Login

CAPTCHA
Deze vraag dient om na te gaan of u een menselijke bezoeker bent teneinde spam inzendingen te vermijden.
4 + 13 =
Solve this simple math problem and enter the result. E.g. for 1+3, enter 4.

Ecologische en ethische labels als marketingtool

De productie van kleding draagt voor een groot deel bij aan de vervuiling van onze planeet. Mode is namelijk Big Business. Wereldwijd wordt er door de consument rond de $1 biljoen per jaar aan kleren uitgegeven. Ondertussen steken ecolabels de kop op en wordt duurzaamheid een heuse trend maar toch verandert er niets fundamenteel... Hoe zit dat nu eigenlijk in die industrie?

Er hebben zich de voorbije eeuw enkele grote verschuivingen voorgedaan in de textielindustrie. Vroeger produceerde men kleding bij ons maar sinds de jaren '70 is die hele productie verhuisd naar het Oosten. Tussen 1980 en 1995 is de textielproductie van Azië met 98% gestegen terwijl de productie in Europa met 32% is gedaald. De centra voor onderzoek en kassa’s voor de inning van de winsten zijn echter niet mee verhuisd. De machtcentra aan de basis van de modeindustrie zitten nog steeds in het Westen. Vandaag zijn het kledingmerken en niet de producenten, zoals dat dus vroeger het geval was, die de hele keten in handen hebben. Grote kledingmerken zoals we er vandaag elk tientallen kunnen opnoemen besteden de productie uit. Dit fenomeen heet delokalisatie en heeft een enorme maatschappelijke impact, op sociaal en ecologisch vlak. Doordat kledingmerken met onderaannemingen werken genieten zij van een enorme flexibiliteit en kunnen ze steeds op zoek gaan naar de laagste prijzen. De mobiliteit van deze productieketen geeft de kledingmerken ook voordelen op gebied van fiscale- en arbeidswetgeving. De kledingmerken hebben dus de macht in handen om eisen te stellen, en het zijn de arbeiders die deze gevolgen vaak mogen opvangen. Dit in de vorm van lage lonen, lange werkdagen, slechte arbeidsomstandigheden, minimale rechten op organisatie,... Omwille van die uitbestedingen en een brede productiebasis is het erg lastig om het productieproces te controleren. Vele leveranciers werken namelijk met thuiswerkers die per stuk betaald worden en geen arbeidsrechten hebben. Het is te gemakkelijk voor bedrijven om de verantwoordelijkheid door te schuiven.
 
Naast delokalisatie zien we ook een groter wordende concentratie van merken. Bedrijven kopen elkaar op tot ze allemaal gebundeld zijn in gigantische multinationale concerns. Zoals dit ook gebeurd in andere sectoren zorgt dit systeem ervoor dat de kleintjes eruit worden gespeeld. Een groot bedrijf kan meer voordelen genieten dan een klein in prijzen, dat zijn nu eenmaal de regels van het spel. De kleintjes hebben vaak maar 2 opties: opgegeten worden en overleven in de buik van de grote vis, of sterven van de honger. Dit fenomeen zorgt in de modewereld niet enkel voor een perverse machtsconcentratie maar ook voor meer unformiteit. Eigenheid en authenticiteit zijn steeds zeldzamer in de modeindustrie. Wat wil je, als er in elke wereldstad wel een Topshop, Zara en H&M te vinden is.
 
Er heeft zich dus duidelijk een grote verschuiving voorgedaan in de modeindustrie. Daar waar deze sector oorspronkelijk een industriële activiteit was is ze nu vooral een commerciële zaak geworden. Om maar even mee te geven, de productiekost van een kledingstuk bevat vaak minder dan 5% van de eindprijs. Dit systeem heeft ervoor gezord dat de productie geen waarde meer heeft. De meerwaarde wordt ‘zogezegd’ gevormd door onderzoek, innovatie en commercialisering. Maar dat komt in de praktijk eigenlijk neer op: ‘marketing’ en daaraan gekoppeld ‘trends’. Niet de lonen maar het geld voor reclame en de winst zorgen voor de grootste kosten in de kledingindustrie .
 
Duurzame labels
 
Sinds de jaren '90 steken internationale campagnes de kop op om te wijzen op de arbeidsomstandigheden in de modeindustrie. In Europa is vooral de schone kleren campagne actief om ondernemingen te dwingen de fundamentele rechten van de werknemers te respecteren. De ontwikkeling van de Schone Kleren gedragscode in 1997, gebaseerd op conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie, was een stap naar een meer structurele aanpak in het afdwingen van arbeidsrechten. Daarnaast was het ook een manier om het groeiende aantal ondermaatse bedrijfscodes naast een gemeenschappelijke maatstaf te leggen. Toch zijn het vaak nog de ondernemingen zelf die een eigen gedragscode opstellen voor hun economische activiteiten in het buitenland. In zo’n code geven ze aan welke normen op het gebied van arbeidsomstandigheden en milieu ze willen naleven. Toch hebben die gedragscodes veel weg van een marketingtruc. Fundamentele arbeidsnormen die in verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) zijn vastgelegd ontbreken vaak in de codes. En een algemene verwijzing naar ‘goede en veilige werkomstandigheden’ zonder dat te specificeren, is moeilijk te controleren. Sommige bedrijven zeggen in hun code ook niets over regels voor uitbestedingen. En daar zijn de arbeidsomstandigheden juist het zwaarst.
 
Naast een gedragscode kunnen bedrijven ervoor kiezen zich aan te sluiten bij een label. Zo zijn er initiatieven ontstaan waarin bedrijven, vakbonden en maatschappelijke organisaties samenwerken aan verbetering van arbeidsomstandigheden. Maar zoals ook bij andere multi-stakeholder initiatieven zit hier ook het probleem dat die controles vaak worden uitgevoerd door gigantische controlemultinationals, met alle gevolgen van dien.
 
Als consument word je bestookt met tientallen labels die elk beweren duurzame producten te leveren. Een eerste probleem daarbij is dat er een onderscheid gemaakt tussen ecolabels en fair labels. Ecologische labels richten zich vaak enkel op het milieuaspect. Die labels zijn dus an sich al niet duurzaam want het ecologische en sociale aspect horen samen voor je over duurzaamheid kan spreken. Of klinkt het OK om heerlijke organische biokatoen te dragen die geplukt is door kinderen? Of een zeer vervuilende nylon die wel in ‘goeie’ arbeidsomstandigheden zijn gemaakt? Er zal toch wel iemand last hebben van het afval, nietwaar? 
 
Toch zijn er labels die beweren op beide aspecten te spelen maar daarbij is het toch is het verwonderlijk dat ook grote bedrijven als H&M, voor bepaalde lijnen, een fair label kunnen bemachtigen. Dat doet toch de werkbrauwen fronsen. Onder andere de ‘Conscious’ collectie van H&M wordt aan zeer lage prijzen verkocht. En dat geld gaat dan terug naar de marketingmachine want die er mede voor zorgt dat wij die collectie willen omdat ze er zo mooi en natuurlijk uitziet. Een ander geval is dat van Zara, lid van het multi-stakeholder initatief Ethical Trading Initiative, laatste zomer werd een onderaaneming van Zara in Brazilië nog betrapt op slavernij... 
 
Ecomode is in
 
In het systeem waarin we leven, waarbij consumeren een must is, en de kroon vormt op het harde wekelijkse werk, moet er geproduceerd worden. Daarom zijn trends het kind van het kapitalistisch systeem. Trends zorgen ervoor dat je elk seizoen een nieuwe garderobe moet aankopen, de lage prijzen zorgen ervoor dat dit financieel haalbaar is. Dat zorgt voor overconsumptie en een gigantische afvalberg (of gigantische stockagekleerkasten in de slaapkamers). Trends zijn dus niet duurzaam, en de creativiteit bevordert ze ook al niet want herkauwing en namaak zijn schering en inslag in de modewereld. Er worden letterlijk trends uitgevonden, grote trendbureau’s zoeken koortsachtig mogelijkheden, kledingmerken wachten op de trendbijbels om deze ‘uitvindingen’ in de praktijk te brengen. Modebladen zorgen ervoor dat wij te zien krijgen wat deze machines hebben voortgebracht, en uiteindelijk hollen wij naar de winkel om mee te zijn met die trends. Elk seizoen opnieuw.
 
En zo werkt ook de trend van de ecologie, van de faire mode. Ecomode is in, fair trade is een trend op zich! Via marketingtrucs worden deze lijnen gepromoot. De textielindustrie schreeuwt met leuzen als ‘100% zuiver scheerwol’ en ‘organisch katoen’, de labellogo’s geprint op FSC papier. Via fotoreportages verleiden ze jou met beelden van witte doorzichtige kleedjes, natuurlijk mooie omgevingen en onschuldige vrouwen. De modeindustrie zorgt ervoor dat jij die ecologische en ethische mode wilt en hopen dat daarmee je geweten is gesust.
 
Gedragscodes en labels nemen het probleem niet bij de wortels aan. Er is te weinig controle en als er controle is ligt die vaak in handen van concerns, garantie is er tot op heden niet. En kunnen we die ooit krijgen zolang we in een kapitalistisch systeem leven? De toekomst ligt niet alleen in het gebruik van natuurlijk, gekleurd, ecologisch katoen, bamboevezels en hennephanddoeken. Het systeem moet anders én we moeten echt anders gaan denken over esthetiek in de mode. Waarom was dat rode bloemetjesrokje vorig jaar mooi en nu niet meer? De Mona Lisa vinden we toch al honderden jaren mooi?
 
Nina De Wolf
 
 
Dit onderzoek is mogelijk door de steun van Youth in Action en de Provincie Oost-Vlaanderen.

Tags: