“Dromerij! Al te gek!” Dat heb ik meermaals gehoord wanneer het verkiezingsprogramma van ForzaNinove ter sprake kwam. Een tweede woonzorgcentrum, een nieuw ziekenhuis, taxicheques voor ouderen, een hogere mantelzorgpremie… en het lijstje met ‘zorgvoorstellen’ gaat nog verder. Weten ze bij Forza Ninove niet dat dit volstrekt onbetaalbaar is, klinkt het nogal eens. En dat je, zelfs als je bijvoorbeeld het budget zou vinden voor een tweede woonzorgcentrum, eenvoudigweg geen personeel vindt?
Natuurlijk weet Forza dat. Maar die voorstellen zijn cruciaal voor de opbouw van het imago van de partij. Net zoals de gratis nieuwjaarsmaaltijden voor mensen met een laag inkomen of de gratis zomeruitstappen naar Bellewaerde, waar de partij al jaren gul mee uitpakt. Belangrijk is ook het gebruik van beelden in hun communicatie: lieve baby’s en lachende kinderen, of gezinnen, waar iedereen straalt van geluk en zorgzaamheid. De Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt verrichte hierover al jaren geleden baanbrekend onderzoek. Volgens hem draait het om het oproepen van de waarde ‘care’ – zorg – een van de fundamentele waarden van de mensheid. In dit geval wil Forza Ninove zich profileren als de zorgzame partij, in tegenstelling met andere partijen die vooral bezig zouden zijn met de eigen belangen en ‘de postjes’. Forza Ninove en het Vlaams Belang hadden vroeger dat imago niet, integendeel. Maar gaandeweg hebben ze hun imago kunnen bijsturen, met als gevolg dat heel wat kiezers de partij vandaag zien als sociaal en zorgzaam. Een voorstel voor een tweede woonzorgcentrum past naadloos bij die aanpak. Of neem het project Loket aan Huis, dat Forza Ninove enkele maanden geleden lanceerde. Burgers die zich niet zelfstandig naar het stadhuis kunnen begeven voor een identiteitskaart, krijgen thuis hulp van een personeelslid van de administratie, de laptop in de hand. In de pers bracht Forza Ninove dit groot naar buiten: een toonbeeld van hoe zorgzaam de partij met mensen zegt om te gaan.
Wie het programma van Forza Ninove aandachtig leest, merkt dat er twee belangrijke kanttekeningen te maken zijn. Het gaat niet om zorg voor de mensen, maar om zorg voor onzemensen. Wie daarbij hoort, heeft geluk; wie er niet bij hoort, valt uit de boot. Maar wie hoort erbij en wie niet? Wat zijn de voorwaarden om erbij te horen? Het antwoord op die vraag blijft vaag en dat is geen toeval. Men wil immers niet verdacht worden van racisme. Maar hun potentiële kiezers begrijpen de boodschap maar al te goed. Dat heet de techniek van het ‘hondenfluitje’: mensen horen het niet, maar honden wel. Extreemrechtse partijen beheersen die techniek perfect. Wanneer ze zeggen: “Het is tijd dat er aandacht is voor onze mensen”, bedoelen ze in feite dat linkse elites de ‘eigen mensen’ zouden hebben verwaarloosd ten voordele van ‘de anderen’ – moslims, vreemdelingen, Afrikanen… Nu, zo luidt de boodschap, is het tijd dat “onze mensen” eindelijk rechtvaardig behandeld worden. Daarmee raken ze een andere kernwaarde waar Jonathan Haidt het over heeft: rechtvaardigheid.
De titel van het verkiezingsprogramma van Forza Ninove voor de gemeenteraadsverkiezingen spreekt boekdelen: “Voor de toekomst van onze kinderen”. Op de cover prijkt een beeld van een moeder met baby. Onderaan staat de slogan “Orde op zaken!”. Daarmee benadrukt de partij haar twee strategische assen: enerzijds orde en veiligheid, anderzijds zorg voor “onze” families.
Grote verdieners
Er is nog een tweede opmerking te maken. Wie het stemgedrag van het Vlaams Belang in het parlement analyseert, ziet dat de partij regelmatig kiest in het voordeel van de grote verdieners en het grote kapitaal, eerder dan in dat van de gewone mensen. De partij valt vakbonden, nochtans dé verdedigers van werknemers, al jaren fel aan. Het Vlaams Belang moet ook niet weten van andere middenveldorganisaties. Dat is niet verwonderlijk, want voor extreemrechts mag er tussen “deleider” en “hetvolk” niemand staan. Geen vakbonden, geen UNIA of Liga voor de Rechten van de Mens. Alleen zo kan de leider zich rechtstreeks tot de mensen richten, zonder stoorzenders of tegenmachten. Bovendien worden in het ideale scenario journalisten brave jongens en meisjes die de partij en haar leider niet kritisch bevragen. Overdreven? Kijk naar wat er in Hongarije gebeurt, of naar de aanpak van Trump. Ook rechters lopen in de weg van extreemrechts, want zij verdedigen grondrechten en de rechtsstaat, terwijl partij en de leider alles zelf in handen willen houden. Daarom worden pers en justitie systematisch aangevallen en ondermijnd, om hun geloofwaardigheid af te breken.
Democratie gaat over veel meer dan om de zoveel jaar verkiezingen organiseren. Fundamenteel zijn de scheiding der machten met een onafhankelijke rechtspraak, een vrije en kritische pers en een sterk, dynamisch middenveld. Het feit dat extreemrechtse partijen precies daar de hakbijl in zetten, toont duidelijk dat ze niet alleen een extreemrechts beleid nastreven, maar tegelijk ook de fundamenten van de rechtsstaat willen ondermijnen. Wat in eeuwen strijd tegen autoritaire leiders en partijen is opgebouwd, moet volgens hen op de schop. Er staat dus bijzonder veel op het spel. Niet alleen in de VS, Hongarije en Nederland, maar ook in Vlaanderen en hier in Ninove. In zijn boek ‘De herschepping van de democratie’ legt Ico Maly dat haarfijn uit.
Laten we nog even terugkeren naar Jonathan Haidt. Voor rechts en extreemrechts is loyauteit aan de groep een fundamenteel principe. Dat zie je bijvoorbeeld bij Trump die topfuncties toewijst als beloning voor bewezen diensten, ongeacht de geschiktheid van de betrokkenen. Ook bij Forza Ninove speelt dat mechanisme. Via caritatief werk probeert de partij mensen aan zich te binden. Uitstapjes naar Bellewaerde of gratis nieuwjaarsmaaltijden – wie kan daar iets tegen hebben? Maar dit blijft steken in een 19de -eeuwse, puur caritatieve aanpak, die niet emancipeert. Dit is geen aanpak zoals die van organisaties in het middenveld, waarbij armen het woord nemen en zelf stap voor stap opnieuw architect van hun eigen leven worden. Bij Forza Ninove gebeurt precies het omgekeerde: hun aanpak houdt mensen afhankelijk van de partij, van de ‘patron’. Het is cliëntelisme anno 2025, wat electoraal zeer interessant is, maar structureel niets verandert.
Vandaag heb je als burger bepaalde rechten, ongeacht of je het stadsbestuur of de regering sympathiek vindt of niet. Worden die rechten geschonden, dan kan je naar de rechtbank stappen. Zo kan willekeur van de overheid vermeden worden. In de ideale wereld van extreemrechts werkt dat anders. Daar bouw je geen rechten op omdat je burger bent maar omdat je loyaal bent aan de groep en de leider. Onafhankelijke rechtspraak heeft zich daar niet mee te bemoeien. Trump volgt in de VS precies dat pad. Wat aanhangers van dat model wel eens vergeten, is het feit dat je vandaag in de gratie van de chef kan zijn, maar die morgen om eender welke reden kan verliezen. Bovendien moet je, zoals we opnieuw in de VS zien, de leider eren en trouw blijven. Is dat werkelijk het model dat we willen?
De volgende jaren zal het in Ninove en op tal van plaatsen in Europa draaien om fundamentele keuzes over wat voor samenleving we willen en hoe we de strijd tegen armoede zien. Kiezen we voor een rechtsstaat, gebaseerd op grondwettelijke rechten? Of schuiven we op naar een Trumpiaans model, waarin trouw aan de clan en de leider voorwaarden zijn om bijvoorbeeld een toelage van het OCMW te krijgen, een sociale woning of een bouwvergunning? In het eerste model zijn alle burgers gelijk voor de wet en kunnen ze bij de rechtbank terecht om willekeur van de overheid te vermijden. In het tweede model lijkt het voor sommigen misschien een warme, gezellige samenleving, maar blijft het risico op willekeur permanent aanwezig. Bovendien horen bepaalde mensen en groepen er eenvoudigweg niet bij, denk aan armen die nog geen twintig jaar in de stad wonen en daardoor geen recht hebben op een sociale woning. Die evolutie van het ene naar het andere model gebeurt stap voor stap, soms kordaat, maar vaak ook subtiel, verpakt in mediabeleid en geïllustreerd met de glimlach van een schattige baby op een foto.
Luc Barbé
Luc Barbé was parlementair voor Agalev en is vrijwilliger bij Denderhoop. Hij woont in Ninove en volgt er de situatie op de voet.
Dit artikel verscheen begin oktober 2025 in ons tijdschrift Uilenbulletijn. Je kan jou lid maken van onze vzw (kalenderjaar 2025), we sturen jou dan het vorige, huidige en later ook volgende nummer per post op. Tarieven: €10 sociaal (student, werkloos, pensioen,…), €25 standaard of €50 familie- of steunlidmaatschap. Overschrijven op het rekeningnummer van ’t Uilekot vzw: BE63 8919 1400 1708 met als mededeling ‘Lidgeld 2025’.
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2025/10/Adobe-Express-file.jpg11741760uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2025-10-09 14:30:172025-10-09 15:38:11Forza Ninove en de macht van de babyglimlach
Jef Maes was voor het ABVV dertig jaar hoofdonderhandelaar rond de sociale zekerheid. Hij publiceerde er twee boeken rond en discuteerde met menige vertegenwoordigers van regeringen en werkgevers. “In geen tachtig jaar hebben we meegemaakt wat we vandaag meemaken”, zegt Jef. Sinds het Sociaal Pact dat na de tweede wereldoorlog geïnstalleerd werd om de economie te doen herleven, hebben we nog nooit zo een inleveringsoperatie meegemaakt. De sokkel onder de Sociale Zekerheid, die ons alleen een ziekteverzekering, werkloosheidsuitkeringen en een deftig pensioen bezorgden, wordt gewoon afgebroken.
Filip De Bodt: Die sociale zekerheid is al een tijdje gesplitst. Is daar een goede reden voor?
Jef Maes: Niet echt. In 2019 sloten Magnette en De Wever een akkoord waarbij de sociale zekerheid inhoudelijk in twee gesplitst werd: de beslissingen rond de schuld ervan en de pensioenen bleven federaal. Die rond gezondheidszorg en werkloosheid gingen gedeeltelijk naar de regio’s. Groenen en liberalen waren daar toen niet mee akkoord, tot grote woede van Conner Rousseau. Daar was evenwel geen enkele reden voor: wij hebben geen belang bij een armer Wallonië. Die regio was trouwens de rijkste in dit land tussen 1830 en 1960. Toen waren wij de armoezaaiers. Zo een splitsing kan je trouwens tot in den treure doordrijven: moeten we nu de kust gaan afsplitsen omdat daar het grootst aantal gepensioneerden wonen? Neen, de sociale zekerheid heeft een zo breed mogelijke basis nodig. In de toekomst zal trouwens blijken dat de vergrijzing groter is in Vlaanderen dan in Wallonië.
FDB: Het geld is op, zegt men.
JM: De overheidsfinanciën worden geplunderd, maar niet door de mensen die een uitkering krijgen. In twintig jaar tijd zijn we van 1,2 miljard naar 16 miljard bedrijfssubsidies gegaan: doelgroepsubsidies, taxshiften, nacht- en ploegenwerksubsidies… Arizona doet daar voor 1,5 miljard nog een schepje bovenop: optrekken van de maaltijdcheques, herinvoering van het loonplafond en extra kortingen op de patronale bijdragen… Men moet dan niet komen janken. De vorige regering liet de uitgaven voor pensioenen, ziekteverzekering en werkloosheidsuitkeringen nog licht stijgen, o.m. door de uitkeringen mee te indexeren. Dat was geen verspilling, maar terechte bestrijding van armoede. De uitkeringen voor gezinshoofden en samenwonenden liggen sowieso al onder de armoedegrens. Vooral werkloze samenwonenden worden getroffen: zij krijgen maar 770 €, of meer dan 300 € minder dan de armoedegrens. En wie aan een minimumloon gaat werken krijgt maar 2070 € of ongeveer dertig € meer dan die grens. Het minimumpensioen van een gezinshoofd ligt er ook al onder. Maar de vorige Vivaldi-regering deed wel een inspanning en bracht de armoede terug van 16,4 % in 2018 tot 12,3 % in 2023. Daar werd ze in de stembus evenwel niet voor gehonoreerd.
FDB: En toch horen we ook een groot deel van de publieke opinie zeggen dat onze sociale zekerheid (onder meer door onze pensioenen) onbetaalbaar is.
JM: Dat wordt een mantra dat in elk krantenartikel en TV-spot herhaald wordt. Ik heb daarnet al gezegd dat het gat in de begroting elders anders geslagen wordt, namelijk bij de bedrijfssubsidies. Volgens de OESO geeft België 20,1 % van zijn Bruto Product uit aan sociale zekerheid. Duitsland doet het met ietsje minder. In Italië (21,1 %), Oostenrijk (21,4 %) en Frankrijk (23,4 %) is het meer. Dat heeft zo zijn voordelen: in België gaat ongeveer 28 % van het inkomen van de mensen naar sociale uitgaven (ziekte- en andere kosten), berekende dezelfde OESO. In de VS is dat 30 %. Dat voel je direct in je portemonnee.
FDB: We leven toch langer, dus moeten we langer werken, zeggen veel politici.
JM: Het is niet omdat we langer leven, dat we gezond leven. De levensverwachting in België is gemiddeld 80,2 jaar voor mannen en 84,3 jaar voor vrouwen. Daarnaast is er ook de gezonde levensverwachting die veel meer zegt: tot wanneer kan je gezond en wel functioneren: voor hoogopgeleide mannen is dat 72 jaar en voor vrouwen 75 jaar. Wie laag opgeleid is, moet het met veel minder stellen: 61,5 jaar voor vrouwen en 62 jaar voor mannen. Hoeveel mensen kennen we niet die nog voor of net tijdens hun pensioen ziek worden? Kanker of een andere ongeneeslijke ziekte krijgen? Wiens lichaam fysiek volledig uitgeput is? Moeten die dan allemaal nog langer werken? Daarbovenop worden kort geschoolden nog eens gediscrimineerd: wie op zijn 16 beginnen werken is mag na 44 jaar op pensioen, als je zestig wordt. Wie later begint moet op zijn 63ste maar 42 jaar gewerkt hebben. Het brugpensioen was daar eigenlijk een compensatie voor: op die manier kon wie in de fabriek werkte, nog een stukje van die discriminatie recupereren. Vooral metaalarbeiders maakten er statistisch het meest gebruik van, net als mensen uit andere zware sectoren. Ook dat gaat er nu aan.
FDB: Moeten we dan alles maar laten zoals het is?
JM: Neen, want er zijn inderdaad onrechtvaardigheden recht te zetten. Journalisten, parlementairen, gezagsberoepen en anderen hebben nog altijd het meest voordelen, terwijl vuilnisophalers niet eens kunnen genieten van enig voordeel als ‘zwaar beroep’. Stewardessen vliegen eruit, professoren niet. Alle ambtenaren verliezen hun voordelen. Vrouwen zijn nu ook de grootste slachtoffers: het overlevingspensioen valt weg onder je 67ste. Fijn, je zal maar je partner verliezen om dan van de overheid nog een extra stamp te krijgen. Hetzelfde met het echtscheidingspensioen, waarbij vrouwen (die sowieso minder pensioen krijgen) ook nog een stukje konden inhalen. Werknemers zullen hun inkomsten uit pensioenen de volgende jaren zien dalen en zelfstandigen zien ze stijgen, ook al dragen die werknemers dan meer bij!
FDB: En wat met die andere pijler van de sociale zekerheid, de gezondheidszorg?
JM: Op dat vlak scoort België slechter dan het Europees gemiddelde. Dat heeft weinig te maken met de patiënten hoor, maar eerder met lonen van specialisten, dure medicijnen, een geprivatiseerde arbeidsongevallensector enzovoorts.
Filip De Bodt
Op 22 september 2025 komt Jef Maes op uitnodiging van Hart Boven Hard en in kader van Goed Geboekt spreken in Geraardsbergen.
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2025/08/Jef-Maes-boekvoorstelling-rotated.jpg20001500uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2025-08-08 16:51:212025-08-08 16:51:23Arizona breekt met sociaal pact
Racisme heeft vele gedaanten. En hoewel we niet allemaal op dezelfde manier door racisme geraakt worden, is een verdeelde samenleving voor niemand goed. De normalisering van racisme, geweld en extreemrechts gedachtegoed is in volle opmars: alles kan gezegd worden (‘vrije meningsuiting’), extreemrechtse leiders winnen verkiezingen over heel de wereld, en beleidsplannen staan overal in de steigers die mensen nog verder zullen verdelen en in de ongelijkheid zullen duwen, ook bij ons.
Racistische uitlatingen hoor je niet enkel op straat, op school, of je werk. Ook op sociale media viert racisme hoogtij. Haatspraak in de vorm van zogenaamde ‘grapjes’, tot racistische memes en uiteindelijk onverbloemde bedreigingen. Ook micro-agressies hebben impact en leiden tot lagere onderwijsprestaties, een negatief zelfbeeld, isolement, minder vertrouwen in de samenleving, risico’s voor psychische en fysieke gezondheid. Onze scholen zijn dikwijls niet aangepast aan de diverse samenleving waarin ze een belangrijke rol hebben. 70% van de vroege schoolverlaters heeft een migratieachtergrond. Onderzoek wijst al jaren uit dat ons onderwijs de etnische kloof eerder in stand houdt dan bestrijdt. Dit is onrechtvaardig, en heeft ernstige gevolgen voor de samenleving. Leerlingen met een migratieachtergrond en vaak uit arbeidersmilieus krijgen niet de kansen en ondersteuning die andere leerlingen doorgaans wel krijgen, met lagere resultaten tot gevolg. Hoeveel generaties jongeren moeten zo nog opgroeien?
De discriminatie in het onderwijs, maar ook op de woon- en arbeidsmarkt worden keer op keer bevestigd door wetenschappelijk onderzoek en praktijktesten. Wanneer volgt het beleid met actie?
Ook het probleem van etnisch profileren lijkt niet te stoppen. De bewering van politiediensten dat ze iedereen op gelijke voet behandelen, wordt allesbehalve zo ervaren door mensen die geviseerd worden door discriminerende politiecontroles. Hoeveel slachtoffers moeten er nog vallen?
In het midden van vorige eeuw was er een grote golf van landen die zich vrij vochten van hun koloniale overheersers. Dit leidde er echter niet toe dat het verhaal van het superieure westen tot het verleden behoorde. Hoe lang zal het neo-koloniale geweld tegen het globale zuiden, de minderwaardige behandeling van de mensen en de de plundering van hun grondstoffen nog duren?
Onze staatssecretaris voor Asiel en Migratie is al duizenden keren veroordeeld door onafhankelijke rechters wegens inbreuken op wetten die refereren aan de universele mensenrechten. Conventies die de Belgische Staat wettelijk verplichten te voorzien in opvang van asielzoekers worden met de voeten getreden. Zowel op Europees vlak (Migratiepact) als in België staan er plannen in de steigers voor nog minder rechten voor nieuwe migranten. Het Vlaamse regeerakkoord voorziet al in het voorwaardelijk maken van rechten van nieuwkomers. De federale regering plant een ongezien kil en onrechtvaardig migratie- en asielbeleid, van het verder afbouwen van opvangplaatsen voor mensen op de vlucht tot en met het ontnemen van het recht op sociale zekerheid aan wie geen 5 jaar legaal verblijf kan voorleggen.
Dit alles wordt nog aangejaagd door extreemrechts gedachtegoed dat hoe langer hoe meer omgezet wordt in beleid. De praktijk van A- en B- burgers krijgt een wettelijk kader en zo evolueren we naar een apartheidsregime: rechten zijn er niet voor iedereen in dezelfde mate. Bovendien wordt het migratiebeleid van de EU steeds hardvochtiger. Men probeert mensen kost wat kost buiten ‘fort Europa’ te houden. Het racisme in Europa wordt gedragen door haar instellingen. En dit allemaal terwijl mensen hier wonen, werken, en mee onze samenleving doen draaien.
Zoals de geschiedenis ons leert gaat dit gepaard met een algemene groeiende ongelijkheid en met afname van basisrechten voor iedereen.
Het kan nochtans anders. In 2001 heeft België zich er in Durban toe verbonden een nationaal actieplan tegen racisme te ontwikkelen. Ook de parlementaire ‘Bijzondere commissie koloniaal verleden’, opgericht omwille van de wereldwijde druk door ‘Black Lives Matter’ voorziet in haar rapport van 2023 allerlei maatregelen die het racisme aanpakken. Het is de rol van de overheid om gelijke rechten te garanderen en ook actief af te dwingen, met de nodige sancties. En ook om het geleden onrecht uit het verleden in woord en daad te herstellen.
Het is echter duidelijk dat we geen vooruitgang hoeven te verwachten zonder een antiracistische beweging die de druk opvoert. Het is aan ons, burgers, middenveld, vakbonden en andere bewegingen, om samen te werken en deze gezamenlijke strijd te winnen. Wij willen echte verandering afdwingen. Samen willen we racisme en discriminatie aanpakken op de werkvloer, in scholen en in de wijken. We willen dat antiracistische educatie een vaste plaats krijgt in onderwijs en werk. En we willen dat mensen op de vlucht bij ons hun recht op opvang en op sociale zekerheid gegarandeerd zien.
Daarom voeren we in het weekend van 21 maart 2025 (Internationale dag tegen racisme) actie in heel het land en komen we op zondag 23 maart 2024 samen in Brussel.
Doe mee met een lokale Platform 21/03-groep in jouw buurt. Steun het evenement ook financieel: IBAN BE88 9733 6097 6541 van Platform 21/03. Meer info via www.platform2103.be
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2025/03/Sta-op-tegen-racisme-2025.jpg310960uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2025-03-13 22:40:202025-03-13 22:40:26Nationale manifestatie tegen racisme
Het was een vrij onzekere en onhandige Guy D’Haeseleer, die op maandag 16 december de eerste echte gemeenteraad van Ninove voorzat. De man vergiste zich regelmatig bij zijn agendapunten, maakte een potje van de vermenging van zijn burgemeesterschap met het voorzitterschap van de gemeenteraad en voelde zich geroepen om zijn eigen Forza Ninove bij elk punt het gewenste stemgedrag mee te geven. Het agendapunt van de avond: het afschaffen van de subsidie voor de door Avansa georganiseerde informele taallessen ‘Babbelonië’. Een honderdtal mensen uitten voor de gemeenteraad buiten hun ongenoegen.
Die lessen trokken vorig jaar 142 deelnemers aan die de kennis van het Nederlands oefenen in gewone gesprekken, met als onderwerp het leven van elke dag in de stad Ninove. De oppositie protesteerde bij monde van Stijn Vermassen, Veerle Cosyns en Jordy De Dobbeleer (Vooruit–GROEN) sterk tegen deze beslissing en vermoedt dat Forza Ninove niet gewoon tegen deze taallessen is, maar eigenlijk “gewoon niet wil dat er communicatie en verbinding is in Ninove, om zo zijn extreem-rechtse haatcampagnes te kunnen verder zetten en de bevolking tegen mekaar te kunnen opzetten.” Ex-burgemeester Tania De Jonghe (Positief Ninove: Open VLD en co) nam het de meerderheid vooral kwalijk “dat er geen alternatief voorzien was en dat ze zich niet eens de moeite getroost had om zich echt te gaan vergewissen van de resultaten van de cursussen.”
Forza schepen Ilse Malfroot weigerde de vragen van Cosyns te beantwoorden, omdat ze niet op voorhand op papier stonden en maakte zich er vanaf met een opsomming van andere mogelijkheden om Nederlands te leren: “TV kijken, naar de slager gaan, wandelen, samen sporten.” Er komt op termijn een alternatief voor Babbelonië, maar dat zal niet met Avansa zijn, liet ze nog weten.
De oppositie raakte blijkbaar niet tot een gezamenlijk voorbereide motie en legde er dan maar twee verschillende neer die bepaalden dat de subsidie van de stad moet behouden blijven. Beiden werden met 18 stemmen tegen 17 weg gestemd. Of Forza die krappe meerderheid zes jaar lang zal behouden was gedeeltelijk het gespreksonderwerp achteraf.
Al bij al verliep het debat vrij saai. Er zal meer vuurwerk vanuit de basis en de oppositie nodig zijn in Ninove om de rechtse radicale uitsluitingspolitiek en het normaliseren van Forza Ninove tegen te gaan. Onderhuids voel je ook de eerste tekenen van de weg die Forza wil volgen naar een autoritaire samenleving: uren van gemeenteraadscommissies worden ingeperkt, vragen worden maar gedeeltelijk beantwoord, de eigen raadsleden krijgen strikte stemadviezen,… Iedereen ruikt van op afstand waar men met Ninove naartoe wil, maar voorlopig leidt dat niet tot algemene verontwaardiging in de stad en erbuiten.
Denderhoop roept de progressieven op tot samenwerking en wil daar graag de draaimolen van zijn. De normalisering van Forza en aanverwanten moet gestopt worden. En neen, het was ook geen gelukkige of breed lachende Guy D’Haeseleer die we met zijn aanhang na de gemeenteraad in Café Versato zagen aankomen.
Dominique Willaert borstelt de Denderstreek in een boek. Hij sprak met meer dan honderd mensen over hun verzuchtingen, wensen en leven. Hij ging aan tafel zitten met migranten, ‘zwetten’, asielzoekers, gekleurde Nederlandstaligen en wit-roze autochtonen die voor het Vlaams Belang stemmen. Hij zocht wat ze gemeen hebben en waar ze zich aan ergeren. En ook: waarom ze zich ergeren aan elkaar.
Dominique sprak met mensen uit Aalst, Denderleeuw, Geraardsbergen, Ninove en Herzele. Toen ik hem zelf de eerste keer op bezoek kreeg, uitte ik mijn twijfel: “Er is door buitenstaanders al zoveel negatiefs geschreven over deze streek. Voor de mensen die hier wonen is dat irritant. Telkens strijken journalisten, filmmakers en anderen hier neer om te beschrijven waarom het Vlaams Belang in de regio zoveel stemmen haalt. Na hun publicatie en de positieve kijk- of leescijfers verdwijnen ze opnieuw. Wij blijven met de shit achter.”
Anderzijds had ik wel wat vertrouwen in de aanpak van Dominique, de vroegere man achter Victoria Deluxe, die ooit mijn eigen eerste filmproject voor ’t Uilekot hielp tot stand komen.
Dat vertrouwen bleek niet misplaatst. Het boek werd een gevoelige en mooie beschrijving van mensenlevens in de streek. Van mensen die allemaal dezelfde zorgen of doelen hebben: een treffelijk huis vinden, zorgen dat je kinderen (als je er hebt) het goed hebben, wat te eten en te drinken vinden. En toch vinden sommige groepen mekaar niet, daartoe aangepord door het Vlaams Belang, dat teert op alle ongenoegen.
Dat ongenoegen zit diep. Het heeft te maken met snelle veranderingen, migratie zonder begeleiding en de voortdurende afbouw van diensten in deze streek. Toen ik nog in Geraardsbergen woonde waren er goede busverbindingen, een lokaal kantoor van de waterafdeling en elektriciteitsmaatschappij, een Volkshuis,… Allen zijn ze verdwenen of vervangen door online-dienstverlening. Op de koop toe worden cafés vervangen door een brasserie en verdwijnen veel lokale bakkers, beenhouwers enz. Het zorgt voor een verlieservaring die voor velen versterkt wordt door de snel verkleurende maatschappij om zich heen en door pijnlijke armoedecijfers: Volgens de kansarmoede-index van Kind en Gezin was in 2021 20,49% van de inwoners van Geraardsbergen kansarm. In het centrum loopt de kinderarmoede-index op tot maar liefst 39,8%. Daarmee doet de Oudenbergstad het opmerkelijk slechter dan Aalst, Denderleeuw, Ninove en zelfs Ronse.
Het boek ontroert en boeit en beschrijft elke mens met respect.
Dendertop
De auteur werkte ondertussen een tournee af in de streek, waarop telkens tientallen mensen komen luisteren naar de verhalen van hemzelf en de mensen die in het boek voorkomen. Op zaterdag 25 november organiseert een groep medestanders een Dendertop in vzw De Plomblom te Ninove. Het is de bedoeling om daar een soort van solidair charter voor te stellen, een verzameling van sociale en solidaire eisen en verzuchtingen die nadien aan het politieke niveau voorgelegd worden. Dat idee steunen we van harte. Zelf zou ik er voor pleiten om dat idee te vervolledigen met onze omgeving, het leefmilieu. Dominique heeft dan wel niemand het woord klimaat in de mond horen nemen, maar de overstromingen die de streek regelmatig teisteren, zijn er wel een direct gevolg van.
Levende krachten
Verder kan ik alleen maar hopen dat het project ankerpunten vindt in de streek. Het mag niet opnieuw gebeuren dat mensen die deze streek portretteren na dat werk met de noorderzon verdwijnen zonder het project door te geven aan de levende krachten in deze streek. De herinnering aan het SAAMO-débacle in Denderleeuw ligt daarvoor nog te vers in het geheugen. Het ‘progressieve’ gemeentebestuur zette deze werking aan de deur. Er volgden een actie en onderhandelingen waarbij actiegroepen en vakbonden uit de streek nauwelijks betrokken werden. ’t Uilekot en Climaxi lanceerden nog een oproep die door een vijftigtal organisaties en individuen getekend werd… maar initiatieven tot samenwerking werden niet beantwoord en SAAMO koos voor de juridische weg en verloor die.
Ook daar mogen linkse mensen wat uit leren: hou rekening met de streek en beslis minder van bovenaf! Integreer je, white man!
Filip De Bodt
Het boek van Dominique is voor €25 te koop in de Eco & Fair winkel, Groenlaan 39 te Herzele. Je kan het ook bestellen via info@ecofair.be
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2023/11/Niet-alles.png9291302uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2023-11-22 13:11:142023-11-22 13:14:48Boekrecensie ‘Niet alles, maar veel begint bij luisteren’
De discussie rond de subsidiëring van het sociaal werk in Denderleeuw raakt de fundamenten van onze democratie. Het CD&V-Vooruit-GROEN gemeentebestuur wil er de subsidies van de vzw SAAMO afschaffen. Het is de derde keer dat men zoiets probeert in de Denderstreek. Nu gaat het evenwel om progressieve partijen die moeilijk overweg kunnen met de onafhankelijkheid van het sociaal werk.
In 2013 werd in Herzele een eerste poging gedaan om subsidies voor verenigingen aan te pakken. De nieuwe N-VA-Open-VLD coalitie sprak over een ‘tabula rasa’ in het subsidiebeleid: De toenmalige N-VA-schepen Neirynck zei “We moeten bezuinigen en gaan de subsidies herdenken. Maar het kan goed zijn dat sommigen meer krijgen.” Onder impuls van vzw ’t Uilekot kwam het verenigingsleven in actie. Het gemeentebestuur kreeg een paar honderd postkaarten in de bus en tientallen verenigingen (van vissersclub over Natuurpunt, vrouwenorganisaties en vzw ’t Uilekot) woonden de gemeenteraad bij. Van buitenaf kwam er massale steun van socio-culturele werkers en professoren. De coalitie trok de maatregel terug en het subsidiesysteem bleef tot op vandaag onveranderd, ondanks de herhaalde pogingen van de lokale N-VA om verenigingen als ‘subsidieslurpers’ af te schilderen. Ietwat verwonderlijk dat een politieke partij, die zelf massaal overheidssubsidies opstrijkt zich daartoe leent. Vzw ’t Uilekot verloor ook nationaal zijn subsidies en draait nu zelfstandig op giften, lidgelden en de eigen barwerking.
Aalst
In 2019 was het aan de stad Aalst om verenigingen aan te pakken. Onder leiding van N-VA-OCMW-voorzitter Sarah Smeyers zegde het OCMW (N-VA/Open-VLD en CD&V) het contract op met vier verenigingen: Schulden op School, vzw Parol, Steunpunt Welzijn en ’t Nest. In sommige van die organisaties waren mensen actief die behoorden tot andere politieke strekkingen of redelijk kritisch stonden tegenover het stadsbestuur. Schepen van Sociale Zaken Sarah Smeyers (N-VA) liet in het Nieuwsblad optekenen dat er projecten gezocht worden “die ons beleid echt ondersteunen”.
Ondanks een woelige gemeenteraad kwam de stad niet op haar beslissing terug. Dat het socio-cultureel werk niet volledig solidair was deed er geen deugd aan: sommige organisaties namen met plezier de extra-centen die ze daardoor kregen in ontvangst. Parol, een buurtwerk op de kwetsbare Aalsterse rechteroever sloot de deuren. Anderen krompen hun werking in of vonden nieuwe sponsors.
Denderleeuw
Een paar weken geleden luidde de noodklok in Denderleeuw: de stad (CD&V, Vooruit en GROEN-meerderheid) zegde het contract met vzw SAAMO op. Er werd, net als op de andere plaatsen, respect betoond voor de jarenlange werking met o.m. Buurthuis Palaver. Maar, de laatste jaren liep het mis, zegt Vooruit-burgemeester Jo Fonck op TV-Oost: “We zaten niet altijd op dezelfde golflengte met SAAMO”. Tegelijkertijd zegt men nog tot een oplossing te willen komen. GROEN nam alvast een wending en CD&V minister Dalle (o.m. armoedesbestrijding) vroeg de gemeente de beslissing te herzien. Dat zorgde dan opnieuw voor irritatie bij de lokale politici, die vinden dat de minister dan ook maar zijn portefeuille moet opendoen.
Denderfonds
De Vlaamse regering maakte na een zoveelste zwarte zondag in 2019 4 miljoen € extra vrij voor Denderleeuw, Geraardsbergen, Ninove en Zottegem. Daarmee moesten die steden de strijd aanbinden met armoede en inzetten op de integratie van nieuwkomers. Dat N-VA-minister Diependaele ook het eerder welvarend Zottegem aan boord hees, wekte bij velen verwondering op. Denderleeuw recupereerde met dit geld een deel van de lonen van de opbouwwerkers en de inrichting van buurthuis De Palaver en besteedde het geld deels goed, maar hoeft dan ook niet zo hoog van de toren te blazen rond de werking van SAAMO. Anderen voelden zich vrijer in de besteding van de zwarte-zondag-centen: Geraardsbergen betaalde er zijn ambtenaren voor stadsontwikkeling mee en Ninove gebruikte de centen deels voor camera’s en de kosten van de politiezone. Zottegem trok geld uit voor parkings in het centrum van de stad, kwestie van een sterk ‘sociaal beleid’ voor de automobilist op te zetten.
Extreem-rechts
Dat heel wat politici in de streek de wind van extreem-rechts in de nek voelen is een feit: daags na de beslissing rond SAAMO kraaide de lokale VB-er Kristof Slagmulder victorie in een ondertussen verdwenen facebookbericht. In Ninove en Denderleeuw haalt het VB respectievelijk 40 en 26% van de stemmen tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Dat het niet makkelijk besturen is in relatief kleine steden en gemeenten die zonder veel hulp een grootstedelijke problematiek moeten oplossen is evenzeer een feit. Dat politici hierdoor opgejaagd worden, hun centen naar goeddunken gebruiken voor projecten die sociaal weinig aan de dijk brengen en dan maar uithalen naar verenigingen, is niet meer zo logisch: 10,1% van de kinderen groeit op in armoede te Aalst, 9,2% in Denderleeuw, in Geraardsbergen 21,2% en in Ninove 13,4%. Daar zit het probleem en dat probleem kan je alleen oplossen door specialisten in het opbouwwerk, die desnoods ook maar af en toe eens tegen de schenen moeten schoppen. Dat geeft de zuurstof in een maatschappij. Ik heb zelf meermaals gezien hoe inert gemeentebesturen zijn en ben er van overtuigd dat ze zeker niet zelf van opbouwwerker moeten gaan spelen.
Trend
Uiteraard past het ‘temmen’ van verenigingen en kritische stemmen binnen het actueel antidemocratisch pleidooi van sommigen. Voor je mening uitkomen is niet meer populair. Mensen die hun arbeidsrechten verdedigen bij Delhaizekrijgen deurwaarders met boetes aan huis. Méér en méér bouwpromotoren of industriëlen kiezen voor de rechtstreekse juridische aanval op kritische stemmen. Op een week tijd kreeg vzw Climaxi een minister over zich rond het PFAS-schandaal en het VOKA rond de N60 in Ronse: “Dat de Vlaamse overheid hierbij haar eigen bezwaarschriften financiert is hemeltergend. Climaxi bijvoorbeeld ontving in 2022 144.678 euro aan subsidies van de Vlaamse Overheid. Om de plannen van diezelfde overheid vervolgens te dwarsbomen…” Men zou soms maar al te graag critici het zwijgen opleggen.
Daarom is de beslissing die Denderleeuw de komende dagen neemt zo belangrijk: dit gaat niet over couscous of frieten, maar over het recht om je werking inhoudelijk onafhankelijk uit te voeren, om de essentie van het socio-cultureel werk. Dat dwingt ons als collega’s en sympathisanten om met hand en tand te vechten voor iedereen die op dat vlak in de penarie komt te zitten. Dat dwingt het gemeentebestuur van Denderleeuw om ook die kant van het verhaal in overweging te nemen. Kritiek is positief en zou de overheid moeten aanzetten tot nadenken. “Ook de afbreker bouwt op” schreef Louis Paul Boon.
Filip De Bodt
26 streekgenoten en sympathisanten namen in elk geval al het initiatief voor volgende oproep:
Wij, ondergetekenden, vernamen dat het Gemeentebestuur van Denderleeuw zijn samenwerking met SAAMO zou stopzetten. Aan de basis daarvan liggen, zegt men, een aantal verschillen in benaderingen en communicatie.
Als bewoners van of mensen die werkzaam zijn in de Denderstreek willen we benadrukken dat SAAMO goed werk doet. Wij vinden dat het socio-cultureel werk een onafhankelijke positie moet innemen tegenover de overheid. Socio-cultureel werkers zijn geen onderaannemers van het beleid.
Wij horen dat het Gemeentebestuur de sociale taken van deze organisatie wil overnemen, maar denken dat armoedebestrijding en integratie specialistenwerk is. We beschouwen dit als een verdere afbraak van de sociale dienstverlening in onze streek.
Wij willen het Gemeentebestuur dan ook vragen om deze beslissing te herzien.
Dominique Willaert (Gent, auteur, werkend aan een boek over de Denderstreek)
Filip De Bodt (Herzele, vzw Climaxi)
Sarah Hutse (Herzele, vzw ’t Uilekot)
Johan Dumortier (Denderleeuw, vakbondssecretaris BBTK-ABVV)
Vanessa Finjaer (Denderleeuw, ABVV-afgevaardigde)
Denoix Kerger (Gent, docent socio-cultureel werk Artevelde Hogeschool)
Bart De Durpel (Herzele, LEEF!)
Marnix Schollaert (Herzele, GROEN)
Paul Haustraete (Gemeenteraadslid LEEF!&GROEN-Herzele)
Marnix Schollaert (GROEN-Herzele)
Hilde Fonck (Herzele, gepensioneerd leerkracht KA Denderleeuw)
Geert Van Waeyenberghe (Zottegem, Lid Bijzonder Comité Sociale Dienst voor Vooruit!)
Lieven De Pril (vrijwilliger en auteur over armoedebestrijding, actief in Welzijnsschakel Lede en Erpe-Mere)
Ben Deckers (Herzele)
Michelle Van Impe (Ex-opbouwwerker bij Saamo in Denderleeuw en bewegingsmedewerker vzw Climaxi)
Ludo Segers (Puurs)
Pascal De Decker (Fac. Architectuur KU Leuven)
Ico Maly (auteur)
Katrien Van Poeck ((Prof. Politieke Wetenschappen Ugent)
Katrien Neyt (ABVV-Oost-Vlaanderen)
Prof. Dr. Eric Corijn (Vrije Universiteit Brussel, Cosmopolis, Centre for Urban Research)
Alexander Van Ransbeeck (Voorzitter PVDA Aalst)
Catalina Antoneanu (Denderleeuw)
Michel Markey (Haaltert)
Hugo Matthieu (Aalst, voormalig BBTK-delegué)
Sarah De Bruecker (medewerker bbtk en actief in groen Aalst)
Zich aansluiten kan via een mail naar info@climaxi.be
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2023/05/samenwerking.png472828uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2023-05-15 23:49:052023-05-16 00:04:17Denderleeuw: sociaal-werkers zijn geen onderaannemers
Omvolking was voor Hitler de nazi-term die hij koos voor de door hemzelf gewenste germanisering van Oost-Europa. Het ‘Herrenvolk’ had Lebensraum (plaats) nodig en de ‘omvolking’ van het Oosten, met Duitsers in plaats van Polen, was de oplossing.
Vandaag wordt het woord omvolking ook gebruikt door extreem rechts. Volgens hen voeren de Europese politieke leiders bewust een politiek om het ‘originele Europese volk’ te vervangen door mensen uit Islamitische landen. Ze vertellen er ook in één adem bij dat Europa hierdoor onder druk van ‘vreemde mensen’, Islamitisch zou worden. Die haatdragende omvolkingstheorie wordt vandaag volop door het Vlaams Belang verkondigd. Ook in ons mooie Herzele. Het VB kan je bijna vergelijken met bepaalde groepen langs de fundamentalistische kant van de Islam en andere godsdiensten in hun jonge vorm: vrouwen aan de haard, geïsoleerd leven, tegen abortus, godsdiensten van mekaar scheiden.
Voor alle duidelijkheid: we bestrijden alle conservatieve en reactionaire ideeën zonder onderscheid, welke religieuze, filosofische of politieke basis die ook mogen hebben.
Volgens ons heeft onze gemeente andere problemen: mensen die niet meer rondkomen of hun energie niet kunnen betalen. Herzele dat stilaan zijn plattelandskarakter dreigt te verliezen door een overvloed aan appartementen of het idee om uit te groeien tot een gemeente met 20.000 inwoners. De vervuiling met PFAS aan de brandweerkazerne, die een pak duiten gaat kosten als men tot sanering wil overgaan. De afbouw van openbaar vervoer en het verdwijnen van de kleinhandel. Dit zijn voor ons de prioriteiten waarrond wij alle Herzelenaren uitnodigen om samen te werken.
Trouwens, met die omvolking valt het dik mee in Herzele: In 2000 hadden wij 1,45 % mensen ‘van vreemde origine’ zoals dat heet. In 2021 was dat 9,5 %. Dat is toch veel, horen we een paar mensen denken. Opgelet, als men zegt ‘van vreemde origine’, dan gaat dat bijvoorbeeld ook over Belgen van wie minstens een van de ouders bij de geboorte niet de Belgische nationaliteit had. In Herzele zijn mensen met buitenlandse roots vooral (in dalende lijn) Roemeen, Pool, Nederlander, Congolees of Spanjaard. Mensen die deels werken in essentiële jobs zoals de zorg, de bouw en de logistiek. Als iedereen die een ander kleur heeft morgen moet terugkeren… wie gaat er dan allemaal die jobs doen?
Conclusie: je moet al een zeer scherpe bril opzetten om mensen die Islam als godsdienst hebben te vinden in landelijke gemeenten als Herzele. Waarom daar dan vuurtje rond stoken? Wij focussen liever op echte problemen en solidariteit.
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2022/07/Omvolking-Lectrr.jpg280345uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2022-07-04 12:11:002023-03-24 12:15:43Het vergif van de omvolking
Enkele maanden voor zijn al te vroege dood schonk ik Pascal het boekje Oog en Geest[i] van de Franse filosoof Merleau-Ponty. Ik wilde ermee over zijn schilderkunst praten, maar een gesprek kwam er niet meer van. In onderstaande tekst reflecteer ik met het boek over Pascal Verreth zijn schilderij Zuurstof. Twee uitspraken zijn mijn leidraad. De ene is van Joris-Z-Helsen die in de inleiding van Hunkerbunker[ii], een boek met foto’s van Pascals schilderijen, schreef: “Hij denkt… gedachten van beeld en so(m)bere kleuren”. De andere is het antwoord op mijn vraag waarom hij schilderde: “Om de lelijkheid van onze wereld te tonen met de schoonheid van mijn doeken”. De lelijkheid, dat was voor hem een wereld waarin de angstige en vervreemde mens, opgesloten in een bunker, hunkert naar een beter leven. Het maatschappelijk engagement van de schilder moest voor Pascal die schonere en betere wereld dichterbij brengen. Zelf gaf hij dit vorm via de boekenwerkgroep van ’t Uilekot. In het schilderij Zuurstof ga ik ernaar op zoek, als postuum eerbetoon aan zijn schilderkunst.
Wanneer ik wakker word, zie ik Zuurstof aan de muur van mijn slaapkamer. Twee figuren in het midden van het doek trekken de aandacht. De eerste lijkt een kind op zijn rug liggend met opgetrokken knieën. Twee grote stippen – de ogen, twee puntjes – de neus, en een dikke kromme lijn – de mond, meer is het niet, maar opgevuld met tinten blauwgrijs toont het onmiskenbaar een gelaat vol angst. Ziet een ziek kind de dood onder ogen? Of heeft iets verschrikkelijks het teruggeworpen op zichzelf? Ik weet het niet. De tweede figuur van wie het gelaat meer details bevat, vlijt zich liggend tegen het kind. De ogen staren in het ijle en kruisen de blik van de andere figuur niet. Het haar wappert over het gezicht van het kind als een soort bescherming. Tegen wat? Iets onvoorstelbaars dat de grote broer of zus wil bezweren? Of iets ondraaglijks dat een mee-lijdende moeder wil afwenden? Ik weet het niet. De geschilderde ruimte versterkt de gevoelens van de twee figuren. Boven hen zie ik vele ruw aangebrachte dikke zwarte strepen, een razende storm als het ware. Onder hen iets dat lijkt op een deken dat de twee figuren bedekt en waarvan de witblauwe kleuren met geelgrijze tinten doen denken aan zeewater, woelig aan de kant van het kind, rustiger aan de andere kant. Het lijkt alsof alle uitwegen in hun leven versperd zijn en zij opgesloten zijn in zichzelf. Het doek is onmiskenbaar een Verreth, een figuratief schilderij dat bij de kijker intense gevoelens van verwarring oproept.
In Oog en geest reflecteert Merleau-Ponty, de filosoof van het niet-wetend weten, over de moderne schilderkunst die vanaf 1850 telkens weer onze blik verruimde. Tegen een dominante idee dat beeldend werk bekijken een nutteloze bezigheid is die zich in waanbeelden verliest, gaat Merleau-Ponty op zoek naar de zin van het zien. In zijn mooie boekje staat de volgende vraag centraal: ‘Wat is deze geheime kennis van de schilder, deze grondslag van de schilderkunst en misschien wel van alle cultuur?’ (pag. 18). Merleau-Ponty zoekt het antwoord in de bodem van onze zintuiglijke waarneming waaruit hij samen met de schilder niet alleen het zichtbare, maar ook het onzichtbare tot leven wil wekken. Een schilderij is voor hem een wapen tegen een kortzichtige geest die slechts één werkelijkheid kent. Zoals de moderne schilder met zijn penseel een doek vorm geeft, zo zet de filosoof Merleau-Ponty met zijn pen een tekst op papier in een poëtische beeldtaal waarin de lezer zich vele malen verliest, maar waaruit telkens weer nieuwe betekenissen opduiken.
In een eerste deel geef ik de inhoud van het boek Oog en geest weer. Vervolgens vul ik dat aan met bedenkingen over de maatschappelijke rol van de moderne kunstenaar om tenslotte, hiermee verrijkt, in het derde en laatste gedeelte terug te keren naar Pascals schilderij Zuurstof.
Oog en geest: het zien van de schilder als een bron van een cultuurkritiek
Oog en geest analyseert het fenomeen van het ‘zien’. Zien doe ik met mijn oog dat de aanwezige dingen in zijn blikveld altijd ziet vanuit een bepaalde plek. Het menselijk oog heeft nooit een alles overheersend perspectief, geen goddelijke blik. Als mijn oog de voorkant van een huis ziet, is de achterkant onzichtbaar. Mijn lichaam kan zich verplaatsen om de achterkant van het huis te zien, maar dan wordt de voorkant onzichtbaar. Het oog onthult altijd slechts een deel van de ruimte waarin ik leef en verhult een ander deel. Als ik mijn blik verplaats van de dingen naar mijn lichaam waartoe mijn oog behoort, dan dringt de beperktheid van het zien zich nog meer op. Een groot deel van mijn lichaam kan ik nooit zien, hoeveel ik mij ook verplaats. De twee polen van het zien – het oog dat dingen ziet en het lichaam waarmee ik zie – vormen samen het raadsel van het zien, aldus Merleau-Ponty. Ze overschrijden elkaars grenzen voortdurend bij het vormen van een ‘waar’neming. Het lichaam houdt met het oog de dingen in een cirkel om zich heen en ziet voorbij de ‘visuele gegevens’ uit op de wereld die het met zijn ogen bewoont. Het oog is het ‘venster van de ziel’ en stelt haar helderziendheid af op de dingen om de geest tot ‘voorwaardelijk denken’ te prikkelen. De geest kan zich losmaken van het oog en het lichaam, maar zo’n geest leert niets over de wereld van gevoelige, lichamelijke wezens, aldus Merleau-Ponty. Alleen vanuit een in tijd en ruimte gesitueerd lichaam kan de geest betekenis geven aan wat het met het oog ziet en beleeft.
De moderne schilderkunst ontstond uit de verwondering over het raadsel van het zien, schrijft Merleau-Ponty. De moderne schilder aanvaardt alle problemen van het zien en reflecteert met zijn geest over wat zich in de grond van het zichtbare roert in zijn lichaam. Alles wat hij schildert, is een antwoord op de vraag van iemand die niet weet, maar het zichtbare aftast om tot weten te komen. De schilder leent zijn lichaam uit aan de buitenwereld om tot het hart van de dingen door te dringen en hun fantomen te vatten. Hij neemt de uiterlijke waarneming op in zijn binnenwereld, bewerkt deze en verrijkt ze met de bezieling van zijn innerlijk zien. Hij ziet terwijl hij schildert met zijn hele lichaam en verbeeldt zich met zijn bewustzijn wat aan zijn innerlijke zien ontbreekt om doek te worden. Hij denkt, zoals Cézanne zei, in schilderijen, en de lijnen, de ruimte, de kleuren, het licht en de schaduwen vloeien bij de geboorte van een doek samen in een nieuw beeld. De kijker die met zijn blik ronddwaalt in een modern schilderij leent zijn ongeoefend oog dat niet weet, uit aan een schilder die geobsedeerd was door het raadsel van het zien. Hij ziet en denkt mee met de schilder, en het nieuwe beeld op het doek verbindt de schilder en de kijker in wat Merleau-Ponty de onbewuste ervaring van het ‘gedeelde zien van een tijdperk’ noemt. De westerse filosofie is dat gedeelde zien verloren, zo stelt Merleau-Ponty. Waarin dat verlies bestaat toont hij in zijn kritiek op de filosofie van Descartes (1596-1650).
René Descartes kent de innerlijke bezieling van het zintuiglijke waarvan de schilder bezeten is, niet. Hij gaat uit van een strikte scheiding tussen geest en lichaam. De geest ontdoet zich van de verwarde betrekkingen tussen het zien en het zichtbare, en zoekt louter en alleen met het denken naar zekere kennis van de wereld. Deze geest werkt niet actief in op de dingen die het oog en het lichaam waarnemen, maar registreert passief beelden van externe dingen die de cartesiaanse geest ordent in een vooraf geconstrueerde lege ruimte. Een ‘geest zonder lichaam’ ordent met de wiskunde deze beelden, bewerkt deze met zijn gedachten en voert allerlei experimenten uit op de mechanisch gedetermineerde ‘lichamen zonder geest’. De zo opgebouwde zekere kennis leert ons niets over de wereld die wij met onze ogen en ons ganse lichaam bewonen, schrijft Merleau-Ponty. Descartes wringt de ons omringende wereld in een lege meetkundige ruimte, bestaande uit drie rechthoekige assen waarin de dingen voor, na en naast elkaar geplaatst zijn. De klassieke schilderkunst neemt deze lege ruimte als uitgangspunt en toont vanuit een gefixeerd perspectief een transparant beeld van een levenloze wereld waarin geen verborgen aanwezigheid bestaat. Hoe anders is de ruimte van de moderne schilderkunst. De picturale diepte is geen derde dimensie naast hoogte en breedte, maar de ervaring van de omkeerbare dimensies waarin alles tegelijk uitdrukt: daar is dát unieke ding. De ogen en het lichaam zijn geen receptoren van gedetermineerde externe lichamen in een lege ruimte, maar creëren samen met de geest een volle ruimte die niet los kan gezien worden van zijn inhoud. De moderne schilder denkt niet met zijn geest over kunst, maar zijn ogen en zijn hele lichaam denken door en met kunstwerken. Alle lijnen, alle kleuren, alle ruimte vloeien samen tot één geheel dat de volheid van de dingen in zich draagt en neerdaalt op de ruimte van het doek. Op Pascals doek Zuurstof nemen bijvoorbeeld de lijnen met de donkere en lichte kleuren de volledige ruimte in om niets anders uit te drukken dan de gemoedstoestand van de twee figuren. Merleau-Ponty kan zich niet voorstellen hoe een modern schilder die in de lege Cartesiaanse ruimte met zijn geest zonder lichaam dingen construeert en manipuleert, iets op doek zou kunnen zetten.
Geïnspireerd door de moderne schilderkunst breidt Merleau-Ponty zijn kritiek op Descartes die de vader van de moderne wetenschap genoemd wordt, uit tot een kritiek op de huidige wetenschappelijk-technologische cultuur waarin de cartesiaanse geest nog altijd ronddwaalt. Het mag dan waar zijn dat de wetenschap haar kennis niet meer ontfutselt aan een mechanisch gedetermineerde natuur zoals Descartes, maar weten wordt in onze tijd steeds meer gereduceerd tot meten. De wetenschapper construeert in zijn ivoren toren ‘uiterst’ bewerkte verschijnselen en kapitalisten stellen hem in functie van hun winst de technologische middelen ter beschikking waarmee hij de dingen manipuleert. Als wij blind blijven vertrouwen op deze imaginaire constructies van de geest en ons geen rekenschap geven van de ongrijpbare bron van de lichamelijke gewaarwordingen waaruit het denken voortkomt, dan treden wij ‘binnen in een cultuurstelsel waarin er van de mens en zijn geschiedenis niet langer iets waar of onwaar is, maar in een slaaptoestand of een nachtmerrie waarin niets hem [de mens] nog kan wekken’ (pag. 16) schreef Merleau-Ponty in 1960. De schilder die geen andere ‘techniek’ ter beschikking heeft dan zijn ogen en zijn lichaam, moet ons wakker schudden uit deze nachtmerrie en ons de weg wijzen naar een nieuwe vorm van weten. Hoe kan het weten van de moderne schilderkunst ons bevrijden uit de lelijke wereld van het kapitalisme met zijn wetenschappelijk-technologische cultuur? Hoe kan de schoonheid van haar doeken ons een nieuwe verbeelding schenken? Op deze vragen zoeken wij hierna een antwoord.
Met de moderne kunst op zoek naar de verbeelding van een nieuwe cultuur
De klassieke of oude schilderkunst toonde ons in al haar schoonheid ware beelden van een onveranderlijke realiteit met een verborgen boodschap over wat mensen goed moesten vinden. Deze schone, ware en goede realiteit bestond op aarde, maar was slechts de afspiegeling van een goddelijke wereld waartoe wij via het geloof, de geest en de beeldende kunsten toegang kregen. Expressieve emoties zoals op Pascals doek Zuurstof waren des duivels. De uitbeelding van het lijden van Christus moest aanzetten tot nederigheid en onderwerping aan de bestaande realiteit. Als Courbet en de impressionisten vanaf 1850 de oude schilderkunst de rug toekeren, dan treden zij met hun oog en lichaam de ons omringende zintuiglijke werkelijkheid actief tegemoet om telkens weer nieuwe beelden op doek te zetten. Zij zien met hun oog en geest om zich heen geen mooie, ware en goede realiteit waaraan mensen zich moeten onderwerpen, maar een lelijke wereld van angst en lijden en worstelen daarmee als mens en kunstenaar. De linkse kunstkritiek die Pascal maar al te goed kende, werkte dit uit en ontmaskerde de doeken van de klassieke schilderkunst als beelden van een klassenmaatschappij.
Op één van onze vele treintrajecten na het werk op weg van Brussel naar huis sprak ik Pascal eens vol enthousiasme over de memorabele BBC-uitzendingen ‘Ways of seeing’ die ik op YouTube bekeek. John Berger was de regisseur en schreef er ook een boek[iii] over. Ik wist dat Pascal hield van zijn romans over de teloorgang van het boerenleven in de Franse Alpen, maar hij kende de reeks waarin de ideologische wortels van het kunstwereldje blootgelegd werden, niet. Berger toonde hoe de klassieke schilders de macht van de adel en de koningen met hun eigendommen en hun mooie vrouw als kroonjuweel uitbeeldden. Oude kunstenaars zoals Caravaggio of Rembrandt die een andere wereld toonden en die wij nu sterk waarderen, werden systematisch gemarginaliseerd en stierven in bittere armoede. Voor Berger ontsnappen de moderne kunstenaars niet aan marginalisering. De door de reclame voorgeschotelde schoonheidsidealen werken door in de moderne beeldvorming en kunstenaars staan onder de invloed van de ideologie van de markt. Kunstgalerijen en de grote veilinghuizen reduceren kunstwerken tot een verkoopbaar product voor de rijke toplaag. Toen Pascal de BBC-reeks bekeken had, zei hij mij dat de inhoud hem welbekend was en dat een modern kunstenaar zich hoe dan ook verzet tegen de commercialisering van de kunst. Hoe begrijp ik dit nu? De moderne schilder werkt niet voor de rijke kapitalistische bovenlaag en beperkt zijn verbeelding niet tot de wetenschappelijk-technologische cultuur. Hij breekt met hun kijkgewoonten, en beeldt aan de rand ervan met een veelheid van lijnen, kleuren en vormen zijn eigen utopie uit. Zijn geest rammelt met de beelden die het oog en het lichaam zien om – in de lijn van Kants principe ‘durf te denken’ – zijn sublieme visioen op doek te stellen. En ook al bestempelen velen zijn werk als zotte toeren van een rare snuiter, voor hem is het herscholen van onze blik in een verloederde, lelijke wereld een politieke daad. Wij kunnen ervan leren. De vele wijzen van het in beeld brengen van het andere dat de kern van de moderne kunst uitmaakt, sluit aan bij het democratische ideaal. De veelheid aan standpunten in het publieke debat behoort tot de kern van de politieke democratie. Niet voor niets zet de moderne democratie zich vanaf 1850 samen met de moderne schilderkunst door.
Moderne kunst stimuleert het kritisch denken in de publieke sfeer. Als Picasso de kernelementen van de oude schilderkunst – een gefixeerd perspectief, emotionele afstand en idealisering van het bestaande – op de schop gooit, dan is dat niet alleen een kritiek op de westerse kunstgeschiedenis, maar ook een pleidooi voor een nieuw denken en een nieuwe wereld. Moderne kunst toont ons dat er niet één richting is die ons leven uitgaat, maar een veelheid aan wegen die tot uitdrukking komen in de vele tegenstrijdige richtingen en stijlen van de moderne kunst. De erin uitgebeelde gedachten blijven altijd fragmentarisch zoals ook het leven steeds ambivalent en dubbelzinnig is. Wij spraken reeds van het raadselkarakter van de kunst. Het denken moet het raadsel niet oplossen zoals de kunstexperts met hun soms onverstaanbaar gewauwel doen. Noch de kunstenaars, noch de kijkers hebben daar een boodschap aan. Wij moeten het raadsel als raadsel behouden, maar het naar de publieke sfeer brengen want in de openbaarheid zal het fragmentarische karakter van kunst steeds weer uitnodigen tot discussie. De manier waarop de kunstenaar de zintuiglijk ervaren ruimte herdefinieert met zijn beelden, verdiept de maatschappelijke ervaring en dit raakt aan de kern van de democratische politiek.
Een democratisch politicus die instemming probeert te krijgen voor zijn ideeën, appelleert aan het verbeeldingsvermogen van zijn publiek. Als hij een beeld schetst van een schonere en betere wereld, dan is dat geen ingebeelde weergave van een bestaande realiteit die waar, goed en schoon is, maar de plastische uitbeelding van een niet-bestaande, maar mogelijke realiteit die hij gerealiseerd wil zien. Met andere woorden hij stelt zich niet in de traditie van de oude kunst, maar wil zoals de moderne schilderkunst nieuwe wegen bewandelen. En omgekeerd verrijkt de moderne kunstenaar ons inbeeldingsvermogen telkens weer, ongeacht of hij een politieke boodschap brengt. Door ons inbeeldingsvermogen, zowel zintuiglijk als intellectueel, te verrijken met zijn beelden, verdiept hij de democratie. Vaak toont de moderne kunstenaar iets dat wij op het eerste zicht reeds weten, maar door zijn doek steeds weer opnieuw te bekijken, zien wij vaak in dat wij niet begrijpen wat wij weten. So(m)bere of schokkende beelden doen ons inzien wat wij reeds lang weten, maar voordien nooit echt begrepen. Als wij ons nadien van het doek naar de publieke ruimte toewenden, heeft het schilderij ons inbeeldingsvermogen uitgebreid. Daarom moeten wij steeds weer schilderijen bekijken, moeten wij erover spreken in het publieke debat en heeft de democratie nood aan kunst.
‘Zuurstof’ als uitdrukking van een nieuwe sociale en ecologische verbeelding
Verrijkt met het inzicht in de rol van de moderne kunst en de filosofie van Merleau-Ponty bij de vorming van een nieuwe democratische verbeelding, breng ik tot slot als wakkere burger het schilderij van Pascal vanuit mijn slaapkamer naar de publieke ruimte.
‘Zuurstof’ toont ons twee figuren die geen uitweg meer lijken te zien in de situatie en perplex voor zich uit staren. Het is een terugkerend thema in het oeuvre van Pascal. Mensen die in het ijle kijken, zich afvragend wat hen overkomen is en wat zij zichzelf of anderen aangedaan hebben. Een stilstaand moment waarin iemand overrompeld is door zijn emoties en (nog) niet aan handelen toekomt. Zo ook drukken de twee figuren op het doek in mijn slaapkamer een emotie uit die ik verder wil uitdiepen in het licht van twee thema’s die belangrijk zijn voor het huidige publieke debat. Of Pascal met de emoties op zijn doek die thema’s wilde aanraken, is niet mijn punt. Ik laat het graag aan de kunstexperts over om de ware bedoeling van de kunstenaar bloot te leggen. Elke kijker ziet iets anders in de magische, raadselachtige wereld die een schilderij oproept. En zoals het doek tijdens het schilderen met Pascals oog en geest op de loop ging, zo ook laat ik het met mij aan de haal gaan.
Het gelaat van de eerste figuur, het kind, drukt één en al angst uit alsof het iets verschrikkelijks gezien heeft, schreef ik eerder. In de voorbije decennia werden wij om de oren geslagen met de uitspraak dat angst een slechte raadgever was, iets voor bange blanke mannen die zich terugtrekken in hun bekrompen kleine kring. Het heeft Pascal er niet van weerhouden om telkens weer doeken te schilderen met mensen vol existentiële angst, precies alsof hij beter wist. Als het Coronavirus ons iets geleerd heeft, dan is het dat wij angst, ja doodsangst, best ernstig nemen, en dat wij onze vrijheden en zorgeloosheid best nu en dan wat opzij zetten. Angst wordt straks ongetwijfeld ook een goede raadgever om de dramatische gevolgen van de klimaatcrisis onder ogen te zien. Wij allen weten hoe erg het is, maar weinigen zien het erge van de situatie in. Het moment dat wij geen uitweg meer zullen zien, in het ijle zullen kijken, ons afvragend wat wij onszelf aangedaan hebben, komt er met rasse schreden aan. De moderne kunstenaar die de ecologische crisis met zijn verbeelding wil uitbeelden, staat voor een bijna onmenselijke opdracht. De opwarming van de aarde zien wij niet, en de schilder die dit wil uitbeelden, moet met zijn geest als het ware het onzichtbare zichtbaar maken. Zijn opdracht lijkt nog moeilijker dan die van Picasso of Cézanne die bij het verruimen van onze verbeelding in het begin van de 20e eeuw het zichtbare in hun visioen verrijkten met het onzichtbare. Maar die taak van de schilder is niet moeilijker dan die van democratische politicus die ook het onvoorstelbare voorstelbaar moet maken in het besef dat de natuur ons, mensen, met steeds meer geweld met onze voeten op de aarde zal zetten.
De tweede figuur toont ons het medelijden met de angst van de ander. Hij wil de pijn, het lijden verzachten maar lijkt geen uitweg te zien. Wat is medelijden? ‘Mee lijden’ voelt iemand die aangesproken wordt door het lijden/de pijn van een ander. Hij voelt de pijn van de ander niet zelf, maar is er wel spontaan op gericht, versmelt zich als het ware ermee. Men kan zich met de rede of de wil van dit spontane medelijden afsluiten, zeer zeker. De neoliberale ideologie voor wie de mens een autonoom en vrij individu is, ontkent deze spontane vereenzelviging met de ander. Zuurstof toont die juist wel, en herinnert ons eraan dat iedereen fysisch of mentaal kan lijden en dat niemand zich eraan kan onttrekken. Het medelijden met de angstige eerste figuur appelleert ons ook aan de mogelijke nabijheid van de dood als iets dat nog hartverscheurender is dan het lijden zelf. Het werpt ons machteloos terug op onszelf, maar drijft ons ook naar elkaar toe. Daarom identificeren wij ons met de ander, en zijn doodsangst en medelijden de fundamenten van onze moraal. Ze volstaan op zich niet om onze pijn of het lijden op te heffen. Daarvoor moeten wij een stap verder gaan, onze morele en politieke verantwoordelijkheid opnemen en samen solidair handelen. En daartoe roept de tweede figuur die op het doek vertederd tegen het angstige kind aanligt, ons ook op.
Zuurstof biedt ons met de twee wanhopige figuren in al zijn schoonheid troost. Het zet ons aan om voor elkaar te zorgen en doorheen ons moreel en politiek handelen nieuwe vormen van solidariteit te smeden die een dam opwerpen tegen de pijn en het lijden. Dan wordt de wanhoop en de lelijkheid die wij met ons oog en onze geest waarnemen op het so(m)bere doek, in al zijn schoonheid een bron van hoop. Thijs Lijsters citeert in een recent boek[iv] de Amerikaanse kunstcriticus Thomas B. Hess die schreef ‘it takes years to look at a picture’ en ik kan dit slechts beamen. Na jarenlang elke morgen het schilderij van Pascal bekeken te hebben, is het voor mij in al zijn schoonheid een toeverlaat tegen een lelijke wereld vol milieuverloedering en ongelijkheid. Pascal heeft er met zijn ecologische en sociale verbeelding de hoop op een andere wereld in gelegd en dat geeft mij zuurstof, elke dag opnieuw.
Lieven Plouvier januari 2022
[i] Merleau-Ponty, Maurice, Oog en geest, Parresia, Amsterdam, 2012 (vertaling van L’oeil et l’esprit, 1960)
[ii] Verreth Pascal, Slosse David & De Backere Willy, Hunkerbunker, Melle, 2007
[iii] Berger, John, Ways of Seeing, Penguin, London, 1972
[iv] Lijsters, Thijs, Kijken, proeven, denken. Essays over kunst, kritiek en filosofie, De Bezige Bij, Meppel, 2019
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2022/02/schilderij-pascal-Zuurstof.jpg507521uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2022-02-25 15:39:192022-02-25 17:05:48ONTWAKEN MET ‘ZUURSTOF’ VAN PASCAL VERRETH
De klus is geklaard! Duizendhonderd pagina’s economische geschiedenis zijn zowel met liefde als met haat doorworsteld. Dat ging de ene moment bijgevolg vlotter dan de andere. Had Piketty, de Franse econoom die wereldwijde bekendheid verwierf met zijn ‘Kapitaal in de 21ste Eeuw’, het wat beknopter moeten houden? Ja en nee.
Ja, omdat zijn historische analyse met het oog op het beter begrijpen van meer recentere ontwikkelingen zodanig gedetailleerd is dat sommige lezers zonder twijfel grote stukken zullen overslaan. In zijn inleiding haalt hij zélf dat gevaar aan, hij vraagt om chronologisch te lezen en niet enkel zijn conclusies bij de verschillende hoofdstukken door te nemen. Meermaals heb ik zelfs de indruk dat ik een handboek voor studenten in handen heb, zo uitgebreid is zijn betoog. De auteur herhaalt bovendien meermaals reeds eerder in zijn boek beschreven vaststellingen, alsof hij zeker wil zijn dat het goed wordt ingeprent. Tabellen en voetnoten besliste ik al snel gewoon over te slaan. Om die óók nog vrijwillig te bestuderen en te lezen, daar is het leven toch wel veel te kort voor.
Neen, omdat de uitgave een lawine aan intrigerende info en verduidelijking bevat over verleden en heden. Hij laveert uitgebreid via economie en geschiedenis, slaat regelmatig een zijweg in naar de literatuur, sociologie en filosofie. Wat tot gevolg heeft dat je op sommige momenten hevig in het boek getrokken wordt en ontzettend veel interessante achtergrondkennis opdoet over maatschappelijke mechanismen. Het boek is dus het ene moment gortdroog, dan weer meeslepend. Achterflapteksten strijden nogal eens naar de eerste prijs bewieroking. Feit is dat die positieve commentaren er wel degelijk zijn. Ongetwijfeld zijn er ook andere. Die de flap natuurlijk niét halen. Wie koopt het, wie leest het, wie worstelt zich hier doorheen? Dat vraag ik me aanvankelijk meermaals af. Maar ik ondervind al snel dat hoe meer ik vorder in het boek, hoe interessanter ik het begin te vinden. Al zijn er, eerlijk toegegeven, eveneens een aantal paragrafen die mijn herhaaldelijk rechtgezette pet te boven gaan.
Heel tof voor de literatuurliefhebbers én een noodzakelijke frisheid in de eerste twee delen is dat Piketty een aantal klassiekers connecteert aan de tijd waarvan ze een weerslag zijn. Overbekende werken van onder andere Jane Austen en Honoré de Balzac worden op die manier in hun historische context geplaatst en dat geeft deze een extra dimensie. Tijdens het lezen van die passages dringt de vraag zich op of ik niet beter voorrang zou geven aan die romans zélf. De boeken die ik al las, moet ik dan misschien zelfs eens herlezen. Ongetwijfeld ‘lees’ ik ze anders. Het letterlijk en figuurlijk zware boek goed doorploeteren vraagt tijd, en het schrijven ervan moet een monnikenwerk geweest zijn. Piketty splitst zijn werk op in vier delen.
Hij start met het schetsen van de inegalitaire stelsels uit de geschiedenis, met name de standenmaatschappijen en de bezitterssamenlevingen (19de eeuw) en laat tal van historische ontwikkelingen in verschillende landen de revue passeren – ontwikkelingen die te maken hebben met de hardnekkige structuur van diverse vormen van ongelijkheid. De hyper-inegalitaire samenlevingen van de voorbije drie eeuwen kunnen niet zomaar terzijde worden geschoven als een oude, voorbije wereld, er zijn tal van raakpunten die van wezenlijk belang zijn om de huidige wereld te begrijpen.
In deel twee doet Piketty minutieus uit de doeken hoe de slavenstaten, koloniale samenlevingen en de standenmaatschappijen een zware erfenis van ongelijkheid nalieten. Heiligverklaring van privébezit had zelfs tot gevolg dat bij de afschaffing van de slavernij in de VS de bevrijde slaven hun vroegere eigenaars letterlijk een hoge tol moesten betalen voor hun vrijheid. Voor president Jefferson kon er enkel sprake zijn van vrijmaking wanneer de eigenaars daarbovenop nog een billijke staatsvergoeding kregen, ze waren immers hun werkkrachten kwijt. Wat het bewijs is van een doordrongen respect voor propriëtarisme. De slaven schadeloos stellen als compensatie voor het hun aangedane onrecht, niemand vond het nuttig of nodig.
In deel drie analyseert de auteur hoe de sociale ongelijkheid in de twintigste eeuw ingrijpend veranderde, aanvankelijk in de goede richting. De eeuw laat hij beginnen bij de aanslag in Sarajevo op 28 juni 1914 en eindigen bij de aanslagen in New York op 11 september 2001. Kenmerkend voor dat tijdperk is de hoop op een rechtvaardiger wereld, een samenleving met sociale gelijkheid én het voornemen om de oude, inegalitaire regimes radicaal om te vormen. De twintigste eeuw wordt na de twee grote conflicten vooral gekenmerkt door de contacten tussen samenlevingen en culturen die elkaar voordien bijna volledig negeerden en voornamelijk communiceerden via interstatelijke relaties en militaire overheersing. Het laissez-faire raakt in diskrediet en de overheidsbemoeienis stijgt. Na de ‘Trente Glorieuses’ (1950-1980) groeit de ongelijkheid echter opnieuw. Het aantal belastingparadijzen stijgt terwijl politieke wil tot transparantie ontbreekt. Sedertdien ondergraaft vermogensconcentratie en een ondemocratische spreiding van de rijkdom de samenleving. En waarschuwt Piketty dat dat wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn. Antidemocratische keuzes blokkeren de totstandkoming van ambitieuze internationale politieke programma’s om meer gelijkheid te bewerkstelligen. Zo worden in zowel de postcommunistische als kapitalistische landen de mislukkingen van het communisme regelmatig aangegrepen om bij voorbaat elk ambitieus herverdelingsproject in de kiem te smoren.
Ook de EU kent geen prioriteit toe aan de strijd voor fiscale rechtvaardigheid en hogere belastingen voor dominante spelers. Piketty vindt dit riskant. Die koers geeft brandstof aan een diep anti-Europees sentiment onder de lagere en middenklasse waardoor het mensen in de armen van nationalistische, nativistische en identitaire bewegingen duwt. Hij stelt de pertinente vraag waarom de EU een gezamenlijke munt en de ECB wist te bewerkstellingen, maar geen gezamenlijke fiscale constructie om belastingen te heffen inrichtte. Het antwoord is niet moeilijk te vinden. De afzonderlijke landen willen de concurrentiepositie behouden en bijgevolg ook de grote bedrijven in eigen land houden of er naartoe lokken met alsmaar lagere winstbelastingen.
Wat de auteur vertelt zal voor velen niet nieuw zijn – het autoritaire liberalisme à la Friedrich Hayek is bijna dagelijks onderwerp van vele artikels en opinies. Anderen zal het regelmatig de ogen openen. Piketty hamert herhaaldelijk op de oorzaken en de gevolgen van ongelijkheid, focust op de hardnekkige mechanismen die een uitweg uit de impasse verhinderen en wijst op het kortzichtig eigenbelang van elites met een meritocratisch discours. Piketty is een Franse burger, casus Frankrijk komt dus uitgebreid in zijn vizier. Ook om zijn punt te maken dat als het vraagstuk van die ongelijkheid niet ernstig genomen wordt, eveneens het klimaatbeleid door wijdverbreid onbegrip en protest geblokkeerd wordt. En kan dat ook anders wanneer de Franse regering forse verhogingen van de CO²-belastingen doorvoert op benzine, maar een uitzondering maakt voor kerosine?
De grote en tegelijk ontnuchterende conclusie van de econoom (doorheen het hele boek) is dat de meeste politiek-ideologische constructies hebben laten zien dat sociale ongelijkheid nooit iets ‘natuurlijks’ had en dat nog altijd niet heeft: ze zijn net een gevolg van die politiek en ideologie. Politieke elites maken keuzes en die zijn altijd wel in iemands belang. Eén keer raden in wiens belang…
Vanaf de jaren 1990 stak een grenzeloos geloof in de zelfregulering van de markt en het privébezit de kop op. Zowel de Amerikaanse Democraten als de Europese socialisten stopten van dan af grotendeels met nadenken over de indamming van het kapitalisme of over alternatieven ervoor. Thomas Piketty zal deze recensie niet lezen, dus even onder ons: indien uw eventuele interesse niet langer tegen te houden is, laat de eerste twee delen voor wat ze zijn of lees enkel de conclusie en concentreer u meteen op de laatste twee hoofdstukken. Die bieden een helder en boeiend overzicht op een eeuw Amerikaanse, (Oost-)Europese en Aziatische politieke geschiedenis, haar electorale systemen en de opvallend gelijklopende tendensen – van het Reaganisme tot gele hesjes, via de Brexit tot Beppe Grillo, van Poetin tot Bolsonaro. Ook laat de auteur in dit lijvig werk de lezer kennismaken met ‘brahmaans links’, een term om uit te leggen hoe vanaf 1990 de hoger opgeleide kiezers via de ‘opleidingslijn’ naar de andere politieke zijde verhuisden, meer bepaald de linkerzijde die door de zich in de steek gelaten voelende kiezer met lagere of geen diploma’s verlaten werd in het voordeel van nativistische partijen. Het op een traditionele klassenscheidingslijn gebaseerde, naoorlogse links-rechtspartijensysteem maakte geleidelijk plaats voor een systeem van meerdere elites, waarin brahmaans links de hoger opgeleiden aantrok en zakelijk rechts de mensen met de hoogste inkomens en vermogens.
In het vierde deel neemt Piketty eerst nog een lange aanloop om uiteindelijk in het laatste hoofdstuk met de beloofde voorstellen tot oplossingen- een aantal zijn niet nieuw – wat betreft de onrechtvaardigheden te komen. Hij stelt zich hierbij terughoudend op, maar biedt niettemin uiterst steekhoudende (veelal dus reeds gekende) alternatieven voor de huidige scheeflopende gang van zaken. Oplossingen waarbij de nuchtere lezer met voorkeur voor rechtvaardigheid ongetwijfeld ja-knikkend verder leest en zich afvraagt waarom het nog geen werkelijkheid is. Volgens de econoom moeten we weg van een wijdverbreide nationalistische trend waarin landen zich in isolement binnen de grenzen van eigen staat en identiteit terugtrekken en in de plaats daarvan evolueren richting sociaal-federalisme op mondiaal niveau. Hij geeft toe dat dit laatste een ideaalbeeld is, maar het positieve is dat een waaier aan tussenvormen mogelijk is. Progressieve vermogen- en inkomstenbelasting, gelijke opleidingskansen door toegankelijk onderwijs voor iedereen, eerlijke partijfinanciering, inperking van de macht van aandeelhouders, transnationale fiscale rechtvaardigheid met gemeenschappelijke heffingen voor de hoogste inkomens en vermogens én voor multinationals, paal en perk stellen aan belastingparadijzen en offshoreconstructies. Een nieuw soort globalisering, gebaseerd op verdragen van gemeenschappelijke ontwikkeling met als doel sociale, fiscale en ecologische rechtvaardigheid.
Piketty demonstreert met cijfers dat elke vorm van ambitieus beleid qua herverdeling en bestrijding van ongelijkheid verwaarloosd of – vooral – genegeerd wordt. Waardoor structurele veranderingen voorlopig utopie zijn. Daarom dat de auteur – die meegeeft dat door zijn studie van historische bronnen zijn opvattingen minder liberaal en meer socialistisch zijn geworden – zijn boek eindigt met de oproep om mee te denken, om een breed maatschappelijk debat, steunend op argumenten, ideeën en ervaringen, te openen. Het maakt hem niet uit of de lezer het eens is met zijn conclusie, hij wil de discussie aanzwengelen. Of wil althans met dit boek de historische en economische kennis ervoor verspreiden. Hier en daar blijkt tussen de regels dat Piketty niet overwegend pessimistisch is. Tijdens zijn onderzoekwerk voor het boek merkte hij dat net in crisismomenten telkens gegrabbeld wordt in de vergaarbakken van ideeën van de intellectuele lange termijnontwikkelingen, weg van de korte termijnlogica.
Had ik met deze recensie – net als Piketty met zijn boek – bondiger moeten zijn? Ja en neen. Ja, omdat er ongetwijfeld ondertussen al lezers afgehaakt hebben wegens te lang en te droog en omdat ik zelf weet dat dergelijke uitgebreide exposés niet gelezen worden, ook soms door mij niet – ook al ben ik een veellezer. Neen, omdat ik niet anders beoogde dan de belangrijkste wetenswaardigheden meegeven. Het allernoodzakelijkste, zodat, wanneer dit boek niet gelezen wordt, het aantal volhouders die tot hier zijn geraakt, toch gebriefd zijn.
Heb ik voor mezelf mijn tijd nuttig gebruikt? Had ik beter een paar romans gelezen? Persoonlijk weet ik dat hoe verder ik vorderde in ‘Kapitaal en ideologie’, hoe duidelijker het werd dat ik de actualiteit beter en minder naïef zal kunnen volgen. Dit leidde echter ook tot het stijgen van het aantal desillusies. Feit is wel dat ik onmiskenbaar veel feitenkennis heb verworven, antwoorden heb gekregen op vragen die ik me al lang stelde, mijn blik heb verruimd en beter geïnformeerd ben. En ook beseft heb dat de geschiedenis zich misschien niet herhaalt, maar toch opmerkelijk veel gelijklopende evoluties kent waar uit te leren valt. Net zoals uit dit boek, dat blijvend kan dienen als een soort naslagwerk.
Ja! Die duizendhonderd pagina’s geduldig doorploegen was het waard. Achteraf gezien althans toch…
Sophia De Wolf
Uitgeverij De Geus, 2020
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2021/09/pikketty.jpg784525uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2021-09-01 18:14:072021-09-01 18:15:18Thomas Piketty, Kapitaal en ideologie
Frontex is de populaire afkorting van het Franse Frontières Extérieures. Formeel luidt de benaming in het Nederlands ‘Europees Agentschap voor het operationele beheer van de samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie’. (AMOCEB). Een Europees agentschap wordt belast met een specifieke taak; in het geval van Frontex staat die taak duidelijk in de officiële benaming (zie hoger). Het agentschap werd opgericht in 2004 en is operationeel sinds 2005. Het jaarbudget bedroeg toen 6 miljoen €, vandaag… 460 miljoen €. De zetel bevindt zich in Warschau, Polen.
Lobby’s
‘Politieke correctheid’ is een scheldnaam geworden maar ‘lobbyist’ pronkt fraai op een adreskaartje. In januari 2020 waren zowat 12.000 verenigingen en personen, zeg maar lobbyisten, officieel geaccrediteerd bij het Europees Parlement in Brussel.
Ook het agentschap Frontex kan niet achterblijven en heeft tussen 2017 en 2019 minstens 17 ontmoetingen in Warschau of in omliggende hotels met wapenbedrijven. Voornamelijk Europese maar ook Amerikaanse, Israëlische en Canadese wapen-, technologie- en defensiebedrijven kregen toegang tot de directie en hoge ambtenaren van Frontex “om mee te denken over de toekomst van het Europees grensbeleid”. Voor “besloten werkdagen” werden zelfs afgevaardigden uitgenodigd van landen als Wit-Rusland, Angola en de Verenigde Arabische Emiraten, met een bedenkelijke reputatie als het op mensenrechten aankomt.
Bovendien heeft Frontex het parlement voorgelogen en spuit het mist over zijn ontmoetingen met ongeregistreerde lobbyisten van internationale wapenbedrijven. Die vinden vooral plaats in het kader van openbare aanbestedingen voor aankoop van handwapens, drones, hartslagdetectoren en andere biometrische technologie om migranten sneller te detecteren. Een Belgisch lobbyist legt de vinder op de wonde: “Frontex heeft veel geld te besteden. Natuurlijk trekt dat de interesse van grote spelers”.
Migranten louter als bedreiging
Het beeld dat uit de verslagen naar voor komt is verontrustend: het agentschap ziet de migratie louter als een bedreiging en een veiligheidsprobleem. Over de complexe wortels van migratie of de historische rol die mensenrechten spelen in de Europese Unie wordt nauwelijks melding gemaakt. Frontex zal binnenkort als eerste in de Europese geschiedenis 10.000 supranationale grensagenten aanwerven, met eigen uniformen en eigen vuurwapens. Bij terugkeeroperaties van migranten mogen die ook ingezet worden buiten de E.U. mits toestemming van de betrokken derde landen.
“De grootste exporteurs van wapentuig naar conflicten in het Midden-Oosten, die miljoenen mensen op de vlucht drijven, zijn dezelfde bedrijven die de contracten krijgen om diezelfde vluchtelingen aan onze grenzen tegen te houden”, aldus Mark Akkermans van de ngo Stop Wapenhandel.
Pushbacks
De machtstoename van Frontex lokt steeds luidere kritiek uit van mensenrechtenorganisaties, migratie-experts en… het Europees Parlement. Vorig jaar kwamen immers details aan het licht over verregaande Griekse pusbacks waarbij vluchtelingenbootjes worden teruggesleept naar Turkse wateren en daar achtergelaten in drijvende tentjes. Frontex verzwijgt dit in zijn rapporten. Bovendien zouden in sommige gevallen zelfs boten van het agentschap betrokken geweest zijn. Alle internationale experts zien hierin een flagrante schending van het internationale recht. Olaf, de EU-fraudebestrijdingswaakhond, is binnengevallen in de kantoren van Frontex-directeur Leggeri en zijn kabinetschef de la Haye Josselin in het kader van een onderzoek naar wanbeheer en intimidatie. Er werden ook interviews afgenomen met medewerkers over mogelijke pushbacks en doofpotoperaties. Leggeri zou zijn medewerkers herhaaldelijk gevraagd hebben “très discrète” te zijn in het rapporteren over pushbacks.
De aanwerving van veertig mensenrechtenofficieren die de Commissie heeft bevolen wordt door Leggeri actief tegengewerkt en laat al anderhalf jaar op zich wachten wegens “niet prioritair”. De Europese commissaris voor migratie, Ylva Johansson, heeft Leggeri op het matje geroepen in het Berlaymontgebouw. Ze is furieus over de gang van zaken en eist dat Frontex zijn zaakjes op orde stelt.
Klaus, de architect achter de migratiedeal tussen Turkije en de E.U. (2016), zegt dat op dit moment de schending van mensenrechten is geïnstitutionaliseerd . Pushbacks vinden plaats in Griekenland, Oostenrijk, Kroatië en Bulgarije.
De echte bazen
Ondanks de zware kritiek en alle onvrede is en blijft Leggeri nog altijd baas in het agentschap Frontex. Dat heeft alles te maken met de “constructiefout” van de grote gecentraliseerde Europese agentschappen. De Raad van Bestuur van Frontex bestaat vooral uit de directeurs van de nationale kust- en grenswachten van de lidstaten. In concreto zijn dat wat Frontex betreft de Italiaanse, Griekse en Kroatische grenswachten. Die kennen mekaar en laten betijen.
Frontex, een grensagentschap, treedt meer en meer op als een breed Europees migratie-agentschap. We kunnen ons stilaan afvragen of Europa geen monster heeft gebaard.
Luc Van Impe
https://uilekot.org/wp-content/uploads/2021/08/2560px-Frontex_logo.svg_.png5062560uilekot-sarahhttp://uilekot.org/wp-content/uploads/2018/12/Nieuw-logo-vzw-t-Uilekot-28.11.2016.pnguilekot-sarah2021-08-25 11:32:032021-08-25 11:39:21Frontex en migranten