt zijn kritiek op drie onderling verbonden aspecten van de ascetische rede. Ten eerste heeft de objectiverende blik van de moderne wetenschap vernietigende effecten. Vervolgens richt ook de kapitalistische economie zich niet op de bevrediging van behoeften, maar op de accumulatie van kapitaal. En tenslotte nemen mensen door de idealisering van vrijheid steeds meer afstand van elkaar en valt de samenleving uiteen tot machteloze en geïsoleerde individuen.

Rationaliteit wordt in onze cultuur ten onrechte vereenzelvigd met objectiviteit. De moderne wetenschapper zoekt naar mathematische grootheden die in objectieve wetmatigheden uitgedrukt worden. Hij distantieert zich niet alleen van elke zintuiglijk-lichamelijke betrokkenheid die hij als gevoelig wezen heeft op de dingen, maar ook van alle menselijke behoeften en doelstellingen. Elke subjectieve, geïnteresseerde band met de wereld moet weg om de onveranderlijke natuurwetten die aan de wisselvallige feitelijke verschijningswijzen van de dingen ten grondslag liggen, te formuleren en vervolgens worden deze met geweld doorgezet in de leefwereld. De nadruk op deze theoretische, objectieve kennis is een vorm van praktische domheid, stelt Moyaert, want er wordt geen redelijk inzicht ontwikkeld omtrent het doelmatig en politiek handelen dat nodig is om de problemen in de samenleving op te lossen.

De kapitalistische economie steunt op ascese, op besparingen waarmee de investeringen en de groei van het kapitaal gefinancierd worden. De hardwerkende verdediger van het kapitalisme gaat prat op zijn zelfverloochening, op de inspanningen die hij zichzelf oplegt om zijn levensomstandigheden te verbeteren. Zijn inspanningen stimuleren vooral de export die slechts mogelijk is door lagere lonen en een daling van de sociale uitgaven. De inspanningen zouden “op termijn” tot meer consumptie leiden, maar vereisen ondertussen een beperking van de consumptie. Naomi Klein toonde in haar boek “De shockdoctrine” dat dit beproefd recept dat op de export mikt en toegepast werd in de derde wereld door het IMF en in Griekenland door Europa, niet werkt. Het ascetisme van de vrijemarkteconomie leidt niet tot een toestand van universele harmonie, maar tot gewelddadige verhoudingen en een extreme polarisatie tussen arm en rijk.

De moderne burger is geen egoïst die zich zoveel mogelijk wil toe-eigenen, maar iemand die zijn idealen van vrijheid en autonomie cultiveert en daarvoor de verhoudingen van afhankelijkheid en de verbondenheid met de nood van de anderen afbreekt. Het is een vorm van ascese die ontstaat vanuit een groot gevoel van onmacht. De mensen verloren in de voorbije eeuwen systematisch de greep op het eigen leven. Hun ervaring wordt als het ware telkenmale onteigend door de voortschrijdende ontwikkeling van wetenschap en technologie. De moderne mens werd vrij, maar de onbeperkte toegang tot de wereld die hij verwierf, is tezelfdertijd een totale onmacht. Het is de vrijheid van het internet: de mogelijkheid om zich over alles te informeren en met iedereen in contact te staan, maar alleen als een oppervlakkig soort bewustzijnsverruiming en via vervreemde sociale contacten.

Moyaert pleit voor een literatuur die onze ogen opent voor deze drievoudige afbraak van onze leefwereld. Met Sartre noemt hij het gebruik van literatuur als een middel om de werkelijkheid op te heffen “destructieve consumptie”. Deze destructie kan bijvoorbeeld gebeuren doordat de ervaring enkel nog dient als humus voor de artistieke uitdrukking zodat het leven met al zijn ellende en mislukkingen zijn rechtvaardiging vindt in het loutere feit dat het tot “Literatuur” verheven wordt. De destructie kan ook door middel van de schepping van een feeërieke of wonderbaarlijke antiwereld waarin zich plots een exotische dimensie van het menselijke bestaan reveleert zodat het reële nu enkel nog als een symbool verschijnt van een diepere werkelijkheid. Tegen deze vlucht uit de werkelijkheid pleit Moyaert met Sartre voor meer literatuur van de praxis, dat is een literatuur die toont hoe mensen zich een uitweg verzinnen uit benarde situaties. Voor hen moet niet alles weg, maar alleen datgene wat een zinvol leven dat men samen met anderen vorm geeft, in de weg staat.

Lieven Plouvier

Tags: