Al jaren was ik op zoek naar ‘Ex’ van Peter Vermeersch. Toen ik de politiciloog verbonden aan de KUL terug tegenkwam in een boeiende aflevering van Zwijgen is geen optie over Belarus besloot ik opnieuw in de Krook in Gent het boek te zoeken. En zie, het lag zomaar op de afdeling romans in de rekken.
Ik lees en kan niet stoppen. Het boek is bedwelmend, avontuurlijk, beschouwend, de verschillende hoofdstukken reizen langs de verschillende deelrepublieken van het voormalige Joegoslavië. Er zijn sterke parallellen met Johan de Boose’s recente en lijvige meesterwerk over dezelfde regio.
Hoe meer je leest en weet hoe meer je beseft dat je eigenlijk niets weet, dat je nog geen honderdste van de Balkan hebt gezien en gesnapt. Dat gevoel overvalt me heel sterk als ik Ex lees.
Servië
Neem nu het hoofdstuk ‘Vaders’, een Servische omzwerving luidt de mooie ondertitel. Peter Vermeersch reist door Oost-Servië, het plakt aan de Donau, toeristen kun je op een hand tellen.
De schrijver passeert er op plekken als Lepenski Vir, Golubac, Veliko Gradiste. Ik leg mijn grote detailkaart van Noord-Servië op tafel en duidt de plekken aan met een rode stift, mijn vrouw begint zich zorgen te maken: “Ga je terug naar Servië?”. Ik antwoord laconiek: “Nee, ik heb Zomerbar van Hart boven Hard Lokeren. Overmorgen misschien?
Mag ik een stukje delen dat me helemaal in de ban doet raken van een deel van Servië waar mijn tweewieler me nog niet bracht?
‘Met zoveel vage geografie en onbestemd verleden rondom ons verwachten we niet meteen te stuiten op tekenen van het alledaagse heden, maar nog geen paar honderd meter voorbij de steengroeve passeren we een restaurant met een terras, een boom en een speeltuintje. Ook hier bestaan sommige zondagmiddagen uit familiefeesten met kleinkinderen op de schommel.’ (122)
Het boek passeert ook uitgebreid in Tuzla, Sarajevo, Banja Luka … Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. De gesprekken die Vermeersch heeft -ook hier een sterke parallel met de Boose, zelfs met Geert Mak– gaan naar de diepte, peilen naar immens verdriet, zijn teder, ontzettend leerrijk. Ex is grote literatuur. Microverhalen verweven met macropolitiek is wat ook deze roman zo goed doet.
Ik troost me. In het najaar mag ik reisverhalen en onaffe gedachten uit de Balkan delen in Temse, Herzele, Denderbelle, Hasselt. Wie weet kruisen we elkaar?
Stefaan Segaert
is politiek opbouwwerker bij Hart Boven Hard en organiseert op donderdag 1 oktober de workshop ‘Leren van het verzet in Oost- en Midden-Europa’ in ’t Uilekot. Vrije bijdrage en i.s.m. vzw Climaxi.
Dit artikel verscheen in de maand juli in ons kwartaaltijdschrift ‘Uilenbulletijn’ die leden thuis ontvangen. Wil je ook lid worden en zo onze werking steunen? Lees meer hier.
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2026/08/Peter-Veremeersch-Ex-boek-e1787418586874.jpg360427uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2026-08-24 12:00:002026-08-22 19:13:10Peter Vermeersch: Ex
Toen ik op weg naar de Balkan een zekere euforie deelde op zondagavond 12 april met de verkiezingsoverwinning van Peter Magyar waren er enkele venijnige reacties die mijn gevoel misplaatst vonden. De docu ‘Hotline Hongarije’ waar ik naar verwees was hoogst ongenuanceerd en Orban werd een ‘rasechte krijger’ genoemd, de democratie had zwaar gefaald beet een dame me toe. De poorten voor de migranten worden massaal geopend …
Naar de krook
Eerder dan in een bitsige polemiek op sociale media te investeren nam ik me voor om me extra te verdiepen in Hongarije, ik moet toegeven dat het voor mij tot nu toe vooral een doorgangsland was geweest op trein- en fietsweg naar Servië of dieper de Balkan in.
In de Krook botste ik op ‘De clan van Orban’ van de NRC-journalist Tijn Sadée die de voorbije decennia erg intensieve research had gedaan, niet alleen in Boedapest. Het boek is onder andere een weergave van gesprekken met voor-en tegenstanders van het Orbanregime. Die zijn beklijvend, verhelderend, soms ook ronduit shockerend.
Het boek eindigt in 2024, er is al schuchter sprake van Peter Magyar maar als lezer krijg je toch vooral inzicht in de transformatie van Fidesz van een liberale naar een christelijk-nationalistische partij in een lang tijdvak. Victor Orban wordt gevolgd vanaf zijn rebelse jaren in 1988. Moskou is dan zijn grote vijand, vandaag drinkt Orban thee met Poetin. Het kan verkeren …
De thema’s in het boek worden grondig uitgespit: de staat van de gezondheidszorg en het onderwijs, de zelfverrijking, de verstrengeling van economie en politiek en media, de teleurstelling omdat PIS in Polen naar de oppositie wordt verdreven, de cultuurstrijd tegen woke en genderwaanzin, speerpunten van de ideologie van Fidesz. Migratie, mensen op de vlucht, het beklemtonen van het Hongaarschristelijk karakter … het is allemaal politiek verstrengeld in elkaar. Een van de centrale rode draden? De endemische corruptie, het brutaal afrekenen met tegenstanders, het smoren van de meerstemmigheid in het publieke debat.
Het bredere verhaal
Het is niet eens een publiek geheim dat autoritaire leiders als Trump met enorme bewondering kijken naar Orban. Op zijn beurt zijn er innige en warme relaties van Orban met de Slowaakse leider Fico, Erdogan, Poetin, Bolsonaro, Le Pen, Vucic in Servië.
In een artikel van De Standaard in februari 2026 windt VS-en Hongarijekenner Kim Lane Scheppele er geen doekjes om: “De regering Trump haalt vaak de mosterd bij Orban. De ideologische verstrengeling tussen Trump en Orban is zonneklaar: Victor Orbans Engelstalige denktank, het Danube Institute, hield mee de pen vast van het Amerikaanse Project 2025”.
Ook binnen Europa worden er vaak hand- en spandiensten verleend van de ene autoritaire leider naar de andere extreemrechtse kliek.
Het boek leert helder dat Orbans ambities ver buiten het land aan de Donau reiken: “De langetermijntactiek is het creëren van een nieuw politiek krachtenveld in Europa dat lak heeft aan rechtsstaat en democratie”. Corruptieonderzoeker Sandor Lederer zegt daarover: “Daarom helpen Orban’s spindoctors achter de schermen mee bij verkiezingen in landen als Polen en Slowakije”.
Waarom dit boek lezen?
Vooraleer we verder op inhoud focussen: het boek van Tijn Sadée is ontzettend vlot geschreven, erg toegankelijk, kent erg veel vaart. Doordat hij met allerlei stakeholders, schrijvers, ideologen, Europarlementsleden, bedrijfsleiders, mediabonzen en politici ter linker-en rechterzijde contact heeft krijg je een breed zicht op de Hongaarse samenleving.
De journalist trekt naar de grensgebieden, naar de kleine dorpen, naar de politiek heel diverse wijken in de hoofdstad. Het boek lijkt de vrucht van jarenlange opgebouwde stevige expertise. Laten we bidden voor dit soort onderzoeksjournalistiek dat zoveel verder graaft dan de waan van de dag.
Het boek toont de breuklijnen maar is ook ontluisterend voor een partij als Fidesz die grossiert in leugens, in bangmakerij, in polarisatie. En toegegeven: ze zijn ontzettend goed georganiseerd, hebben communicatiespecialisten en mediabedrijven die via sociale media en straatcampagnes er meesterlijk in slagen om gedurende vier legislaturen bijna 2/3 van de Hongaren aan Orban te binden.
Een aantal kernelementen van Orban
Ik zoek in het boek naar enkele elementen in de ideologie van Fidesz en vind volgende treffende citaten:
“Zonder vijandsbeeld valt Orban’s machinerie stil”
“Een mediaconglomeraat van aan Orban gelieerde ondernemers beheersen in totaal ruim 80 procent van de media”
“De clerus is Orbans trouwste bondgenoot”
“Orban is een politicus die voor zichzelf en zijn vrienden rijkdom vergaart, Orban leeft boven de wet volgens de dissidente dominee Gabor Ivanyi”
“Kinderrijke gezinnen worden overladen met financiële toelagen”
“Mantra #havingchildrenissavingtheworld is een onderdeel van de poging om de braindrain, de ontvolking in Hongarije … tegen te gaan. Ze gaat hand in hand met homofobie en islamofobie.”
“Kerndossiers als een falende gezondheidszorg en een onderwijs in crisis zijn prangende thema’s die bij Fidesz onaangeroerd blijven …”
‘No migration, no gender, no war’ is een van Orban’s slogans waarmee hij naar Brussel reist.
Stefaan Segaert
werkt als politiek opbouwwerker bij de burgerbeweging Hart boven Hard en organiseert op donderdag 1 oktober, 19u30, een workshop in ’t Uilekot.
Dit artikel verscheen in de maand juli in ons kwartaaltijdschrift ‘Uilenbulletijn’ die leden thuis ontvangen. Wil je ook lid worden en zo onze werking steunen? Lees meer hier.
Vlamingen Vooruit? Wat krijgen we nu? Socialisten met flamingantische trekjes of een lichting progressieve Vlaamse nationalisten? Het antwoord zal de lezer wellicht verbazen: Vlamingen Vooruit was in het midden van de 19e eeuw een nationale progressieve beweging. Vlamingen Vooruit werd in 1858 opgericht op initiatief van Eugène Van Bemmel (Gentenaar en prof aan de Franstalige universiteit van Brussel). De leden van VV waren radicale liberalen, onafhankelijke progressieven en socialistische voorlopers.
VV had brede ambities en een rijk gevulde agenda: VV ijverde ervoor dat beide landstalen evenwaardig zouden worden in publieke domeinen zoals onderwijs en rechtspraak. Op sociaal vlak had VV veel aandacht voor betere arbeidsomstandigheden, ze waren onder andere hevige tegenstanders van kinderarbeid onder de 12 jaar. VV promootte maatschappijen voor onderlinge bijstand – de voorlopers van ziekenfondsen en pensioenfondsen – en armoedebestrijding in het algemeen. Ze steunden dergelijke initiatieven ook daadwerkelijk. We onthouden hier de naam van Emiel Moyson.
Als hoofdoorzaak van armoede werd het grootgrondbezit gezien. Economische gelijkheid was dan ook een belangrijk actiepunt. Kredietmogelijkheden voor zelfstandige ondernemers zoals landbouwers en winkeliers waren een middel om economische gelijkheid na te streven. Ook het recht op onderwijs in functie van beroepsbekwaamheid paste daarin.
Op juridisch vlak werden voorbijgestreefde Napoleontische wetten verwezen naar de prullenmand. Betaalbare post en telegrafie stonden ook op het verlanglijstje. Het engagement van VV kreeg ook gestalte in het organiseren van lezingen over gans het land, allerlei publicaties, het uitbouwen van regionale werkingen, het uitgeven van een ‘Jaarboekje voor het volk‘. De ambitie om de programmapunten ook langs politieke weg af te dwingen bleek iets te hoog gegrepen: hun politieke partij werd geen succes.
Manifest
In 1860 publiceerde VV zijn manifest ‘Vlamingen Vooruit’. Dat manifest beoogde een “eerlijke en reghtzinnige uitvoering der grondwet van 1830“. Het manifest publiceerde een reeks cijfers ter staving van hun stellingen. Het werd ook in het Frans gepubliceerd. Eveneens in 1860 groepeerden de vakbonden zich in het ‘Werkverbond‘. Het werkverbond gaf een gelijknamig weekblad uit dat het manifest van VV in afleveringen publiceerde. Het beter bekende Communistisch Manifest verscheen in 1848 maar werd pas 50 jaar later door Herman Gorter naar het Nederlands vertaald. In het Werkverbond kreeg het communistisch manifest geen aandacht.
In Gent waren progressieve liberalen zoals Emiel Moyson en Julius Vuylsteke actief binnen VV. Vooral Emiel Moyson ontpopte zich tot stakingsleider in de grote textielstakingen van 58-59. Hij stond de jonge vakbonden met raad en daad bij. Binnen het toenmalig vakbondswereldje werd hij als held gezien. Achteraf ook trouwens want de socialistische mutualiteit werd naar hem vernoemd. Julius Vuylsteke verdedigde de aangehouden stakers voor de rechtbank.
Vlamingen Vooruit ging ter ziele in 1862. De naam Vooruit verdween echter niet van het toneel: de term Vooruit was de arbeidersbeweging binnen gesijpeld: in 1865 scheurde de ‘De weversmaatschappij Vooruit‘ zich af van de ‘Broederlijke Wevers‘. In 1869 startte het weekblad van de eerste internationale in Brugge onder de noemer Vooruit, Moyson was medewerker. 1881 werd de ‘Samenwerkende Maatschappij Vooruit’ opgericht. Het is onbegonnen werk de tientallen initiatieven die de term ‘Vooruit’ in hun naam opnamen op te lijsten. Zowel van socialistische als liberale aard, fanfares, toneelgezelschappen, turnclubs enz.
In het heden noemen de Vlaamse socialisten zich ‘Vooruit‘, de ‘Samenwerkende Maatschappij Vooruit‘ moet zowat de oudste actieve coöperatie in België zijn en in Deinze is de ‘Theatergroep Vooruit‘ actief sinds 1858. Toevallig het jaar waarin ‘Vlamingen Vooruit’ gesticht werd. Tot zover een korte geschiedenis van de term Vooruit.
Wim Thienpont
Wim is geïnteresseerd in geschiedenis en kruipt als vrijwilliger graag in zijn pen voor vzw ’t Uilekot.
Dit artikel verscheen in de maand mei in ons kwartaaltijdschrift ‘Uilenbulletijn’ die leden thuis ontvangen. Wil je ook lid worden en zo onze werking steunen? Lees meer hier.
Wat bracht Dominique Willaert ertoe om zijn boek “Niet alles, maar veel begint bij luisteren” te schrijven? De aanleiding lag verrassend concreet. Na een eerdere, eerder theoretische publicatie over toenemende woede en maatschappelijk onbehagen in zijn boek ‘Dansen op een ziedende vulkaan’, werd hij uitgenodigd door een opbouwwerkster uit de Denderstreek om dat onbehagen ook in de praktijk te komen ervaren. Die ontmoeting vormde het startpunt van maandenlange gesprekken met bewoners, vaak mensen die zich niet gehoord voelen en zich door de politiek in de steek gelaten ervaren.
Ruth Souffriau:Wat bracht jou ertoe om een boek als ‘Niet alles, maar veel begint bij luisteren’ te schrijven? Was er een directe aanleiding, iets wat je opviel, waardoor je dacht: dit moet ik aankaarten?
Dominique Willaert:Hilde Verschaeve van SAAMO, een opbouwwerkster die in Denderleeuw actief was, zette mij op dat spoor. Ik ging op haar uitnodiging in en sprak met drie opbouwwerkers in Denderleeuw. Twee dingen vielen op. Ten eerste: de schrik van de traditionele partijen voor de hyena’s in maatpak, zo noem ik de Vlaams Belangers. En als tweede: heel veel mensen die zich in de steek gelaten voelen door de hogere overheden. Ik heb dan vrij snel intuïtief beslist om naar de Denderstreek te gaan en dan vooral om te luisteren naar mensen die op Vlaams Belang stemden of zouden stemmen.
RS: Wat is een opbouwwerker?
DW: Opbouwwerkers zijn heel actief in kwetsbare wijken. Ze brengen heel verschillende bevolkingsgroepen met mekaar in contact en proberen de sociale cohesie te versterken. Ze hanteren ook een rechtenbenadering. Ze informeren de mensen over welke rechten ze hebben en slaan zo een brug tussen de burger en het lokaal bestuur.
RS: In jouw boek wordt er geluisterd naar de gewone mens, de werkmens, de bejaarde, de allochtoon. Worden deze stemmen te vaak genegeerd?
DW: Een opvallende vaststelling zowel op mijn tocht door de Denderstreek als in Amerika was hoe graag mensen op verhaal komen. Ik heb de pech dat ik zo’n typisch links hoofd heb. Ik dacht dat er veel Vlaams Belang-kiezers zouden zeggen: met u wil ik niet babbelen. Maar niets was minder waar. Wat is wel heel belangrijk: mijn eerste gesprek was op een koffieterras in Ninove, met zes mannen. En zet drie of meer mannen samen, en ze geven show! Ge krijgt theater! Ik dacht: als ik diepe dingen wil te weten komen is een één op één gesprek veel interessanter. Dan pas kom je terecht in die diepere laagjes. Eén van die dingen was dat de lokale politici niet meer zichtbaar zijn. Vroeger gingen die bv heel vaak naar kermissen, naar bruiloften, naar een wielerwedstrijd… Ze waren aanspreekbaarder ook, omdat ze zitdagen organiseerden. Herman de Croo heeft dat zijn leven lang gedaan en Guy D’Haeseleer doet dat nu ook. Frank Beke en Daniël Termont gingen lang elke zaterdag door hun stad Gent. Ze kozen dan een wijk, belden aan, en vroegen hoe het ging. Ze schreven alles op maar deden geen beloftes, in tegenstelling tot Guy D’Haeseleer. Ze lieten wel hun ambtenaren van de bevoegde diensten uitzoeken wat er gedaan kon worden. Heel veel mensen nu hebben het gevoel dat naar de dingen waar zij mee zitten onvoldoende geluisterd wordt.
RS: Blijven politiekers te veel in een ivoren toren zitten momenteel?
DW: Daar wil ik geen populistisch antwoord op geven. Het is ook lastiger geworden momenteel hé. Ik denk dat besturen in vergelijking met vroeger een stuk technischer en een stuk complexer is. Ik wil daar voorzichtig in zijn. Maar dat is een grote uitdaging voor de politici van vandaag, om zowel lokaal, als regionaal als federaal een stuk aanwezig te zijn in de biotoop van de gewone mensen. Om te luisteren wat er leeft. Niet alleen noden, maar ook dromen. De burger moet de politici niet alleen lastigvallen met klachten, zorgen, of noden. Je maakt deel uit van een democratie en je hebt ook dromen. Democratie is meer dan luisteren naar het gezaag van mensen. Democratie is ook dromen van welke straat welk dorp, welke stad willen we, en hoe kan ik daar zelf ook iets aan bijdragen. Dus ik pleit ervoor om die balans op te maken.
RS: Dus we moeten luisteren naar de burger, maar we verwachten ook dat die daar zelf iets gaan doen?
DW: Dat wil de burger zelf! Ik heb heel veel spontane voorstellen gehoord. Probeer als politicus ook zicht te krijgen op de kennis en de expertise van mensen. Op de rijkdom van mensen.
RS: Wat als er gevoelige thema’s aangesneden worden? Hoe blijf je objectief? Hoe hou je je eigen mening hierbuiten?
DW: Je geraakt daaraan gewend. Plus als je basishouding bestaat uit luisteren, en je niet als doel hebt om iemand te bekeren, dan lukt dat. Ik ben ooit maar een keer uit mijn rol gevallen. Wat helpt als mensen rare dingen beginnen te zeggen is doorvragen. Zodanig dat mensen door uw vragen zelf een stukje beginnen na te denken en misschien tot de conclusie komen dat wat ze aan het zeggen zijn toch wat overdreven is. En ook: proberen te weten te komen via welke kanalen het mens- en maatschappijbeeld van mensen wordt gevormd. Je merkt bv. dat ouderen die eenzaam zijn heel veel info halen van internet. Dat schrijf ik ook in mijn boek: hoe meer belichaamde relaties, hoe gezonder en sterker de democratie. Een heel klassiek voorbeeld: cafés zijn zeer belangrijk in een democratie omdat in een goed draaiend café drie generaties langskomen: jongeren, volwassenen en ouderen. Ze lachen, ze zwanzen, ze delen hun bezorgdheden, ze maken ruzie, ze sluiten vriendschappen, ze troosten mekaar en ze zorgen ook voor mekaar. Dat gebeurt in vormen van belichaamde relaties. Op het moment dat je dat vervangt door internet krijg je totaal andere relaties. Eigenlijk zijn alle plekken met belichaamde relaties belangrijk voor de democratie. Een kantoor van de ziekenkas, van de vakbond, een café, een ontmoetingscentrum. Vroeger de kerk. Ze kwamen buiten en gingen een pintje drinken daarna, of ze gingen kaarten. Dat waren belangrijke rituelen.
RS: Dan valt me op dat dit nu net de dingen zijn die zo achteruitgaan, die verdwijnen.
DW: Vandaar ook dat er een relatie is tussen de achteruitgang van de democratie en het verdwijnen van al die plekken.
RS: Ligt dat aan de tijdsgeest?
DW: Neen, dat heeft te maken met technologische evolutie en dat heeft ook te maken met de besparingslogica. Men saneert al die dingen weg. In het kader van het neoliberalisme, dat al vier decennia een greep heeft op onze samenleving, zijn we in een soort efficiëntie-denken terechtgekomen. Dus alles wat niet opbrengt moet weg. Terwijl heel veel dingen die economisch niets opbrengen dat maatschappelijk wel doen! En dus heb je politici nodig die doorhebben dat economische welvaart uiteraard belangrijk is, maar dat maatschappelijk welzijn even belangrijk is. Mensen die zich goed- en thuis voelen in de wereld. En dat begint in je straat en in je dorp. Je thuis voelen in de wereld begint op lokaal niveau. Maar heel veel mensen voelen zich niet meer thuis.
RS: Ik heb persoonlijk heel veel moeite gehad om een stem te vinden bij andere culturen. Misschien is dat in de steden minder, maar hier in de Denderstreek liggen we echt nog ver uit mekaar. Welke eerste stappen kan een gemeenschap of vereniging zetten om die kloof te verkleinen?
DW: Dat heeft te maken met totaal andere referentiekaders, en het eerste wat we moeten doen is proberen zicht te krijgen op wat zij hebben als referentiekader. Hoe organiseren zij zich? Dat is veel informeler in vergelijking met ons. Ik heb heel veel mensen van kleur ontmoet die hard moeten werken om het einde van de maand te halen, die in flexibele uurroosters zitten, die meervoudig gekwetst zijn. Ik ga nooit het verhaal vergeten van de poetsvrouw met wie ik samen de bus nam en die gek werd van de stress. Omdat het openbaar vervoer zo slecht georganiseerd is, en omdat zij als zwarte vrouw wist dat het cliché leeft: dat zwarte mensen altijd te laat komen. Terwijl er buslijnen werden afgeschaft door ziekte, tekort aan chauffeurs. Dat wordt nooit besproken in het Vlaams Parlement met Annick De Ridder! Er zijn nog andere verklaringen, bv het feit dat je ook in de allochtone gemeenschap te maken krijgt met individualisering. Ook mensen met een migratieachtergrond zijn vooral bezig met zichzelf te realiseren, te ontplooien. En dat is een logische sociologische evolutie. Er zijn dus meerdere verklaringen waarom de samenleving op het platteland een stuk meer gesegregeerd is dan in de steden. Daar ben je bijna verplicht om samen te leven, omdat je ook letterlijk elkaars buur bent.
RS: Hoe kunnen lokale verenigingen, zoals ’t Uilekot een cultuur van Luisteren creëren, versterken?
DW: Die kunnen daar een hele grote rol in spelen, en dat zit ook in laagjes. Het feit dat vzw ’t Uilekot een café heeft. Dat is eigenlijk de eerste laag, waarin mensen een glas komen drinken en eigenlijk al op verhaal komen aan de toog. Maar je kan dat ook uitbreiden. Je kan vindplaatsgericht gaan werken en in de gemeenschap activiteiten opzetten waar je kan voelen en horen waar mensen mee zitten. Lokale besturen zouden veel meer gebruik moeten maken van een sterkere band met het middenveld. Maar het jammere is dat er heel veel vanuit wantrouwen wordt gewerkt. We zouden eigenlijk de relatie tussen burger en overheid moeten kunnen omzetten in een vertrouwensvolle relatie, en ik denk dat luisteren daar een grote rol kan in spelen. Luisteren is eigenlijk iets heel circulair. Dat is geen eenrichtingsverkeer. Dat is niet de politicus die plat op zijn buik moet en moet gaan luisteren naar de burger, het is ook de andere richting. De lokale overheden krijgen steeds meer opdrachten op hun bord geserveerd terwijl ze minder middelen krijgen. De burger weet dat vaak niet.
RS: Wat hoop of verwacht jij dat het project ‘Veel Begint Bij Luisteren’ in de Denderstreek teweeg kan brengen?
DW: Heel veel verwachtingen die ik had zijn ingelost. Namelijk een paar mensen in de streek hebben mekaar gevonden. Je zou kunnen zeggen dat ik een stuk dramaturgie voor deze streek heb ontwikkeld. ‘Plattelands-dramaturgie’, om een theaterterm te gebruiken. Wat doet een goeie dramaturg: hij gaat aan de slag met materiaal wat er al is. Dus ik heb goed geluisterd, een aantal verbanden gecreëerd en andere mensen de kans geboden om de voorzet die ik gaf binnen te koppen. Mensen die al lang actief zijn in de streek. Dat gaat over Filip De Bodt, dat gaat over Luc Barbé, over Geert Vandamme, Joke Claessens. Ik ben ook met heel veel bestuurders, ook nationale politici, gaan babbelen over mijn boek. En je merkt dat een paar inzichten in het boek hun wel raken.
RS: Is er iets in de huidige wereldsituatie wat jou hoop geeft? De verkiezingen in Hongarije? Of gaat de wereld naar de haaien?
DW: Dat de wereld naar de haaien zou gaan komt doordat de media in de extreemrechtse val trappen en alleen maar het apocalyptische nieuws brengen. De zoveelste waanzinnige uitspraak van Trump gaat veel meer clicks opleveren dan Ruth Souffriau die iets vertelt over de liefde en inzet voor haar streek. En er is ook een groot probleem met wat wij allemaal doen: de links-democratische mensen staren ook als konijnen naar de lichtbak! We gaan veel meer reageren op het nieuws van extreemrechts dan onze eigen verhalen te brengen. Wij hebben veel meer eigen infrastructuur nodig: mediakanalen, kranten, tijdschriften, waarin wij onze eigen verhalen, onze ideeën verteld krijgen aan onze achterban. De strategie van extreemrechts? Zij willen niets liever dan dat mensen angstig worden! Omdat een deel dan nog gemakkelijker overstag gaat richting extreemrechts. En dan hopen ze op een Messias, op iemand die het volk komt bevrijden. Maar zie wat er in Hongarije is gebeurd met de verkiezingen! Wat bijna niet kon is toch gebeurd: Magyar wint met 2/3 meerderheid. Door een zeer slimme campagne te hebben gevoerd. En dan zie ik diezelfde linkse mensen weer reageren en zeggen: ja maar, Magyar is even rechts, hij is conservatief. Een puur links progressieve politicus had geen enkele schijn van kans gemaakt in Hongarije. Dat is een conservatief land. Omwille van zijn geschiedenis en ook omwille van zijn geografie. Dat is iets wat mij diepongelukkig maakt: het gebrek aan strategisch inzicht aan de linkerzijde. Mensen moeten minder streven naar hun gelijk halen. Dus ik pleit fundamenteel voor nieuwsgierigheid als basishouding! Nooit stoppen met leren. Zet je eigen gelijk eventjes in de koelkast en leer van een ander zijn standpunt. Leg mij dat uit. Leg mij uit waarom die Magyar eigenlijk als enige kans maakte om die Orban van de troon te stoten. En waarom was en is dat het enige belangrijke: Orban moet weg.
RS: Is er nog iets waarvan je zegt dat zou ik nog graag zien gebeuren in dit project. Heb je nog een droom?
DW: Een droom die ik koester is dat we eigenlijk veel meer zouden moeten op zoek gaan naar de dingen die we delen. Ik noem dat: ons op slimmere manieren gaan organiseren. Een soort common creëren in de streek waarin mensen kennis en expertise delen. Proberen jonge mensen aan boord te krijgen. Dus ook luisteren naar jongeren. Op welk moment beslissen jongeren om al of niet aan boord te komen? Want wij hebben opvolgers nodig, en in het streven naar opvolgerschap moet je ook toelaten dat jonge mensen andere accenten gaan leggen. Omdat ze zich willen verhouden tot de tijd waarin zij leven. En niet alles moet op de schop, naar die mooie zin uit de internationale: sterft, gij oude vormen en gedachten…Als je een goede voorouder wil zijn moet je ook een paar oude gedachten durven laten sterven.
RS: Is er iets wat je nog zou willen meegeven aan de leden van ’t Uilekot en de lezers van dit Uilenbulletijn?
DW: Geloof in je eigen verhaal en breng dat veel meer tot uitdrukking! Ook dat is strategie van extreemrechts: ons alleen nog laten reageren op hen. Ik vind dat we veel meer tijd moeten vrijmaken om te zeggen: dit is de wereld waarin ik loop. En ‘practice what you preach’! Ik haal de meeste kracht uit mijn dagdagelijks werk. Elke dag krijg ik de kans om op een betekenisvolle manier om te gaan met andere mensen. En hen een stukje deelgenoot te kunnen maken van waarin ik geloof.
Ruth Souffriau
Ruth is projectmedewerker van vzw ’t Uilekot. Het project ‘Veel begint bij luisteren‘ loopt nog tot en met augustus 2026. Meer info via www.veelbegintbijluisteren.be
Dit artikel verscheen in de maand mei in ons kwartaaltijdschrift ‘Uilenbulletijn’ die leden thuis ontvangen. Wil je ook lid worden en zo onze werking steunen? Lees meer hier.
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2026/07/DSC07896-1-scaled.jpg14412560uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2026-07-08 06:00:002026-07-05 22:29:34Interview met Dominique Willaert
De betoging van het NSV voor ‘Remigratie’ lokte half maart in Leuven heel wat relletjes uit. De aanwezigheid van een kleine honderd voetbalhooligans droeg daar toe bij. De aanwezigheid en de rellen van voetbalhooligans op radicaal rechtse betogingen wordt een traditie. NSV of Vlaams Belang distantiëren zich niet. Ze teren op een rechtser wordende groep jongeren en de hang naar zinloos geweld.
Er werden vuurpijlen naar mensen gegooid op hun balkon die avond, feestjes aangevallen en de Hitlergroet was niet uit de lucht. Telkens het NSV (Nationalistisch Studenten Verbond) zijn jaarlijkse betoging houdt is het prijs. Enkele tegenbetogers worden dan meestal opgepakt en het parket kondigt een onderzoek aan. Wat die avond gebeurde blijft in het geheugen gegrift, niet alleen omwille van de feiten zelf, ook omwille van diegenen die er bij te pas kwamen. Bij extreem-rechts gaat dat meer en meer om voetbalhooligans. De pers vermeldt in een zinnetje dat een zestigtal hooligans aanwezig waren, waaronder enkelen van Club Brugge. Die voetbalhooligans vinden zich perfect in het extreem-rechtse discours van dit soort acties. Ze vormen een internationaal netwerk dat op heel wat matchen in binnen- en buitenland van zich laat horen. De acties worden aangekondigd aan het publiek via facebookpagina’s van hooligangroepen zoals Supporters Life-Ultras. Elke week kan je er beelden zien van hooligans die op de vuist gaan met linkse manifestanten of de politie. De pagina telt 27.000 volgers uit een heel aantal Europese landen.
Het NSV doet dan ook zijn best om voor wat sfeerschepping te zorgen tijdens zijn acties. Ze nodigen de bekende Voorpost-ordedienst uit om de groep te versterken. Ongeveer alle Vlaams Belang kopstukken waren aanwezig, ook de recent naar Herzele verhuisde Francesca Van Belleghem. In interviews bestempelt zij politiek vluchtelingen aan Brussel Noord als “sexuele roofdieren”. In kostuum als het moet, tussen de voetbalhooligans als het hen uitkomt. De internationale kopstukken zijn op deze betogingen ook steeds aanwezig. In Leuven kon men Manuel Corchia opmerken, een bekende neonazi uit Zwitserland en leider van de extreemrechtse groepering Junge Tat. Hij wordt in media regelmatig herkend tijdens acties waarin hij sympathie toont voor Adolf Hitler. Ook de in Leuven vaak gehoorde slogan ‘Duitsland voor de Duitsers’ droeg bij tot de internationalisering van het feestje.
Printscreen van interview met de Herzeelse Francesca Van Bellegem (Vlaams Belang)
Confrontatie van regeringswege
Nu ja, dat NSV-betogingen uit de hand lopen, dat weten we al sinds de jaren tachtig, vreemd is dat dus op zich niet. In die jaren was geweld, ook bij betogingen van bijvoorbeeld staalarbeiders en boeren (deze laatsten houden de traditie trouwens in ere zonder dat hun officiële vertegenwoordigers of vermeende supporters aan subsidies in boeten) een toevluchtsoord voor mensen die zich niet gehoord voelden. Ook dat blijft: als een aantal klimaatactivisten tot hardere acties overgaan, dan heeft dat dezelfde grondslag.
Dat wil daarom niet zeggen dat iedereen gelijk moet krijgen. In het weekblad Knack van 10 april wijst Tex Van Berlaer er op dat regeringen minder en minder tegenspraak verdragen. Organisaties verliezen subsidies, procederen mag binnenkort misschien niet meer als je je geld niet kwijt wil. Vakbonden klagen over het afbreken van de sociale dialoog en ministers leggen uitspraken van rechtbanken en een Grondwettelijk Hof naast zich neer als een vodje papier.
Gratuit geweld
Nog vreemder is dat er, tegelijkertijd met de verrechtsing van onze maatschappij, vormen van zinloos en radicaal geweld opduiken die blijkbaar geen enkel motief hebben. Bram Sizoo, Nederlandse professor psychologie van de radikalisering, wijst op gevaarlijke com-groepen: “De uitwassen daarvan zie je in ‘Com-groepen’, waarin kinderen elkaar aanzetten tot automutilatie en extreem geweld. De adolescentie maakt hen vatbaarder voor zwart-witdenken en populistisch conservatisme; dan vinden ze bijvoorbeeld dat vrouwen terug naar het aanrecht moeten. En dat zeggen dan jongetjes van negen, die nauwelijks weten wat een aanrecht is, maar die slikken dat als zoete koek. Al die oneliners papegaaien ze na, omdat het simpel en rechttoe-rechtaan is, en gezegd wordt door een man die er cool uitziet, met spierballen.”
The Com is een verzamelnaam voor besloten online chatgroepen waar beelden van extreem geweld, zelfbeschadiging, vernedering en seksueel misbruik worden gedeeld. Deze chatgroepen bevinden zich op platforms zoals Discord en Telegram en zijn vaak niet zichtbaar voor buitenstaanders. Binnen Com-groepen worden leden aangespoord en gechanteerd om zichzelf en later ook anderen pijn te doen en daar beeldmateriaal van te delen. Voorbeelden van Com-groepen zijn 764, No Lives Matter en Maniacs Murder Cults.
Niels Spierings, een Nederlandse socioloog zoekt naar oorzaken van deze uitwassen op de Nederlandse website van HP/De Tijd: “Tegelijkertijd schuiven jongeren op naar rechts. Niet-jongeren hebben al een bepaald wereldbeeld gevormd in een eerdere tijd. Dus ook al schuift de rest van Nederlandse bevolking ook iets op naar rechts, zij hebben een ander verleden. En de mens bouwt in de jeugd, in de ‘impressionable years’, een basis. Je kan in de loop der tijd nog wel veranderen, maar je fundament is voor een belangrijk deel al gevormd. Dus die jongeren leggen nu een heel andere basis. Covid heeft hier ook een rol in gespeeld. Door het teruggeworpen zijn, het thuiszitten, en aangewezen zijn op sociale media kwam dat allemaal samen in een soort kluwen die hen niet heeft geholpen.”
In hetzelfde artikel bevestigt Sizoo dat “Verschillende onderzoeken laten zien dat vooral de jongens van gen Z – geboren tussen 1997 en 2015 – steeds conservatiever worden, en de meisjes juist progressiever. Dat is in dertig landen vastgesteld, met een uitschieter in Zuid-Korea. Ook zien we een groeiende affiniteit met rechts-extremistische ideeën en figuren zoals Andrew Tate.” Hij voegt er aan toe dat volwassenen en beleidsmakers zelf voor een deel verantwoordelijk zijn: “Ook in Nederland worden de jongste generaties, en vooral jongens, conservatiever in hun opvattingen over seksualiteit, identiteit, en in hun stemgedrag. Belangrijk om daarbij op te merken is dat de hele bevolking gemiddeld wat conservatiever wordt. Het zijn dus niet alleen de sociale media die jongens in de fuik van Andrew Tate trekken. Ook de buffer daartegen – in de vorm van ouders, de school, en de maatschappij – is veranderd. Denk aan de ophef over het voorlichtingsprogramma Lentekriebels, en ouders die kritisch zijn over alle kleuren van de regenboog. Daardoor worden jonge jongens niet gecorrigeerd. Die wisselwerking moeten we niet onderschatten.”
Beide heren stellen ook (en daar sluiten ze aan bij wat de Vlaamse auteur DominiqueWillaert zegt in zijn boek ‘En wat nu’ dat het voor veel mensen moeilijk is om, in een wereld waarin democratieën vervangen worden door dictaturen, houvast te vinden. Als ze daarbij het gevoel krijgen dat er naar hen niet geluisterd wordt, zijn ze vatbaarder voor populistische politieke boodschappen. De logaritmes van de internetbonzen stimuleren die evolutie.
Tegelijkertijd voelen we dagelijks niet alleen de ontgoocheling, maar ook het gebrek aan kennis bij de bevolking (inclusief activisten) van de democratische structuren of de mogelijkheden om voor je rechten op te komen. Hoe meerjarenbegrotingen in mekaar zitten (zie elders in dit tijdschrift), hoe je een actie doet, wat er beslist is in jouw gemeente, wat je kan doen als men je (school)bus afschaft? Het gaat ons allemaal voorbij zonder veel commentaar. Op die manier slachtofferen we zelf onze democratische rechten.
Filip De Bodt
Filip De Bodt is actief als vrijwilliger in vzw ’t Uilekot (boekenwerkgroep, barwerking, raad van bestuur,…).
Dit artikel verscheen in de maand mei in ons kwartaaltijdschrift ‘Uilenbulletijn’ die leden thuis ontvangen. Wil je ook lid worden en zo onze werking steunen? Lees meer hier.
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2026/07/39-156715969392fdacdf9a.avif8621534uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2026-07-06 11:02:002026-07-05 21:35:02Rechts en zinloos geweld bij jongeren
De discussie rond de subsidiëring van het sociaal werk in Denderleeuw raakt de fundamenten van onze democratie. Het CD&V-Vooruit-GROEN gemeentebestuur wil er de subsidies van de vzw SAAMO afschaffen. Het is de derde keer dat men zoiets probeert in de Denderstreek. Nu gaat het evenwel om progressieve partijen die moeilijk overweg kunnen met de onafhankelijkheid van het sociaal werk.
In 2013 werd in Herzele een eerste poging gedaan om subsidies voor verenigingen aan te pakken. De nieuwe N-VA-Open-VLD coalitie sprak over een ‘tabula rasa’ in het subsidiebeleid: De toenmalige N-VA-schepen Neirynck zei “We moeten bezuinigen en gaan de subsidies herdenken. Maar het kan goed zijn dat sommigen meer krijgen.” Onder impuls van vzw ’t Uilekot kwam het verenigingsleven in actie. Het gemeentebestuur kreeg een paar honderd postkaarten in de bus en tientallen verenigingen (van vissersclub over Natuurpunt, vrouwenorganisaties en vzw ’t Uilekot) woonden de gemeenteraad bij. Van buitenaf kwam er massale steun van socio-culturele werkers en professoren. De coalitie trok de maatregel terug en het subsidiesysteem bleef tot op vandaag onveranderd, ondanks de herhaalde pogingen van de lokale N-VA om verenigingen als ‘subsidieslurpers’ af te schilderen. Ietwat verwonderlijk dat een politieke partij, die zelf massaal overheidssubsidies opstrijkt zich daartoe leent. Vzw ’t Uilekot verloor ook nationaal zijn subsidies en draait nu zelfstandig op giften, lidgelden en de eigen barwerking.
Aalst
In 2019 was het aan de stad Aalst om verenigingen aan te pakken. Onder leiding van N-VA-OCMW-voorzitter Sarah Smeyers zegde het OCMW (N-VA/Open-VLD en CD&V) het contract op met vier verenigingen: Schulden op School, vzw Parol, Steunpunt Welzijn en ’t Nest. In sommige van die organisaties waren mensen actief die behoorden tot andere politieke strekkingen of redelijk kritisch stonden tegenover het stadsbestuur. Schepen van Sociale Zaken Sarah Smeyers (N-VA) liet in het Nieuwsblad optekenen dat er projecten gezocht worden “die ons beleid echt ondersteunen”.
Ondanks een woelige gemeenteraad kwam de stad niet op haar beslissing terug. Dat het socio-cultureel werk niet volledig solidair was deed er geen deugd aan: sommige organisaties namen met plezier de extra-centen die ze daardoor kregen in ontvangst. Parol, een buurtwerk op de kwetsbare Aalsterse rechteroever sloot de deuren. Anderen krompen hun werking in of vonden nieuwe sponsors.
Denderleeuw
Een paar weken geleden luidde de noodklok in Denderleeuw: de stad (CD&V, Vooruit en GROEN-meerderheid) zegde het contract met vzw SAAMO op. Er werd, net als op de andere plaatsen, respect betoond voor de jarenlange werking met o.m. Buurthuis Palaver. Maar, de laatste jaren liep het mis, zegt Vooruit-burgemeester Jo Fonck op TV-Oost: “We zaten niet altijd op dezelfde golflengte met SAAMO”. Tegelijkertijd zegt men nog tot een oplossing te willen komen. GROEN nam alvast een wending en CD&V minister Dalle (o.m. armoedesbestrijding) vroeg de gemeente de beslissing te herzien. Dat zorgde dan opnieuw voor irritatie bij de lokale politici, die vinden dat de minister dan ook maar zijn portefeuille moet opendoen.
Denderfonds
De Vlaamse regering maakte na een zoveelste zwarte zondag in 2019 4 miljoen € extra vrij voor Denderleeuw, Geraardsbergen, Ninove en Zottegem. Daarmee moesten die steden de strijd aanbinden met armoede en inzetten op de integratie van nieuwkomers. Dat N-VA-minister Diependaele ook het eerder welvarend Zottegem aan boord hees, wekte bij velen verwondering op. Denderleeuw recupereerde met dit geld een deel van de lonen van de opbouwwerkers en de inrichting van buurthuis De Palaver en besteedde het geld deels goed, maar hoeft dan ook niet zo hoog van de toren te blazen rond de werking van SAAMO. Anderen voelden zich vrijer in de besteding van de zwarte-zondag-centen: Geraardsbergen betaalde er zijn ambtenaren voor stadsontwikkeling mee en Ninove gebruikte de centen deels voor camera’s en de kosten van de politiezone. Zottegem trok geld uit voor parkings in het centrum van de stad, kwestie van een sterk ‘sociaal beleid’ voor de automobilist op te zetten.
Extreem-rechts
Dat heel wat politici in de streek de wind van extreem-rechts in de nek voelen is een feit: daags na de beslissing rond SAAMO kraaide de lokale VB-er Kristof Slagmulder victorie in een ondertussen verdwenen facebookbericht. In Ninove en Denderleeuw haalt het VB respectievelijk 40 en 26% van de stemmen tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Dat het niet makkelijk besturen is in relatief kleine steden en gemeenten die zonder veel hulp een grootstedelijke problematiek moeten oplossen is evenzeer een feit. Dat politici hierdoor opgejaagd worden, hun centen naar goeddunken gebruiken voor projecten die sociaal weinig aan de dijk brengen en dan maar uithalen naar verenigingen, is niet meer zo logisch: 10,1% van de kinderen groeit op in armoede te Aalst, 9,2% in Denderleeuw, in Geraardsbergen 21,2% en in Ninove 13,4%. Daar zit het probleem en dat probleem kan je alleen oplossen door specialisten in het opbouwwerk, die desnoods ook maar af en toe eens tegen de schenen moeten schoppen. Dat geeft de zuurstof in een maatschappij. Ik heb zelf meermaals gezien hoe inert gemeentebesturen zijn en ben er van overtuigd dat ze zeker niet zelf van opbouwwerker moeten gaan spelen.
Trend
Uiteraard past het ‘temmen’ van verenigingen en kritische stemmen binnen het actueel antidemocratisch pleidooi van sommigen. Voor je mening uitkomen is niet meer populair. Mensen die hun arbeidsrechten verdedigen bij Delhaizekrijgen deurwaarders met boetes aan huis. Méér en méér bouwpromotoren of industriëlen kiezen voor de rechtstreekse juridische aanval op kritische stemmen. Op een week tijd kreeg vzw Climaxi een minister over zich rond het PFAS-schandaal en het VOKA rond de N60 in Ronse: “Dat de Vlaamse overheid hierbij haar eigen bezwaarschriften financiert is hemeltergend. Climaxi bijvoorbeeld ontving in 2022 144.678 euro aan subsidies van de Vlaamse Overheid. Om de plannen van diezelfde overheid vervolgens te dwarsbomen…” Men zou soms maar al te graag critici het zwijgen opleggen.
Daarom is de beslissing die Denderleeuw de komende dagen neemt zo belangrijk: dit gaat niet over couscous of frieten, maar over het recht om je werking inhoudelijk onafhankelijk uit te voeren, om de essentie van het socio-cultureel werk. Dat dwingt ons als collega’s en sympathisanten om met hand en tand te vechten voor iedereen die op dat vlak in de penarie komt te zitten. Dat dwingt het gemeentebestuur van Denderleeuw om ook die kant van het verhaal in overweging te nemen. Kritiek is positief en zou de overheid moeten aanzetten tot nadenken. “Ook de afbreker bouwt op” schreef Louis Paul Boon.
Filip De Bodt
26 streekgenoten en sympathisanten namen in elk geval al het initiatief voor volgende oproep:
Wij, ondergetekenden, vernamen dat het Gemeentebestuur van Denderleeuw zijn samenwerking met SAAMO zou stopzetten. Aan de basis daarvan liggen, zegt men, een aantal verschillen in benaderingen en communicatie.
Als bewoners van of mensen die werkzaam zijn in de Denderstreek willen we benadrukken dat SAAMO goed werk doet. Wij vinden dat het socio-cultureel werk een onafhankelijke positie moet innemen tegenover de overheid. Socio-cultureel werkers zijn geen onderaannemers van het beleid.
Wij horen dat het Gemeentebestuur de sociale taken van deze organisatie wil overnemen, maar denken dat armoedebestrijding en integratie specialistenwerk is. We beschouwen dit als een verdere afbraak van de sociale dienstverlening in onze streek.
Wij willen het Gemeentebestuur dan ook vragen om deze beslissing te herzien.
Dominique Willaert (Gent, auteur, werkend aan een boek over de Denderstreek)
Filip De Bodt (Herzele, vzw Climaxi)
Sarah Hutse (Herzele, vzw ’t Uilekot)
Johan Dumortier (Denderleeuw, vakbondssecretaris BBTK-ABVV)
Vanessa Finjaer (Denderleeuw, ABVV-afgevaardigde)
Denoix Kerger (Gent, docent socio-cultureel werk Artevelde Hogeschool)
Bart De Durpel (Herzele, LEEF!)
Marnix Schollaert (Herzele, GROEN)
Paul Haustraete (Gemeenteraadslid LEEF!&GROEN-Herzele)
Marnix Schollaert (GROEN-Herzele)
Hilde Fonck (Herzele, gepensioneerd leerkracht KA Denderleeuw)
Geert Van Waeyenberghe (Zottegem, Lid Bijzonder Comité Sociale Dienst voor Vooruit!)
Lieven De Pril (vrijwilliger en auteur over armoedebestrijding, actief in Welzijnsschakel Lede en Erpe-Mere)
Ben Deckers (Herzele)
Michelle Van Impe (Ex-opbouwwerker bij Saamo in Denderleeuw en bewegingsmedewerker vzw Climaxi)
Ludo Segers (Puurs)
Pascal De Decker (Fac. Architectuur KU Leuven)
Ico Maly (auteur)
Katrien Van Poeck ((Prof. Politieke Wetenschappen Ugent)
Katrien Neyt (ABVV-Oost-Vlaanderen)
Prof. Dr. Eric Corijn (Vrije Universiteit Brussel, Cosmopolis, Centre for Urban Research)
Alexander Van Ransbeeck (Voorzitter PVDA Aalst)
Catalina Antoneanu (Denderleeuw)
Michel Markey (Haaltert)
Hugo Matthieu (Aalst, voormalig BBTK-delegué)
Sarah De Bruecker (medewerker bbtk en actief in groen Aalst)
Zich aansluiten kan via een mail naar info@climaxi.be
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2023/05/samenwerking.png472828uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2023-05-15 23:49:052023-05-16 00:04:17Denderleeuw: sociaal-werkers zijn geen onderaannemers
In de lente is er Boekmei, het literair festival van ‘t Uilekot dat boeken en verhalen in het zonnetje zet. De editie van 2023 heeft dit jaar als thema Mensenrechten en gaat door van 22 april tot en met 8 mei. Op het programma staan auteurslezingen, een theatermonoloog, concert en boekenmarkt met literair café.
Kurt Defrancq en Guido Desimpelaere brengen de pakkende theatermonoloog De Poppendokter, over WOII.
Op de Dag van de Arbeid, tijdens ons boekenfeest op 1 mei, vertellen Sien Volders, Els Snick en Yves Petry over hun passie voor schrijven of het ontstaan van hun boek en Jo Van Driessche leest jou individueel en op maat zijn gedichten voor. Snuister er op de boekenmarkt tussen oude boekenkaften, strips, postkaarten en recente tweedehandsboeken, maak een praatje met andere boekenliefhebbers of ruil jouw eigen boek met dat van een ander. Mong, Tamara en De Illustratie brengen dan ook een heerlijke ratatouille van muzikale, meezingbare verhalen.
Als afsluiter van Boekmei nemen we deel aan ‘Vrij op 8 mei’, waarbij we gelijktijdig met andere cultuurhuizen een culturele herdenking organiseren over het einde van de Tweede Wereldoorlog (nazi-Duitsland).
Boekmei is een initiatief van de boekenwerkgroep van ’t Uilekot vzw en op 1 mei is dit in samenwerking met vzw Climaxi. De activiteiten gaan door in en rond het boekencafé van ’t Uilekot, Groenlaan 41, 9550 Herzele.
Zin om jou te engageren als boekenvrijwilliger tijdens de activiteiten of ter voorbereiding van een volgende editie? Geef ons een seintje tijdens een activiteit of stuur een berichtje via ons contactformulier.
Boekmei is mogelijk door de steun van Literatuur Vlaanderen.
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2023/04/Banner-Boekmei-20231.png348940uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2023-04-20 11:55:162023-05-09 20:20:35Literair festival Boekmei over mensenrechten
Op maandag 1 mei organiseert de boekenwerkgroep van ’t Uilekot het literair evenement Boekmei (thema ‘mensenrechten’). Voor de boekenmarkt op deze dag verwelkomen wij graag boekverkopers (11u – 18u). Uw verkoopmateriaal dient hoofdzakelijk uit nieuwe of tweedehandsboeken te bestaan. Oude en historische papierwaren zoals postkaarten, strips, landkaarten,… kunnen ook.
De boekenmarkt is open van 11u tot 18u (doorlopend ook auteurslezingen, drank- en eetverkoop). Jouw deelname is gratis en je kan jouw kraam opstellen tussen 10u en 11u. Hierna vragen we jou de auto te parkeren op de Groenlaan. De boekenmarkt gaat door in een tent op ons terrein (bij regenweer). De inkleding van jouw stand laten we aan jou over (bvb. zelf plooitafel of decoratie meebrengen).
Na het boeiende debat in ’t Uilekot met Dominique Willaert en Eric Corijn over de nood aan een nieuw verbindend links project verdiepten wij ons nog wat in Corijns boek “Gramsci Lezen – van klassenstrijd tot woke”. In dit werk laat Corijn zich inspireren door de Italiaanse marxist Antonio Gramsci (1881-1937) en biedt hij de lezer een diversiteit van perspectieven op de besproken problematiek. Hieronder verduidelijken wij eerst Gramsci’s centrale begrip hegemonie, vervolgens geven wij enkele bedenkingen bij het boek van Corijn en tot slot leggen wij de link met de praktische werking van ’t Uilekot.
Marx beschreef de economische wetten van het kapitalisme en de uitbuiting van de arbeiders, maar zijn theorie is deterministisch en leidt tot passiviteit, stelde Gramsci. Ze overschat het belang van dwingende macht en onderschat de hegemonie, de culturele instemming met praktijken en opvattingen. Mensen geloven dat ze vrij en gelijk zijn in de kapitalistische staat. Dit vals bewustzijn wil Gramsci vervangen door een tegenhegemonie, ontwikkeld door praktische vormen van solidariteit in de arbeidersstrijd en een nieuwe ideologische theorie. Die dubbele beweging van praktijk en theorie moet vorm krijgen in een politiek project dat de arbeidersklasse emancipeert en bevrijdt van de uitbuiting. Zo zag Gramsci het bijna honderd jaar geleden, en Corijn zoekt naar een actueel links politiek project dat de tegenhegemonie kan verwerven. Het is een belangrijk thema in een tijd waarin rechts de hegemonie heeft via zowel het kosmopolitisch neoliberalisme als haar nationalistische tegenreactie. Als aanvulling op Corijns pleidooi formuleren wij enkele bedenkingen bij zijn boek om zo mee de zoektocht naar nieuwe praktijken en opvattingen een tegenhegemonie te stimuleren.
Corijn neemt in zijn boek veel hooi op zijn vork en dat is jammer. Gramsci’s gedachtegoed geeft hij goed weer, maar hij bespreekt ook latere marxisten die door hem beïnvloed zijn. Bij elk van die volgelingen serveert hij de ideeën van hun voornaamste critici, veelal in hun eigen terminologie. Dit alles maakt de tekst moeilijk leesbaar. Komt daarbij dat Gramsci zijn centrale begrip hegemonie ontwikkelde in de erbarmelijke omstandigheden van een Italiaanse gevangenis waardoor zijn notities soms tegenstrijdig zijn. De actualiteit van Gramsci’s boodschap raakt zo ondergesneeuwd. De meester toont zich in de beperking, schreef Goethe, en Corijn had dat motto beter wat ernstiger genomen. Dan zouden minder lezers halfweg de lectuur van het boek afhaken en zou zijn boek over Gramsci een bredere verspreiding vinden.
Om anno 2022 een tegenhegemonie op te bouwen zoekt Corijn inspiratie bij Laclau en Mouffe, twee volgelingen van Gramsci. Ze bieden een “model waar men mee loskomt van de vele impasses waarin de historische debatten verzand zijn” (pag. 161), schrijft Corijn terecht. Zij verwerpen “de communistische voorhoede als drager van de hegemonie” (pag. 150) en bieden inspiratie om de al te diepe kloof tussen het socialisme, de politieke ecologie en de nieuwe sociale bewegingen te dichten. Diversiteit krijgt zo zijn plaats in het nieuwe gemeenschappelijke links project, en dat is een goede zaak. Maar als Corijn het samen met Laclau en Mouffe heeft over “de openheid en de vloeibaarheid van het sociale, dat zelf ook bepaald wordt door de oneindigheid van taalspelen” (pag. 163) gaat hij toch wel heel sterk de postmoderne toer op. Een open politiek debat is belangrijk voor het ontwikkelen van een tegenhegemonie, maar oneindige taalspelen sluiten al te veel aan bij postmoderne vrijblijvendheid en onvoldoende bij Gramsci’s filosofie van de praxis, geworteld in verzet en strijd. Is “elke subjectpositie, ook die van de arbeidersklasse, het product van een narratief” (pag. 172)? Als mensen door armoede in opstand komen tegen het kapitalisme, is dat allereerst een zaak van materiële belangen waarvoor ze opkomen. Gedeelde verhalen zijn cruciaal voor de opbouw van een tegenhegemonie, maar hegemonie verwerven is meer dan “het opbouwen van een vertooggemeenschap” (pag. 161). Zo niet, dan zal Corijns politieke project blijven steken in postmodern gebabbel waarvan mensen zich zullen afkeren.
Corijn blijft dromen van een éénheidsproject. Wij vinden ons helemaal terug in zinnen als “De herpolitisering moet… bestaan uit het samenbrengen van reëel bestaande praktijken en een tegenhegemonisch narratief” (pag. 211) en delen zijn pleidooi voor de verbondenheid van vele nieuwe sociale bewegingen, het socialisme en de politieke ecologie. Corijn stelt dat die laatste het meest beloftevol is om de leiding te nemen bij het opbouwen van een tegenhegemonie in onze tijd, maar de politieke ecologie biedt “geen totaalanalyse van de systemische crisissen” (pag. 206). In dezelfde lijn schrijft hij dat “de meervoudige en onherleidbare diversiteit van de hedendaagse sociale strijd elke grondslag voor een politieke verbeelding met één Subject en één verloop van dé Geschiedenis… en een Rationele ordening van tafel geveegd” heeft (pag. 130). Wij volgen hem hier niet meer. Een allesomvattende theorie die als richtlijn voor de praxis kan dienen, zal de diversiteit van de praxis ondergeschikt maken aan de theorie en is niet wenselijk. Sociale klassen, politieke partijen en zelfs gemeenschappen hoeven veelheid en diversiteit niet uit te sluiten, noch in theorie, noch in praktijk. Zo’n verbondenheid in diversiteit probeert ’t Uilekot in haar werking te realiseren en in een laatste alinea leggen wij het verband met Gramsci’s project.
De vzw ’t Uilekot bouwt in praktijk met vele vrijwilligers aan een ecologische en solidaire samenleving en vindt haar theorie in een basistekst, gepubliceerd op haar website. Kritische rationaliteit staat hierin centraal omdat “elke mens met een zekere vorm van rationaliteit behept” is en omdat elke mens kritisch kan reflecteren over zijn praktijk. De nadruk op het belang van voedselproductie en de distributie van lokale landbouwproducten via de Eco & Fair winkel wijkt af van Gramsci’s marxistisch primaat van de industriële ontwikkeling, maar het aanbod van producten uit coöperatieven sluit dan weer helemaal aan bij zijn basis socialistisch project. Met het oog op de opbouw van een wereldwijde tegenhegemonie steunde ‘t Uilekot begin 21e eeuw volop de idee van participatieve democratie van het Wereld Sociaal Forum. Corijn heeft het jammer genoeg niet over dat belangrijke experiment. Ook de huidige geopolitieke verschuivingen ziet Corijn onvoldoende. Over enkele decennia mag je verwachten dat de Chinese communistisch partij de rechtse hegemonie van het kapitalistische Westen zal verdringen met een nieuwe hegemonie waar wij in ‘t Uilekot niet vrolijk van zouden worden. Hoe hiertegen een tegenhegemonie opbouwen, is een belangrijke vraag voor de volgende decennia. Het zou Gramsci’s geest die de fascisten van Mussolini in de gevangenis nooit klein kregen, anno 2022 eer betuigd hebben als Corijn zich hiermee meer ingelaten had. Het zou het grote belang van zijn thematiek gediend hebben.
Omvolking was voor Hitler de nazi-term die hij koos voor de door hemzelf gewenste germanisering van Oost-Europa. Het ‘Herrenvolk’ had Lebensraum (plaats) nodig en de ‘omvolking’ van het Oosten, met Duitsers in plaats van Polen, was de oplossing.
Vandaag wordt het woord omvolking ook gebruikt door extreem rechts. Volgens hen voeren de Europese politieke leiders bewust een politiek om het ‘originele Europese volk’ te vervangen door mensen uit Islamitische landen. Ze vertellen er ook in één adem bij dat Europa hierdoor onder druk van ‘vreemde mensen’, Islamitisch zou worden. Die haatdragende omvolkingstheorie wordt vandaag volop door het Vlaams Belang verkondigd. Ook in ons mooie Herzele. Het VB kan je bijna vergelijken met bepaalde groepen langs de fundamentalistische kant van de Islam en andere godsdiensten in hun jonge vorm: vrouwen aan de haard, geïsoleerd leven, tegen abortus, godsdiensten van mekaar scheiden.
Voor alle duidelijkheid: we bestrijden alle conservatieve en reactionaire ideeën zonder onderscheid, welke religieuze, filosofische of politieke basis die ook mogen hebben.
Volgens ons heeft onze gemeente andere problemen: mensen die niet meer rondkomen of hun energie niet kunnen betalen. Herzele dat stilaan zijn plattelandskarakter dreigt te verliezen door een overvloed aan appartementen of het idee om uit te groeien tot een gemeente met 20.000 inwoners. De vervuiling met PFAS aan de brandweerkazerne, die een pak duiten gaat kosten als men tot sanering wil overgaan. De afbouw van openbaar vervoer en het verdwijnen van de kleinhandel. Dit zijn voor ons de prioriteiten waarrond wij alle Herzelenaren uitnodigen om samen te werken.
Trouwens, met die omvolking valt het dik mee in Herzele: In 2000 hadden wij 1,45 % mensen ‘van vreemde origine’ zoals dat heet. In 2021 was dat 9,5 %. Dat is toch veel, horen we een paar mensen denken. Opgelet, als men zegt ‘van vreemde origine’, dan gaat dat bijvoorbeeld ook over Belgen van wie minstens een van de ouders bij de geboorte niet de Belgische nationaliteit had. In Herzele zijn mensen met buitenlandse roots vooral (in dalende lijn) Roemeen, Pool, Nederlander, Congolees of Spanjaard. Mensen die deels werken in essentiële jobs zoals de zorg, de bouw en de logistiek. Als iedereen die een ander kleur heeft morgen moet terugkeren… wie gaat er dan allemaal die jobs doen?
Conclusie: je moet al een zeer scherpe bril opzetten om mensen die Islam als godsdienst hebben te vinden in landelijke gemeenten als Herzele. Waarom daar dan vuurtje rond stoken? Wij focussen liever op echte problemen en solidariteit.
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2022/07/Omvolking-Lectrr.jpg280345uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2022-07-04 12:11:002023-03-24 12:15:43Het vergif van de omvolking