Login

CAPTCHA
Deze vraag dient om na te gaan of u een menselijke bezoeker bent teneinde spam inzendingen te vermijden.
11 + 0 =
Solve this simple math problem and enter the result. E.g. for 1+3, enter 4.

Een vergeten taal in België: Lëtzbuergesch

België werd internationaal erkend in 1839 door het akkoord van Londen, net op tijd want het Nederlands leger was goed op weg om België te heroveren. Op dat moment kreeg België het westelijk deel van Luxemburg (de huidige provincie Luxemburg) als bonus. Het oostelijk deel van Luxemburg werd een semi-onafhankelijke staat binnen de Duitse bond met de Nederlandse koning als Groothertog. Men hoefde dus weinig te vrezen voor weerwerk uit deze hoek. In 1867 werd op de tweede conferentie van London het Groothertogdom Luxemburg internationaal erkend als onafhankelijk land. De meest gesproken taal was het 'Lëtzbuergesch', maar in 1867 was het nog geen officiële taal in het Groot Hertogdom. Deze taal, ook Moselfränkisch genoemd, wordt ook in de aanpalende Duitse Eifel (Trier) en in het Franse Thionville gesproken, maar eveneens in het in België in Arel (Aarlen) en Zënt-Vait (Sankt Vith). Dat zijn twee kleinere regio's waarvan Sankt Vith slechts na Wereldoorlog I Belgisch werd. Alles samen zijn dat nu naar schatting een 300.000 sprekers, tien keer zoveel dan Ierse native speakers.

Een boeiende figuur was Caspar Mathias Spoo (1837-1914). Spoo was eigenaar van een werkplaats waar landbouwmachines hersteld werden. Hij deed inspanningen om de werkomstandigheden van zijn arbeiders te verbeteren. In 1896 kwam hij als eerste socialist in het GH Luxemburgs parlement. In datzelfde jaar slaagde hij er reeds in het Lëtzbuergesch als officiële taal te laten erkennen. Hij verkreeg ook dat de taal op school aangeleerd werd. Spoo maakte zich daarnaast verdienstelijk als poëet.

De Franstalige gemeenschap erkende in 1990 de taal als regionale taal, het 'Francique'. Deze benaming kan wat vreemd lijken, het Lëtzbuergesch is echter een Frankische taal, vandaar.

België ondertekende het 'Europees handvest voor regionale talen of talen van minderheden' (ECRML) niet. Dus heeft België dan ook geen maatregelen genomen om de taal te ondersteunen.

Enerzijds betekent het ondersteunen van een verdwijnende taal ook het ondersteunen van culturele en linguïstische diversiteit; anderzijds kan er aangevoerd worden dat een kleiner aantal talen de onderliggende communicatie bevordert. Naar welke strategie zou onze voorkeur gaan?

Om een beetje een indruk te krijgen vertaalden we met behulp van Google enkele zinnetjes: 'D'Uilekot ass déi al hippies Awunner' en 'Kräiz awer gutt-entsuergt'.

Wim Thienpont

Tags: