Op 22 maart bracht Hart boven Hard Geraardsbergen betrokken burgers samen om in gesprek te gaan over het samenleven in onze stad. Hoe maken we van Geraardsbergen een warme stad waar het goed leven is voor iedereen, was de centrale vraag. Dat deden we in een aangename context van een ontbijt met heerlijke korte keten en fairtrade producten. En met fijne livemuziek van Jonathan Muanza Keto, dankzij ‘Veel begint bij luisteren’.
Uit de eerste editie van deze burgerdialoog in januari 2025 kwamen volgende grote wensen: de nood aan ontmoetingsplaatsen; betere ondersteuning van mensen in armoede, ervoor zorgen dat iedereen kwaliteitsvol kan wonen; toegankelijke dienstverlening, ondersteuning van wie nog geen Nederlands spreekt, meer doen aan het overstromingsgevaar en burgers actief betrekken bij het beleid. Deze werden meegedeeld aan het nieuwe stadsbestuur. Het bestuur maakte ondertussen haar plannen voor de volgende zes jaar bekend. We namen deze onder de loep: wat zijn de belangrijkste beleidsopties en de concrete plannen en budgetten die daarmee verbonden zijn? Als we deze beleidsplannen aftoetsten met onze wensen botsten we op heel wat vragen en bezorgdheden. Vervolgens gingen we met de deelnemers dieper in op de verschillende thema’s aan werktafels, en de voorstellen zullen we opnieuw overmaken aan het stadsbestuur en de gemeenteraad. Heel wat aanwezigen engageren zich in verschillende initiatieven zoals Huurwinkel, Milieumeters en -peters, Babbelonië, ontmoetingsruimtes, Wereldwinkel, … aan de warme en duurzame samenleving waar we van dromen.
Ontmoetingsruimtes en buurtwerking
Uit de eerste editie bleek dat er niet alleen nood is aan meer ontmoetingsplekken, gemeenschapsruimtes en buurtinitiatieven, maar vooral nood aan ontmoetingsruimtes voor en door bewoners, die gepaard gaan met een actieve buurtwerking. Een buurtwerking veronderstelt een budget voor coördinatie en activiteiten waar bewoners actief bij betrokken worden. Zo’n gemeenschapsruimtes bieden ook kansen om aan nabijheid van dienstverlening te werken. Ook wijkagenten kunnen een brugfunctie vervullen naar dienstverlening.
In de meerjarenplanning van het stadsbestuur staat dit vermeld onder de noemer ‘ruimte voor verenigingsleven in de deelgemeenten’. Het gaat vooral om een paar grote infrastructuurprojecten, met name de investering van 1,8 miljoen euro in het buurthuis van deelgemeente Schendelbeke en 1,6 miljoen in het buurthuis in Moerbeke. Daarnaast zijn er kleinere investeringen voorzien in 3 andere deelgemeenten. Er zijn geen plannen voor de elf andere deelgemeenten. Opvallend is dat het bestuur niet wil investeren in het Peperkoekenhuis, een buurthuis in Geraardsbergen centrum, in een wijk met hoge sociale noden. Er zijn ook geen budgetten voorzien voor een participatieve buurtwerking. We betreuren dat er enkel geïnvesteerd wordt in infrastructuur.

Ook in andere investeringen in openbare ruimte (bijvoorbeeld de heraanleg van het Stationsplein en Moerbekeplein waarvoor respectievelijk 4 en 1,6 miljoen gebudgetteerd is) liggen er kansen voor het integreren van sociale functies en ontmoetingsruimtes, maar de plannen zijn vooral gericht op uitstraling naar buiten, middenstand en toerisme. We hopen dat er nog ruimte is voor inspraak van bewoners daarover. Hetzelfde geldt voor de site Den Bleek waar in de vorige legislatuur omwille van ‘te hoge kosten’ het openbare openluchtzwembad afgebroken werd en nu 850.000 euro voorzien is voor de herinrichting en meer dan 900.000 voor renovatie van het gebouw op de site. Dergelijke plekken bieden een groot potentieel om in te zetten door en voor de gemeenschap. Anderzijds wordt er wel ingezet op controle van de publieke ruimte met een investering van 370.000 euro in extra camerabewaking, dus het zou mooi zijn om ook te investeren in de positieve aspecten van de publieke ruimte als gemeenschapsruimte.
Tegelijk werd het bedrag verminderd van de kleine subsidies voor buurt- en wijkfeesten en gezinsvriendelijke activiteiten, ondanks hun grote belang voor het versterken van het sociaal weefsel. Voor de stad gaat het om kleine bedragen van enkele honderden euro, die voor initiatiefnemers wel het verschil maken.
Armoede en wonen
Geraardsbergen kampt met een hoog armoedecijfer. Vooral in het centrum is de problematiek te vergelijken met die in een grote stad. We communiceerden naar het nieuwe stadsbestuur dat we waarderen dat ze de strijd tegen armoede hoog in het vaandel draagt. Om een kentering te bekomen is een versterking van het armoedebeleid nodig. Dit vergt een structurele aanpak zoals uitbreiding van sociale diensten, meer openbaar vervoer, de woonproblematiek aanpakken in samenwerking met inwoners. Het vraagt ook toegankelijke en laagdrempelige dienstverlening, bijvoorbeeld via snelloketten, en het proactief toekennen van rechten. Armoede is sterk verbonden met wonen, de stad dient meer inspanningen te doen om gezonde en betaalbare huisvesting te voorzien en (crisis)opvang voor wie dak- of thuisloos is. Het Lokaal Armoedeoverleg deed gelijklopende aanbevelingen aan het bestuur.
We hebben ondertussen heel wat vragen en bezorgdheden bij de plannen van het bestuur die nu concreter zijn geworden. Het stelt als doelstelling ‘ondersteuning van kwetsbare burgers met focus op onderwijs, werk en huisvesting’, maar er worden amper extra middelen voor vrijgemaakt. Het bestuur stelt dat over de legislatuur het aantal mensen dat leefloon krijgt stabiel moet blijven. We zijn bezorgd hoe men dit wil realiseren nu er heel wat nieuwe aanvragen komen door de beperking van werkloosheid tot 1 jaar. Men stelt de verwachting dat 20% van wie een leefloon ontvangt binnen het jaar werk heeft. Hoe wil men dit realiseren zonder stevige investeringen in ondersteuning?
Men noemt het belang van gezinscoaches en brugfiguren in het onderwijs, maar de samenwerking met SAAMO voor twee onderwijsopbouwwerkers werd stopgezet. Ook de samenwerking met Home Start Vlaanderen, dat buddy’s matcht met gezinnen in een kwetsbare situatie, is stopgezet.
De volgende passage in de meerjarenplanning ‘Het is duidelijk dat de maximale draagkracht van onze stad is bereikt.’ baart ons grote zorgen. We vrezen dat het beleid er eerder op gericht zal zijn om minder mensen te ondersteunen, dan om elke burger ten volle van diens sociale rechten te laten genieten en een blijvende uitweg uit armoede te ondersteunen.
Ook de aanpak van dakloosheid wordt vermeld zonder er extra middelen voor te voorzien. Er wordt niet geïnvesteerd in extra doorgangswoningen, in crisisopvang voor daklozen. Men rekent op de samenwerking met de sociale woonmaatschappij en andere diensten om deze problemen aan te pakken.
Het is positief dat men sneller een leegstandtaks wil heffen. We missen echter een structureel beleid rond betaalbaar en menswaardig wonen. Een maatregelen die het bestuur kan nemen is onder meer het aanbod huurwoningen vergroten en zo betaalbaar houden. Via het toepassen van het sociaal beheersrecht en voorkooprecht kan het leegstaande woningen verwerven, laten renoveren (bijvoorbeeld via sociale tewerkstelling) en sociaal verhuren. Ook eigenaars kunnen ondersteund worden om renovaties uit te voeren, op voorwaarde dat de woning sociaal verhuurd wordt. De weg naar ondersteuning op vlak van wonen kan laagdrempeliger worden via een centraal woonloket. De stad kan actiever informeren, adviseren en begeleiden rond wonen en meer inzetten op housing first en de preventie van uithuiszetting. Ook ingrijpende gevolgen van verlies van leefloon op de woonsituatie kunnen vermeden worden.
Toegankelijke dienstverlening, taalbeleid en inclusie
De dienstverlening is vaak moeilijk toegankelijk en mensen kennen hun rechten niet. Digitale afspraken zijn een extra barrière en er is onvoldoende persoonlijke ondersteuning. Heel wat inwoners vinden de weg niet. Kwetsbare mensen moeten zich voortdurend verantwoorden en krijgen vaak met een beschuldigende houding te maken. Wij pleiten er dan ook voor dat wie hulp nodig heeft kan rekenen op de begeleiding die nodig is om deze hulp ook effectief te krijgen.

Het taalbeleid wordt te vaak een struikelblok voor mensen om hun rechten te kunnen uitoefenen. Hoe kan je werken aan de kennis van het Nederlands zonder mensen te verliezen, en de wetenschappelijk bewezen rijkdom van meertaligheid als voordeel te behouden? In plaats van sanctionerend op te treden, krijg je betere resultaten door in te zetten op ondersteuning en laagdrempelige informatieverspreiding. Met de nodige info en advies op maat, kunnen ook mensen die nog Nederlands moeten leren zich welkom voelen en wordt hun integratie juist bevorderd. Er moet wederzijdse bereidheid zijn om inspanningen te doen, maar kennis van taal als voorwaarde stellen voor sociale hulp, woning of sociale tewerkstelling werkt contraproductief.
Een positieve maatregel van het stadsbestuur is dat inwoners opnieuw zonder afspraak kunnen langsgaan in het administratief centrum. De investeringen in het Digipunt in de bibliotheek en activiteiten in verschillende deelgemeenten kunnen bijdragen aan het verminderen van de digitale kloof. Verder wordt het verbeteren van de toegankelijkheid van dienstverlening jammer genoeg beperkt ingevuld: door het verhuizen van de stadsdiensten naar één locatie en door een nieuwe website te ontwikkelen.
Er is meer nodig om drempels te verlagen. We noemden hoger al buurtwerking, gezinscoaches en brugfiguren. Positief is de aandacht voor het aanbod van taalstimulering en oefenkansen Nederlands. De passage ‘we stellen scherpe verwachtingen op vlak van integratie’ verontrust ons echter. Beperkte kennis van het Nederlands mag mensen nooit uitsluiten van sociale rechten. We stellen ook voor om de communicatie van de stad in eenvoudige taal te voorzien en de tolkendienst Babbelplus beter bekend te maken bij Nederlandstalige inwoners én nieuwkomers. Het bestaande systeem van ‘toeleiders in diversiteit’ kan uitgebouwd worden tot een buddysysteem dat open staat voor iedereen (nieuwkomers en locals) die ondersteuning nodig heeft bij verbinding en ondersteuning in het publieke leven (onderwijs, zorg, justitie, stedelijke administratie, socio-cultureel weefsel).
Klimaat en overstromingsgevaar
De dreiging van zware overstromingen is een grote bezorgdheid bij de inwoners van Geraardsbergen. Er zijn dringende maatregelen nodig om inwoners te beschermen tegen klimaatrisico’s. In de meerjarenplanning vinden we een aantal positieve maatregelen zoals de investering van 2 miljoen euro in de aanleg en verbetering van fietspaden, de opmaak van een regenwaterplan, maar een omvattend klimaatplan met voldoende investeringen ontbreekt.
Het strategisch plan ‘Ruimte voor Water’ van de provincie is een goed startpunt voor een weerbare Dender, en ook de ambitienota voor het stadscentrum oogt veelbelovend. Wij verwachten nu echter dat deze plannen effectief worden uitgevoerd, met een duidelijke prioriteit voor een robuust en veerkrachtig watersysteem.
De inzet van de subsidies in het kader van dit plan voor de afbraak van de voormalige CM-gebouwen en de aanleg van een groene parkingzone is een vreemde keuze. Dit project lijkt ons niet prioritair om het acute overstromingsgevaar tegen te gaan. De ontharding van zo’n beperkte oppervlakte draagt daar onvoldoende toe bij. Dringender is het creëren van ruimte voor water, stroomopwaarts, voor de Dender het stadscentrum binnenstroomt.
Burgerparticipatie
Wat ook duidelijk te horen viel was de wens dat het nieuwe bestuur meer zou luisteren naar inwoners en hen actief betrekken bij het beleid. In het bijzonder inwoners die in een precaire situatie zitten. Deze laatste groep is vaak moeilijker te bereiken. De stad kan hier een grotere inspanning leveren door burgerparticipatie laagdrempeliger en inclusiever te maken. Dit betekent actief op zoek gaan naar mensen met verschillende perspectieven, hen ondersteunen om deel te nemen en hun stem daadwerkelijk au sérieux nemen.
In haar meerjarenplanning vermeldt het stadsbestuur wel het belang van samenwerking met de burgers, maar burgerparticipatie blijft over het algemeen te oppervlakkig. Inspraak wordt nog te veel gereduceerd tot het presenteren van beslissingen waar burgers commentaar op kunnen geven waar al dan niet mee rekening wordt gehouden, terwijl er goedwerkende methodes bestaan om gemengde burgerpanels te laten meewerken aan plannen, of die zelf oplossingen formuleren op bepaalde vraagstukken. Er zal een digitaal participatieplatform ontwikkeld worden, wat niet inclusief is. We betreuren ook dat het jaarlijkse budget voor burgerprojecten sterk verminderd werd ten opzichte van de vorige bestuursperiode.
Dirk De Wit en Joke Claessens
Dirk en Joke zijn actief in Hart boven Hard Geraardsbergen.
Dit artikel verscheen in de maand mei in ons kwartaaltijdschrift ‘Uilenbulletijn’ die leden thuis ontvangen. Wil je ook lid worden en zo onze werking steunen? Lees meer hier.




Sarah Hutse
Sarah Hutse
't Uilekot Sarah Hutse
Nina De Wolf

