Al meer dan een half decennium zoekt het socialisme naar een nieuwe adem. Electoraal gaat het bergaf. De Vlaamse socialisten verloren in vijftig jaar tijd ongeveer een derde van de stemmen. Elders in Europa gaat het in dezelfde richting: de Franse PS hield bij parlementsverkiezingen in 2017 nog 6% van de stemmen over. Groenen blijven rond de 10% hangen. Radicale varianten zoals de PVDA groeien maar compenseren de verloren gegane stemmen niet. Het ontbreekt velen aan een duidelijk wervend verhaal. Naamsveranderingen alleen zullen deze lacune niet oplossen.

Uiteraard is kritiek op de externe omstandigheden die dit veroorzaken dikwijls terecht: media gaan niet meer in op verhalen, partijen zijn dure kiesorganisaties geworden, het middenveld speelt teveel in het midden, een groot deel van de linkse kiezers heeft het ‘te goed’… we kennen de boutades. Toch vertrek ik graag van het idee dat het altijd beter is de fouten van mislukkingen te zoeken in het eigen nest in plaats van bij de tegenstander of de ‘algemene maatschappelijke omstandigheden’.

Historisch materialisme.

De filosoof Karl Marx maakte 150 jaar geleden een knappe analyse van het toenmalige kapitalisme. Zijn toekomstvoorspellingen waren evenwel redelijk deterministisch: het kon bijna niet anders of de strijd voor meer gelijkheid zou gewonnen worden, afhankelijk van de economische omstandigheden. Eerst moest er kapitalisme en genoeg rijkdom komen om die dan te kunnen verdelen. De economie bepaalde alles en de revolutie deed dan de rest.

Dat historisch materialisme werd door velen later nog wat verengd, net zoals de ‘dictatuur van het proletariaat’. Voor Marx was dat een middel om de maatschappij te democratiseren: de meerderheid ging het eindelijk te zeggen hebben over de minderheid. Dat laatste werd door velen vergeten: het ging niet meer om de meerderheid maar om de ‘dictatuur’ van de eigen partij of beweging.

Kritische marxisten zoals Gramsci vonden dat er meer was dan de economie als fundament van alles en pleitten ervoor om een eigen cultureel ethisch alternatief op te zetten. Cultuur kan de actie voor meer democratie en gelijkheid kracht bijzetten en gedeeltelijk bepalen. Het is een manier om mensen te verenigen, snapte vzw ’t Uilekot al vroeg in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Voor beide keuzes is wat te zeggen en vooral een gezonde mengeling van beiden kan de maatschappelijke actie vooruit stuwen.

In veel sociaal-democratische middens raakte men er evenwel nooit uit. In zijn boek ‘Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme’ beschrijft de Nederlands socioloog J.A.A. Van Doorn de voortdurende strijd bij de Duitse sociaal-democraten tussen deze twee tendenzen: “De Duitse sociaal-democratie hield weliswaar dogmatisch vast aan een revolutionaire retoriek en beleed formeel het geloof in een marxistische orthodoxie maar zij kende telkens weer rebellerende groepen intellectuelen die het materialisme verwierpen en kozen voor mentaliteitsverandering door middel van culturele vernieuwing.” Daarmee zegt de auteur niet dat men moet vasthangen aan het materialisme. In zijn boek legt hij uit dat de strijd voor economische bevrijding moet samengaan met culturele vernieuwing. Als beide niet samengaan, kopiëren anderen dit model: “Bij zijn aantreden als chef van het DAF (Deutsche Arbeitsfront – de door de nazi’s opgerichte eenheidsvakbond) hoefde Robert Ley geen verrassingen of buitenissige dingen te doen. De culturele bemoeienissen van de SPD (Socialistische Partei Deutschland) werden door hem als het ware uitvergroot tot een alles omvattend project“. Lees: blijf bij je roots maar doe aan cultuur. Verder opschuiven kan ook nog: “Wat Ley vooral zal hebben aangesproken was de conclusie van Hendrik De Man (minister voor de Belgische Werklieden Partij voor de tweede wereldoorlog) dat het maatschappelijk minderwaardigheidsbewustzijn van de arbeiders niet direct voortvloeit uit de kapitalistische productiewijze maar langs de weg van een doelgericht beleid kan worden bestreden.” De Man liet dus het idee los dat het kapitalisme op zich mensen in de miserie duwt en denkt daar binnen dit systeem wat te kunnen aan doen. Later belandt De Man zelfs in de intellectuele collaboratie.

Vandaag.

Wat heeft dat nu met de dag van vandaag te maken?” denkt de lezer allicht. Wel, ik denk dat dat loslaten van verhalen om zich stilaan in te kapselen in het bestaande systeem niet alleen net voor de Tweede Wereldoorlog tot bizarre evoluties geleid heeft, maar dat dat ook vandaag zo is. Extreem-rechts heeft de harten van heel wat links stemmende arbeiders veroverd. Ze stemmen dus eigenlijk tegen hun eigen belang omdat het verhaal van de andere meer aanslaat. Ook voor hen gaat de bedreiging van hun positie door internationale concurrentie en globalisering (lees ‘door migratie’) hand in hand met de verwaarlozing van de opbouw van een sociaal netwerk binnen links. De huidige linkse partijen laten als het ware niet alleen het economisch verhaal los maar ook de culturele opbouw (Volkshuizen, activiteiten, kranten…). Of ze worden er toe gedwongen.

Dit gaat samen met een voortschrijdende individualisering die zich ook op niveau van de partijen manifesteert: méér en méér zijn het individuen die het daar voor het zeggen hebben, kleine topgroepjes. Gesmeerd door een niet aflatende stroom centen is het militantisme iets geworden voor gutmenschen, hobby-isten of overjaarse hardies. Kandidaten voor verkiezingen worden desnoods gekocht of gezocht binnen het familie-imperium.

Ook vandaag blijft een stevig verhaal en culturele inbedding daarvan een must in plaats van wat window-dressing. En dat verhaal rammelt ter linkerzijde: SP.a wordt Vooruit maar het blijft zoeken naar een degelijke inhoudelijke invulling. Conner Rousseau lijkt er een sport van te maken om via wat uitschuivers een zo groot mogelijk deel van de kiezers aan zich te binden. Dat is een fundamenteel verkeerde tactiek: gelijk welke partij houdt beter rekening met zijn eigen achterban en kiezers in plaats van zich onder het mom van het algemeen belang te richten naar zowat alle meningen van het politieke spectrum. Binnen Groen warrelen tegenstanders en voorstanders van deze extreem-vrije markteconomie door mekaar. Het deel uitmaken van een meerderheid lijkt er soms belangrijker dan het realiseren van het eigen programma. De PVDA heeft een sterk verhaal en is als niemand anders bezig met het creëren van een sociaal netwerk, maar het ecologische aspect en de banden met de actiegroepen ontbreken er in. Het blijft dan ook wachten op wat het alternatief van Peter Mertens en de zijnen is. De partij is spijtig genoeg iets teveel gericht op zichzelf als oplossing voor links, in plaats van op het geheel en stoelt naar mijn gevoel zijn promotie soms wat teveel op het algemeen anti-politieke algemeen discours. Zoiets kan op termijn op je kop vallen.

Schrik niet, lezers, ik ben het! Kritiek betekent geen afkeuring of verwerping. Bovendien verdienen al die mensen binnen partijen die zich dag aan dag inzetten voor hun waarden nog altijd een pluim, een medaille en een standbeeld. Dat laatste is evenwel geen garantie op succes. Ze komen en gaan, die standbeelden.

Langs de andere kant van het spectrum lijkt het Vlaams Belang een bijna op Gramsci geïnspireerde partij die handig zijn verhaal koppelt aan de meest walgelijke en op niks gebaseerde propaganda. Klimaatverandering, ongelijkheid… het bestaat allemaal niet. Wel nemen de extreem-rechtse partijen in West-Europa steeds meer arbeiderseisen over in één of andere vorm. Liefst dan die eisen toch waarvan men ziet dat ze goed scoren in de populariteitstesten en die geen fundamentele wijzigingen betekenen voor het bestaande systeem. Het VB profileert zich dan wel als anti-systeempartij maar is het eigenlijk niet. Zo sprak ze zich ook uit tegen de eis van de vakbonden voor doorbreken van de loonnorm. Die eis is de laatste tijd ook niet zo populair. Men vergeet soms dat hogere lonen een mogelijkheid zijn om de scheve arm/rijk-verhoudingen wat rechter te trekken. Men gaat voorbij aan de verarming, die ook voor vele arbeiders de laatste tijd almaar scherper wordt.

Uiteraard zou ik liever zien dat vakbonden (en tenminste die waar ik zelf overtuigd lid van ben, het ABVV) de wereld wat meer centraal zetten door ook op te komen voor arbeidsduurvermindering en door de klimaatproblemen wat centraler te zetten in het eigen discours. Ook hier is het tijd, denk ik, voor een algemeen breed inclusief verhaal.

De geschiedenis herhaalt zich niet

Dat verhaal vind ik ook net iets te weinig terug in het boek ‘Extreemrechts, de geschiedenis herhaalt zich niet’ van Vincent Scheltiens en Bruno Verlaeckt. Een verdomd goed boek dat een boeiende kijk geeft op de extreemrechtse trukendoos, met als extra verdienste dat de auteurs op het einde een aantal strategische keuzes voor de benadering van extreemrechts geven: moet je ze onderzoeken? Ook een scheut populisme toevoegen aan het verhaal? Meer inzetten op anti-racisme? De conclusie: je moet alles tegelijkertijd doen en vooral inzetten op méér democratie.

Dat brengt mij naadloos bij een ander boekje ‘Hedendaagse Anti-Verlichting’ van Ico Maly. Maly analyseert het discours van radicaal rechts en illustreert ten overvloede dat dit denken (en bij uitbreiding dat van rechts in het algemeen) niets te maken heeft met de verlichting die zij voortdurend menen te gebruiken in hun discours. De Wever baseert zich in zijn teksten op de waarden van de Verlichting om op te komen voor een eigenaardige en vage set van ‘Vlaamse waarden’ waarbij holebi’s, vrouwen en andere groepen een ‘evenwaardige’ rol in de maatschappij toebedeeld krijgen. In de praktijk vertoont het discours anti-demoratische trekjes naar minderheidsgroepen toe en baseert het zich totaal niet op mensenrechten, die andere pijler van de verlichting.

Voor Maly moet er een globaal toekomstproject komen op basis van mensenrechten en verdieping van het democratisch gehalte van onze samenleving. Een terechte reflex en een basis voor een betere linkse beweging. Dat betekent immers dat niet alleen ‘witte’ mensen rechten hebben, dat vluchtelingen laten verdrinken een schande blijft en dat er eerlijke verdeling van de rijkdommen moet zijn. Dat klimaatoplossingen verre van een luxe zijn en dat we verdorie het recht en de plicht hebben om met ons beter loon aan een ecologischer en rechtvaardiger wereld te werken. En dat linkse politici met deze woorden in het achterhoofd in staat zijn om vijf minuten na te denken voor ze een one-liner lanceren.

Maly: “Fouten worden gemaakt maar de boodschap is duidelijk: vrijheid kan niet zonder gelijkheid. Democratie kan niet zonder een democratische mens. En die betere, mooie en rechtvaardiger wereld komt er niet zomaar. De opdracht is dan ook duidelijk: mensen aller landen, verenigt U. Organiseer en strijd. De toekomst is aan ons”.

Filip De Bodt

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.