‘We kunnen straten leggen met onderzoeken die aantonen hoe belangrijk kunst en cultuur zijn voor de sociale ontwikkeling van mensen en gemeenschappen. In essentie betekent cultuur iets voor de mens, die door dit be-tekenen zichzelf ontdekt en zich ontplooit in zijn context, de samenleving.’

In de gemeenten Oosterzele, Merel­beke, Destelbergen en Melle kondigden de vier burgemeesters het op Facebook aan. Ze waren erin geslaagd een gemeenschappelijk standpunt in te nemen: alle culturele evenementen, kermissen en culturele activiteiten zijn stopgezet van 1 augustus tot 30 september 2020. Dat klonk als volgt: ‘Met dank aan de korpsleiding voor de coördinatie, de collega-burgemeesters en alle schepencolleges van de vier gemeenten! Deze gemeenschappelijke visie biedt eenvormigheid in de zone. Je bent voor, of je bent tegen, maar tenminste duidelijk voor 68.000 inwoners (opgestoken duim).’

We zijn voor noch tegen, we kijken er vooral verbijsterd naar: komt cultuurbeleid voeren er vandaag op neer dat je zo weinig mogelijk risico’s neemt? Is het echt een pluim op de eigen hoed als je kortweg alles afschaft? Aan het reële coronarisico in deze gemeenten kan het niet gelegen hebben, veiligheid is niet de echte reden. Alles voor de duidelijkheid dan? Deze gemeenten zijn lang niet de enige. In meer dan negentig gemeenten in Vlaanderen werden alle culturele activiteiten stopgezet – van de plaatselijke kaartclub over een voorstelling van een amateurtheater tot alle voorstellingen in de culturele centra. Niets is nog mogelijk. Dit zijn bijna allemaal preventieve maatregelen, niet ingegeven door een aangetoonde verhoogde besmettingsgraad. In de voorbeelden die we kennen, is er niet overlegd met de sociale en culturele spelers. De beleidsmakers meenden dus ernstig – en dat zeggen we zonder ironie – dat ze hiermee goede beslissingen namen.

Leve het kleinschalige!

Tijdens de eerste coronagolf werd vaak benadrukt dat het lokale niveau weer belangrijker zou worden. Om toch nog te kunnen genieten van cultuur, zouden we voor een meer kleinschalige aanpak moeten kiezen, met minder risico op besmettingen. Veel culturele spelers kwamen met alternatieven op de proppen, zoals cultuur naar wijken of rusthuizen brengen. Nu meer en meer gemeenten ook deze kleinschalige culturele activiteiten zo goed als onmogelijk maken, zakt de moed in de schoenen. Onbegrip en kwaadheid maken dat de actiebereidheid met de dag toeneemt.De lokale realiteit van kleinere steden en gemeenten leent zich nochtans perfect tot coronaproof activiteiten. Er is geen grootschaligheid nodig, en ook geen massale geldstroom. Outdooractiviteiten, culturele activiteiten in sociale voorzieningen en scholen, kleinere bijeenkomsten met de nodige maatregelen … het is allemaal perfect mogelijk. Op voorwaarde dat lokale besturen bereid zijn om cultuur in hun gemeente mogelijk te blijven maken, want burgers en middenveld kunnen het niet alleen.

Het gaat in essentie over de waarde die we hechten aan cultuur in onze samenleving. Uit deze beslissingen leiden we af dat cultuur niet ‘essentieel’ wordt bevonden, want vonden we het belangrijk, we zouden het mogelijk maken. Het ‘recht op cultuur en maatschappelijke ontplooiing’ is een sociaal grondrecht, en dat betekent dat het niet individueel afdwingbaar is, maar dat de samenleving zich engageert om het mogelijk te maken, omdat ze érkent dat culturele activiteiten processen van betekenisgeving zijn, essentieel voor de maatschappelijke ontplooiing van mensen. We kunnen dit recht toch niet zomaar maandenlang tussen haakjes plaatsen? Denken we nu echt dat ons welzijn erin bestaat voldoende te eten, te winkelen, en eens een snoepreisje te maken met het vliegtuig?

Politieke moed

Alle culturele activiteiten afschaffen is niet enkel een economische en persoonlijke ramp voor kunstenaars en culturele professionals. Het is vooral een ontkenning van het sociale belang van cultuur voor de man in de straat. Een concert of een amateurtoneel gaat niet enkel over de muzikanten of de spelers op een podium, het gaat minstens evenveel over het publiek in de zaal.

We kunnen straten leggen met onderzoeken die aantonen hoe belangrijk kunst en cultuur zijn voor de sociale ontwikkeling van mensen en gemeenschappen. In essentie betekent cultuur iets voor de mens, die door dit be-tekenen zichzelf ontdekt en zich ontplooit in zijn context, de samenleving. En laat dit proces nu net, nu grootschalige evenementen nog onmogelijk zijn, op ideale maat gesneden zijn van kleinere steden en gemeenten. De Veiligheidsraad verruimde gisteren het kader voor de cultuursector. En hoewel proportionaliteit in het kader van zaalbezetting niet de algemene regel is, kunnen burgemeesters ­afwijkingen toestaan in overleg met de cultuurminister en op basis van de (goedgekeurde) sectorprotocollen. Anders gezegd, het lokale beleidsniveau speelt vandaag een cruciale rol.

We roepen de gemeentebesturen op om te stoppen met het opbod van het onmogelijke. Gebruik je politieke moed om verbeelding weer mogelijk te maken. Ga uit van het belang van culturele activiteiten voor je bevolking en werk in dialoog met de plaatselijke culturele, sociale en educatieve spelers aan een mooie herfst en winter. Covid-19 zal ons nog lang in de greep hebben, het is aan ons om er een leefbaar verhaal van te maken.

Filip Verneert, An De Bisschop en An Van Den Berg
Docent Kunstagogiek (School of Arts-Koninklijk Conservatorium Gent); Stafmedewerker kunst en cultuur (Demos vzw); Muzikant en doctoraatsonderzoeker (LUCA-KU Leuven).

Deze tekst wordt mee ondertekend door de Crisiscel Cultuur, het Live Sector Overleg en volgende ondertekenaars:.
Antwerps Kunstenoverleg, Maaike Afschrift (psychotherapeut) Luc Coene (voorzitter Strandpaal 28), Wim Claeys( muzikant), Katrien Daniels (Huis Alma), Ellen De Boeck (directeur De Federatie sociaal-cultureel werk en amateurkunsten), Filip De Bodt (medewerker vzw ’t Uilekot en vzw Climaxi), Johan De Boose (auteur), Veerle De Schrijver (docent sociaal werk Arteveldehogeschool), Hans De Witte (directeur KleinVerhaal), Lebuin D’Haese (beeldend kunstenaar bij sociaal-artistiek atelier deRuimte), Frank Dierens (acteur en theatermaker), Jeroen Keymeulen (directeur Koor&Stem), An Leenders (directeur Creatief schrijven), Jan Matthys (directeur Vlamo), Wim Oris (Leuvens Kunstenoverleg), Joke Quaghebeur (directeur Opendoek), Siebren Nachtergaele (wetenschappelijk medewerker & lector cultuurbeleid HOGENT), Nele Roels (Kortrijks Kunstenoverleg), Bart Rogé (directeur Demos vzw), Rudi Roose (docent sociaal werk Universiteit Gent), Sarah Scheepers (coördinator ella vzw), Wietse Van Daele (medewerker Graffiti vzw), Steven Vanderaspoilden (directeur Muziekmozaïek), Els Vaneffelterre (directeur JES vzw), Evelyne Van Hecke ( coördinator Moving Ground), Eline Van Hoye (directeur Fameus), Adinda Van Geystelen (Limburgs Kunstenoverleg), Freddy Van Vlaenderen (voorzitter Breedbeeld), Gregory Vercauteren (adviseur lokaal & regionaal erfgoedbeleid, FARO) Griet Verschelden, (docent sociaal werk HOGENT), Luk Verschueren (voorzitter Victoria Deluxe), Raf Walschaerts ( muzikant Kommil Foo), Marec Zeghers (House of Time).

https://www.so-lva.be/autodelen

Solva ging in het voorjaar van 2020 van start met een proefproject ‘regionaal autodelen’ in Zuid-Oost-Vlaanderen.

Dat je geen communist moet zijn om private eigendom te vervangen door gemeenschappelijk bezit, bewijst de exponentiële groei van autodelen in de voorbije 20 jaar. Autodelen heeft dan ook vele voordelen. De kleine gebruiker van een wagen kan de hoge kosten van de aanschaf van een wagen vermijden. Een autodeler springt ook bewuster om met het gebruik van de wagen en reserveert geen wagen voor een ritje naar de bakker. Een deelauto vervangt gemakkelijk drie à vier wagens met als resultaat: minder verkeersdoden, minder vervuiling, minder lawaai en meer ruimte… Goed dus dat Solva in het kader van haar klimaatbeleid op de kar van autodelen springt, maar ik heb toch twee bedenkingen bij de uitwerking van wat zij ‘regionaal autodelen’ noemt.

Onvoldoende inkadering in een groter geheel

Intercommunales Solva en DDS sloten op basis van een openbare aanbesteding een raamovereenkomst met de garage Valckeniers uit Aalst om het elektrisch autodelen in onze streek te lanceren. Zo’n aanbesteding gebeurt op basis van objectieve criteria, en je verwacht dat deze criteria gekaderd worden in een bredere vervoersvisie. Zou Valckeniers als beste uit de bus komen als de combinatie ‘openbaar vervoer – autodelen’ centraal gesteld wordt in de criteria? Ik vrees van niet. Het Solva-project ontvangt Vlaamse klimaatsubsidies, maar beperkt zijn scope al te zeer tot de eigen regio.

Waarom sluit Solva niet aan bij het bestaande deelwagensysteem Cambio dat in gans Vlaanderen een geïntegreerde aanpak met het openbaar vervoer uitgebouwd heeft? De Herzelenaar die aangesloten is bij Cambio en bijvoorbeeld op bezoek gaat bij familie in Heuvelland, neemt de trein tot Ieper en rijdt vervolgens een tiental kilometer met de Cambio-wagen. Wie dat met een Valckeniers-deelwagen vanuit Herzele zal doen, rijdt meer dan honderd kilometer met de wagen. Erg ecologisch kan je dit niet noemen. Moet de Herzelenaar zonder eigen wagen in de toekomst aan twee systemen van deelwagen deelnemen om zich buiten Zuid-Oost-Vlaanderen ecologisch te verplaatsen? Zoiets is toch niet wenselijk. En hoe zit het omgekeerd met iemand uit Brussel die op bezoek komt bij familie in Sint-Antelinks?

In het netwerk van deelwagens van Cambio is Z.O.-Vlaanderen tot op heden een blinde vlek (https://www.cambio.be/nl-vla/in-je-buurt) en de huidige aanpak van Solva zal dit slechts versterken. Moet de Brusselaar zich in de toekomst bij Valckeniers inschrijven voor dat ene bezoek? Dat is toch geen goede zaak. Of nog erger, zal Solva – zoals sommige bestaande initiatieven elders in Vlaanderen – ‘het eigen volk eerst’ autodeel-principe hanteren en mensen van buiten de eigen regio uitsluiten van de Valckenier-wagens? Op de website van Solva staat dat de intercommunale werkt aan een “aanbod van vervoer op maat dat een aanvulling zal vormen op het toekomstig trein- en busnetwerk“. Bedoelt Solva dat men voor de streekgenoten een deelwagen van Valckeniers aan de treinstations van Z.O.-Vlaanderen zal plaatsen, of mogen wij toch op meer hopen? Ik vrees dat het project de uitbouw van een geïntegreerd vervoersaanbod dat de regio Z.O.-Vlaanderen overstijgt, in de weg staat en dit eerder zal dwarsbomen dan ondersteunen.    

Solva zal elektrisch rijden, wat een goede zaak is, maar de volgende vraag is dan of dit elektrisch rijden met groene stroom zal gebeuren. Dat Valckeniers-deelauto’s niet gaan rondrijden met een sticker ‘Atomkraft, nein danke’, dat begrijp ik, maar groene stroom, dat mag je toch wel verwachten bij een deelwagen.  

De korting voor de ambassadeurs

Op de website van Herzele staat dat de gemeente ambassadeurs zocht voor de deelwagens van Solva. De ambassadeur van het gedeeld autorijden zal zijn ervaring delen en in ruil een korting van €100 op de factuur ontvangen als hij aan een aantal voorwaarden voldoet. Een van de voorwaarden is ‘’1 maand (zoveel mogelijk) de eigen wagen aan de kant laten staan”. Betekent dit dat iemand die uit ecologische overwegingen of omwille van onvoldoende poen nooit een eigen wagen heeft gehad, niet in aanmerking komt voor de premie? En wordt een grootverdiener die jarenlang genoot van een vervuilende grote BMW-bedrijfswagen waarop quasi geen belastingen of socialezekerheidsbijdragen betaald werden, beloond met €100 korting op de deelauto? 

Het lijkt erop dat Solva dezelfde weg opgaat als de cash-for-cars regeling die Minister De Block vorig jaar invoerde om de druk van het wagenverkeer op onze wegen te verminderden. Een werknemer kon zijn bedrijfswagen inruilen voor een mobiliteitsvergoeding van de werkgever waarop hij quasi geen belastingen of socialezekerheidsbijdragen moest betalen. De vakbonden, vzw Climaxi,… legden hiertegen klacht neer bij het Grondwettelijk Hof dat op 23 januari 2020 de cash-for-cars regeling ongrondwettelijk verklaarde omdat 1) de overheid niet kon controleren dat de mobiliteitsvergoeding gebruikt werd voor ecologische doeleinden; 2) de mobiliteitsvergoeding discriminerend was voor de werknemers die nooit een bedrijfswagen gehad hebben en op hun loon de volledige belastingen en socialezekerheidsbijdragen moeten betalen.

Kan je bij de korting voor de ambassadeurs ook niet spreken van een discriminatie ten aanzien van wie nooit een eigen wagen heeft gehad? En kan Solva wel controleren dat de eigen wagen ‘zoveel mogelijk’ aan de kant blijft staan? Elke Belg moet het gelijkheidsbeginsel respecteren en dat geldt des te meer voor een overheidsinstelling die voorwaarden koppelt aan een voordeel (zoals de korting voor de ambassadeurs). Er is vanuit het doel van de maatregel volgens mij geen enkel objectief criterium dat een verschil in behandeling tussen ‘wie zijn wagen laat staan’ en ‘wie nooit een wagen heeft gehad’ rechtvaardigt.  

De manier waarop Solva het autodelen in Z.O.-Vlaanderen organiseert, zal het beeld bevestigen dat de groene thema’s elitair zijn. Een maatregel die zijn scope al te zeer beperkt tot elektrische wagens in de eigen regio, en onvoldoende uitgaat van het openbaar vervoer waarop het autodelen aansluit, zal mensen die worstelen om te overleven en die zich nooit een wagen hebben kunnen permitteren, verder vervreemden van de noodzakelijke omslag om ons klimaat te redden. Een gemiste kans heet zoiets.

Lieven Plouvier

We leven in bizarre tijden. De (terechte) maatregelen omtrent het Coronavirus legt onze werking lam, met minder inkomsten als gevolg. Onze maatschappij gaat naar de knoppen door het autoritair gedrag. Regeringen prediken canons en leggen vooral de zachte sectoren inleveringen op. De opbrengst ervan gaat naar bedrijven, prestigeprojecten en zaken waar de bevolking weinig aan heeft. Het klimaat gaat naar de haaien en we werken ons ziek of zot.

We zitten allemaal in hetzelfde schuitje zegt men wel eens, maar men vergeet dat de ene met een luxe-cruiseschip vaart en de andere met een vlot. Rechts is een kleine hype geworden, maar zal zich ooit wel eens verbranden.

Ondertussen blijft ’t Uilekot de warme rots en toevlucht in de branding. Onze structurele subsidies zijn we al jaren kwijt. Wonder boven wonder (of liever: door veel inzet, steun en geploeter) overleven we en blijven we een thuis bieden aan kritische debatten, concerten, boekenactiviteiten… en fijne mensen achter en voor onze toog in het café en de winkel Eco & Fair.

Om dat vol te houden hebben we jouw steun nodig: die kan je geven door lid te worden of te blijven van onze vzw, door aandeelhouder te worden van de coöperatieve winkel Eco & Fair, een gift te doen, een vaste taak op te nemen als vrijwilliger of af en toe eens twee uur te komen helpen als vrijwilliger.

Jij en wij, we zijn meer dan ooit nodig!

Lid worden of blijven kan door over te schrijven op ons rekeningnummer BE63 8919 1400 1708. Het lidgeld voor een jaar bedraagt €15 sociaal tarief (student, gepensioneerde, werkloze,…), €25 standaardtarief (per persoon), €50 familielidmaatschap of €50 en meer als steunlidmaatschap. Mocht je een vrije gift op overschot hebben, alle duwtjes in onze rug, groot of klein, zijn meer dan welkom op datzelfde rekeningnummer.

Wie dat wenst kan een aandeel kopen bij de coöperatieve winkel Eco & Fair. Aandelen van deze winkel met sociaal oogmerk bedraagt €100 voor 1 aandeel. Wens je er meer te kopen, dan kies je voor een veelvoud van dit bedrag. Alle info en je registreren gaat via www.ecofair.be/cooperant

Dankzij jouw steun kunnen we onze werking met kritische, maar sappige activiteiten verder zetten. We zijn dweis mor welgezinjd!