Login

CAPTCHA
Deze vraag dient om na te gaan of u een menselijke bezoeker bent teneinde spam inzendingen te vermijden.
3 + 0 =
Solve this simple math problem and enter the result. E.g. for 1+3, enter 4.

Boekbespreking: over anarchisten en managers

Het jaareinde geeft je toch altijd wat extra tijd om een aantal boeken door de kiezen te malen. Het werden er een viertal, in mijn geval, die recent of sinds een ver verleden op een bespreking zaten te wachten. Ik werd bovendien extra gemotiveerd. Thuis hebben we beiden een stapel nog te lezen boeken. De lectuur van de vier heeft mij exact 23,7 centimeter winst opgeleverd. Als ik nu nog ongezien een boek van stapel kan veranderen, levert mij dat allicht een mooi fles op binnen afzienbare tijd: wie het eerst zijn stapel uitleest wint nl…

Een van de werken die al langer lagen te wachten is het boek van Paul Servaes over Emile Verhaeren. Verhaeren is een Franstalig Vlaams dichter. Verhaeren werd geboren in 1855 in Sint-Amands en behoort tot de generatie Franstalige kleppers met o.m. Maurice Maeterlinck en Georges Eeckhoudt. Namen waarvan we in ’t Uilekot wel regelmatig wat tweedehands binnenkrijgen. Kijk daarvoor naar onze catalogus op de website van ’t Uilekot (www.uilekot.org) .

In Sint-Amands is er ook een Verhaerenmuseum dat regelmatig activiteiten verzint, die zeker de moeite zijn om zich naar ginds te begeven. De biografie vertelt uiteraard het leven van de anarchist Verhaeren. Zijn moeilijke jeugd, de eerste verzen, de lange zoektocht naar uitgevers en de zwarte sneeuw die daar bij hoort. Hij en zijn medestanders konden daarbij rekenen op wat bescherming van liberale lieden die in de vernieuwing binnen de poëzie en de radicale filosofie die daar bij hoorde geen graten zagen. Het waren inderdaad andere tijden. Nu ja, Verhaeren en zijn maten mag je wel rekenen bij het soort kunstige salon-anarchisten die binnen een vrij burgerlijk milieu vooral filosoferen rond anarchie, maar die je niet onmiddellijk  met de ‘propaganda van de daad’ moet gaan associëren. Anarchique, noemde een jullie allen welbekende vriendin van mij dit soort sjarels. De toorn van God was danig ziedend, toen hij een bord met dezelfde letters opmerkte aan de ingang van haar trouwfeest. Rond middernacht besliste hij dan ook een orkaan door de feest te laten razen. Sinds die dag heet dat oord van verderf Kampenheuvel, een niet mis te verstande hint voor nakomelingen die zich hetzelfde zouden avonturieren.

Dit verhaal staat er maar om dat ik weinig over Verhaeren te melden heb. Lieven Plouvier bracht de figuur van de man reeds onder de aandacht. Ik moet eigenlijk eerlijk bekennen dat ik na drie jaar en ettelijke pogingen de biografie gelaten heb voor wat ze was. Op pagina 572 van de 1075 gaf ik de pijp aan Maarten en nam mij voor eerstdaags zeker het museum te gaan bezoeken. Iemand mee?

De biografie van Verhaeren kwam uit bij EPO in 2012 en kan je bestellen via vzw ’t Uilekot. Het boek kost 49,50 € , leden krijgen 10 % korting, maar dringen daar best zelf op aan. Het boek is een aanrader voor de echte Verhaeren-historici die details willen kennen en opzoeken, maar lag mij toch iets te zwaar op de maag. Ter vergelijking: ik ben net aan evenveel bladzijden Gramsci begonnen, maar dat gaat beter vooruit.

Elcker-Ik, 45 jaar sociale actie.

Tijdens mijn leesmarathon maakte ik van de tijd waarin Verhaeren gedijde (straks laat ik het iets ouder Nederlands ook wel aan kant) een deftige sprong in de geschiedenis naar de Elcker-Ik centra. Ken je Vormingplus? OK, Elcker-Ik is er de voorloper van, om het even vrij simpel uit de doeken te doen. Wie schrijft er nu een boek over een organisatie, ga je denken? Wel: Walter Lootens. En als de Walter een boek schrijft, dan doet hij dat goed. De meeste mensen kennen hem van boeken rond Zuid-Amerika, die ook steevast de kolommen van dit kwaliteitsgericht cultureel tijdschrift (neem even abstractie van de verkeerde splitsingen en andere storende typfouten) haalden.

Lootens beschrijft ook méér dan een organisatie. Hij duikt in de archieven uit die periode en beschrijft een rebelse tijdsgeest van de mensen die achter deze beweging stonden. Dat levert een heel mooie prent op van een organisatie die ongeveer alles voortbracht wat er voor te brengen was. Lootens schrijft over het VAKA (Vlaams Aktiekomitee Tegen Atoomwapens (de beweging die in de jaren tachtig de strijd tegen de Amerikaanse raketten lanceerde), Gastvrij Antwerpen, Hand in Hand, de eerste kringloopcentra, vormingsinitiatieven, de drukkerij De Wrikker en tal van andere initiatieven. Allen kwamen ze uit de koker van deze groep mensen (met figuren als Hugo Onghenae, Paul pijp Janssens, Jan Dreezen e.a.).

Lootens haalt er ook de klassieke problemen bij die elke geëngageerde organisatie kent (de ene al wat meer dan de andere): moeilijkheden om een pand te onderhouden en er te blijven, interne conflicten tussen mensen die graag discuteren of vergaderen en anderen die liever de hand aan de ploeg slaan, financiële moeilijkheden, persoonlijke conflicten tussen mensen… Niets werelds is ons vreemd, zeker niet als er mensen van verschillende generaties in een clubje samen proberen te werken. Financiële problemen zijn bij deze te kiezen als meest aangename situatie: ze zorgen tenminste voor samenhang, tenminste als je er uit geraakt. Hoe meer spijs op de rekening van een vereniging, hoe méér conflicten over de aanwending ervan.

Het boek is mooi geïllustreerd en vorm gegeven en is te koop voor de belachelijke prijs van 24,90 € in vzw ’t Uilekot. Het is echt een mooie overzicht, weliswaar grotendeels beperkt tot het dorp Antwerpen, van het engagement in die jaren. Fijn voor ouderen die even willen wegdromen of de geest graag opfrissen. Tof voor jongeren die willen begrijpen wat er allemaal onder die grijze hersenpannen zat of zit.

En als Walter ooit tijd heeft, dan mag hij beginnen aan een gelijkaardig boek voor vzw ’t Uilekot. Wij bestaan 45 jaar in 2019.

Blommaert, De Cauter en co.

Ik ben iemand die zich regelmatig stoort aan iets, maar dat is voor de meesten van jullie een open deur intrappen. En één van die dingen die mij steevast een aantal vloeken en een dosis gefoeter opleveren, dat is het pseudo-modern management-taalgebruik dat velen van ons hanteren. Ik krijg constipatie, koude rillingen en zweetuitbarstingen als ik tijdens een gesprek de woorden concepten, doelgroepen, core-bieznies en co hoor vallen. Ideetjes worden concepten, verandering wordt bescheten transitie en zorg dragen voor ecologie wordt duurzaamheid. Regelmatig zie je dan bedrijven het concept opvatten om in het kader van een transitie naar een duurzamer vergoeding voor de aandeelhouders, duizenden mensen (of beter units of VTE’s) op straat te zetten.

Ik hou, zoals elke Vlaam of Vlaming, al jaren de sprekende vuist gebald in mijn zakken als ik dergelijke zaken hoor maar durf ze niet aan het daglicht te tonen uit vrees door jongere vrienden en collega’s definitief naar de schandpaal verwezen te worden of bestempeld te worden als een extremistische gek die dringend achter de tralies moet.

Nu ik quasi toch al tot deze eenzaamheid veroordeeld ben, krijg ik toch wel gelijk zeker? En dit nog van de heren Jan Blommaert, Rudi Laermans, Lieven De Cauter en Karel Vanhaesebrouck. Toegegeven, het zijn ook geen pubers meer, maar toch, alle beetjes helpen!

Jan Blommaert publiceerde het boek “Let op je woorden: politiek, taal en strijd.” Hij heeft het over de politieke taalverwarring die de plak zwaait. In heel wat woorden en redeneringen nemen veel mensen de taal van het neoliberalisme over zonder daar eigenlijk bij stil te staan. Vermits taal ook culturele dominantie is, moeten we er geen tekeningske bij maken wie daarvan profijt haalt.

Blommaert komt met vragen aandraven als: Neemt een werknemer echt werk en geeft een werkgever werk? Die werknemer verhuurt toch zijn lichaam aan een vooraf overeengekomen prijs? Die krijgt dus toch niets? Die neemt ook niks? Die doet aan ruilhandel. De auteur haalt zo tientallen voorbeelden boven en verduidelijkt hoe ‘framing’ te werk gaat binnen vb. de pers. Men stelt begrippen als neutraal voor die het eigenlijk niet zijn. Afhankelijk van onze ideologische keuze rond systemen die we steunen gaan we groepen gewapende strijders de ene keer terroristen, de andere keer guerilleros, vrijheidsstrijders of gewapende bendes noemen. Een strijder die destijds in Afghanistan tegen de Russen vocht was steevast een vrijheidsstrijder maar is allicht ondertussen lid van een gewapende bende.

Hetzelfde gebeurt vb. bij stakingen. De vakbonden krijgen soms het verwijt een politieke staking te organiseren. Meestal komt dit verwijt van rechtse politici of hun volgelingen. Men staat er in dit geval niet bij stil dat stakingen sowieso politiek zijn. Politiek hoeft daarom geen partijpolitiek te zijn, maar is elk streven tot maatschappelijke verandering. Dat je het verwijt van aan politiek te doen dan ook nog krijgt van betaalde beroepspolitici, is er ver over.

Blommaert gaat zo een 165 pagina’s verder en voorziet telkens zijn tussenkomsten van spitse commentaren die bruikbaar zijn in het dagelijks leven. Ze zijn een welkom vademecum van argumenten. Achteraan stelt de auteur een aantal oefeningen voor die de lezer individueel of bij groepsvormingen kan gebruiken.

Het boek is te koop voor 19,90 € in het gekende huis van vertrouwen.

Het meeste plezier heb ik beleefd aan het boek ‘Klein Lexicon van het managementjargon, een kritiek van de nieuwe newspeak.’ Als pleonasme kan dat tellen. De drie auteurs hebben allemaal wat te maken met cultuurfilosofie en sociologie.

Zij zijn al van bij de inleiding klaar en duidelijk: “De woorden die wij gebruiken zijn tegelijk oorzaak én gevolg van het feit dat het neoliberalisme zo diep in ons denken is doorgedrongen. Telkens we deze besmette en besmettelijke woorden uitspreken, besmetten we onszelf en verspreiden we de infectie. Daarom moet dit sluipend gif, dit alomtegenwoordig en dus onschuldig lijkend maar verderfelijk taalgebruik voor eens en voor altijd aan de kaak worden gesteld.

Ziezo, wat volgt is een uitgebreide woordenlijst van termen die een verduidelijkende uitleg krijgen. Hier en daar wordt ook verteld wat de betekenis is/was in een andere context en hoe men ze uit hun natuurlijke context getrokken heeft om er een managementsaus over te gieten.

Daarbij werkt hun lexicon regelmatig op de gezonde lachspieren:

Consensus: Dat een beetje beslissing ook keuzes inhoudt die zijn gebaseerd op achterliggende waarden, waarover men van mening kan verschillen, dat hoort de hedendaagse politicus of bestuurder niet graag. Geïnspireerd door de geest van het management huldigt hij een in wezen apolitieke visie.

Functioneringsgesprek: Jaarlijks ritueel waarbij werknemers bij de baas worden geroepen om te kijken of alles wel lekker loopt. Dit is een tijdrovende en weinig functionele formaliteit, die uiteindelijk toch de hiërarchie pijnlijk duidelijk maakt.

Creative Industrie: De totale economisering van cultuur is daarmee een feit. Adorno’s profetie over wat hij nog de ‘cultuurindustrie’ noemde, is realiteit geworden: we horen niet eens meer de contradictie tussen cultuur en industrie.

Bij het boek horen veel verwijzingen en een uitgebreide literatuurlijst voor diegenen die zich willen verdiepen. Ook dit boek is te koop via ’t Uilekot. Zelf ga ik mij nu verder wat bezig houden met het reorganiseren van mijn stapel. Het probleem daarbij is dat ondertussen ook het twee jaar geleden geleverde boekenrek, waar de exemplaren die van de stapel komen naar verhuizen, te klein geworden is. Ik weet dus niet meer waar ik met de gelezen exemplaren heen moet. Misschien de stapel ernaast?

Filip De Bodt

Tags: